Close

October 25, 2014

Hinault en Merckx: les patrons

“Hinaults handelsmerk in de grote rondes die hij domineerde, was dat hij altijd heel ver vooraan reed, wat maakte dat hij zich, letterlijk, onderscheidde van andere kopmannen, die vaak omringd werden door ploeggenoten die hen uit de wind hielden. Regelmatig reed Hinault zo ver aan kop dat hij het zichzelf eigenlijk veel moeilijker maakte dan nodig was. Toch zegt hij dat zijn besluit om daar te rijden te wijten was aan zijn status als de baas, le patron, en aan zijn neiging de race volledig te controleren. ‘Als je bij de eerste dertig van het peloton rijdt, kan er niets gebeuren zonder dat je het laat gebeuren. Je hebt een linie renners, een tweede linie renners, en jij zit in de derde linie. De renners kunnen aan geen van beide kanten iets doen, want dan zie je dat, en als je omringd wordt door vier of vijf ploeggenoten, zitten die er bovenop zodra er iemand demarreert. Dan zit de wedstrijd potdicht.

Merkckx was net zo’, vervolgt Hinault, opnieuw demonstratief zijn schouders ophalend. ‘Als je achter in het peloton rijdt, kun je niet zien wat er gaande is. Als je voortdurend voorin zit, zien de anderen je en dan zeggen ze tegen zichzelf: “Kolere, als ik aanval. dan zit hij in een flits boven op me.” Dan kun je een renner laten gaan als jij dat wilt. Dan zeg je: “Hoppa, ja jij mag wel gaan…” Dan is het jouw spel.’”

(Richard Moore, De spectaculairste Tour aller tijden, Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 2013, blz 117)