Close

November 1, 2014

Het democratisch proces met meedenkende spelers is typisch Nederlands

“Ik heb me nooit zo thuis gevoeld in Duitsland. De mentaliteit lag me niet. Ik trok op met de Aussies. Er zaten vijf Australiers. Met hen kon ik goed opschieten. Ik sprak goed Duits, kon het prima verstaan, maar had nauwelijks contact met mijn Duitse ploeggenoten. Voor trainer Hans Meyer gold hetzelfde. Hij had de zaken goed voor elkaar, de ploeg speelde goed en dat merkte je aan hem. Hij stak goed in zijn vel, maakte grapjes, maar duldde nooit tegenspraak. Als ik het oneens met hem was, zei ik dat. Maar dat werd niet gepikt. Dan wordt Duits plotseling een vervelende taal. Elk uitgesproken woord klinkt ineens als snauwen. Toen ik Bas Dost eens bezocht bij Wolfsburg, had ik een deja vu. Schreeuwende trainers die hun spelers met een fluitje bij zich riepen. Alsof ze hondjes waren. In Duitsland is dat heel gewoon, hier ligt dat gelukkig een tikje anders. Ik heb Bas in Heerenveen gezegd dat hij alles maar moest ondergaan. Stap er onbevangen in en laat alles maar op je afkomen, vertelde ik hem. Het democratisch proces waarin meedenkende spelers geapprecieerd worden, kent men net als in Engeland ook in Duitsland niet. Nederlandse voetballers zijn tactisch goed onderlegd, maar die geleerdheid wordt in de meeste [buitenlanden] voor kennisgeving aangenomen. Dat is lastig soms. Dan zie je dat er een eenvoudige oplossing voorhanden is, maar houd je je mond, omdat je het gezag van de trainer niet wil ondermijnen. Want zo wordt dat gezien: op het moment dat je de trainer advies geeft, zaag je naar zijn idee doelbewust aan zijn stoelpoten.”

(Radboud Droog. Sibon – eigenzinnig en onafhankelijk, Uitgeverij Louise, 2014, blz 103)