Close

October 21, 2014

“Idolen die jou bewonderen? Dat kan niet!”

abe

“Heb je Abe, die je ooit zo bewonderde, een keer mogen ontmoeten?

Net niet. Dat was in Heerenveen, waar ik met oud-Ajax een wedstrijd speelde. Hij had een beroerte gehad en zat in een rolstoel. Na de wedstrijd zei iemand in de kleedkamer: Abe wil je even spreken. Ik ben naar mijn auto gelopen en ben weggereden. Een soort verkramptheid. Raar eigenlijk. Abe blijft Abe, hij is ver boven ons verheven. Had ik wel vaker, zoals die keer met Alfredo di Stefano op een zomertoernooi in Cadiz, waar wij met Anderlecht speelden en hij trainer was van Real Madrid. Ik speelde toen goed en toen we naar de kleedkamer gingen, kwam Di Stefano naar mij toe, gaf mij een hand en complimenteerde me. Dat kon ik niet aan. Dat was de omgekeerde wereld. Abe Lenstra en Di Stefano zeggen niet tegen mij: ‘Wat bent u een goede voetballer.’ Had ik ook met Jef Mermans, die eens in de hoek met vrienden zat te kaarten toen we met Anderlecht de lunch gebruikten in een Antwerps etablissement. Heel moeilijk. En dat is geen aanstellerij of een uitspraak die je moet omkeren om de ware gedachte van de spreker te kennen. Idolen die jou bewonderen? Dat kan niet.”

(Jan Mulder en Frank Buyse, Tot u spreekt Jan Mulder – Opkomst, verval en redding van het voetbal (en van mijzelf), Uitgeverij Borgerhoff & Lamberigts, Gent / Uitgeverij Thomas Rap, Amsterdam 2014, blz 50)