Close

October 20, 2014

Het standbeeld voor Dennis Bergkamp had een kunstzinnige hyperbool van zijn balaanname moeten zijn!

bergkamp

“Dennis Bergkamp was verguld met zijn standbeeld voor het stadion van Arsenal. Hij controleert, in brons gegoten, een bal in de lucht. Dennis zei tijdens zijn toespraak: ‘De aanname is het belangrijkste in het voetbal.’ En in zijn geval ook het sierlijkste. Ik herinner me de wedstrijd waarin zijn kunstwerk tot stand kwam: FC Newcastle-Arsenal, 9 februari 2003. Het probleem voor de maker van het beeld zat ‘m ongelukkigerwijs juist in die fraaie aanname. Dennis zweefde. Hoe zweeft een standbeeld? De beeldhouwer koos voor een betonnen buis die ergens uit het achterste van de speler tevoorschijn komt als zitpaal. Geen aangenaam gezicht.

Ik ben voor een standbeeld met iemand op een paard, dit ook om plagiaat te vermijden. Het beeld van Bergkamp is duidelijk vanaf een foto gemaakt. De beeldhouwer zal een schikking met de fotograaf hebben getroffen, maar ik zie steeds de foto in plaats van het beeld.

Hij had Bergkamp een balaanname voor moeten toveren die de meester zelf verbluft. ‘Ben ik dat?’ Zo mooi. Voor mijn part abstract. In kleur. Van glas. Of platina. Het mocht natuurljk weer niet te veel kosten, aangezien de prijs van de eerste de beste speler die door Arsenal wordt aangetrokken om en nabij de vijftig miljoen bedraagt.

Iets verderop bij het Emirates Stadium staan de standbeelden van Thierry Henry, Tony Adams en Herbert Chapman. Ook iconen van Arsenal. Herbert Chapman was een legendarische manager in de jaren twintig en de enige van de vier geeerde Arsenal-mannen die dood is, wat hem als enige geschikt maakt voor een standbeeld. Chapman was een vernieuwer. Hij bedacht taktische vondsten, schonk aandacht aan balaannames waar de Engelsen eerder alleen oog hadden voor de pil naar voren, kick and rush, introduceerde rugnummers en voetbal bij kunstlicht.

Ik heb een keer op Highbury gespeeld, de geboortegrond van Arsenal dat nu, op instigatie van de huidige manager Arsene Wenger, een appartementencomplex is. De onopvallende entree van Highbury bevond zich in een smalle, Londense volksstraat. In de hal stond een marmeren pilaar met een buste van Herbert Chapman. Precies goed. Standbeelden van voetballers buiten de stadions zijn droevig makend. Op Craven Cottage, het onderkomen van Fulham FC, had je een beeld van Michael Jackson naast dat van Johnny Haynes, de eerste Engelsman die homderd pond per week verdiende.

Michael Jackson was een popster en een vriend van de vorige eigenaar van de club, de zakenman Mohamed Al-Fayed. De supporters konden hun ogen niet geloven toen het gevaarte op een dag voor de ingang van het veld stond. Al-Fayed zei: ‘Michael Jackson was een fan van Fulham.’ Als je zo redeneert, kun je het vol zetten met wassen beelden. Tot opluchting van Fulham verkocht Al-Fayed de club eind vorig jaar. Een dag later was Michael Jackson ook weg.

Wat doet Tony Adams naast Bergkamp en Henry? Tony was aanvoerder en stopperspil van Arsenal. Hij kwam meestal dronken aan de aftrap en moest in een tehuis voor verslaafden van de drank worden afgebracht. Het gaat weer redelijk goed met hem.

In Enschede heeft FC Twente een standbeeld van oud-middenvoor Nkufo onthuld. Overal staan ‘standbeelden’ van voetballers. Ze zijn gestanst in een werkplaats te Hull, Uit voorraad leverbaar. Rooney, Van Persie, Gotze, Evra, Kompany, Thiago, Bendtner.
‘Zit Lestienne van Club Brugge al in de kist voor verscheping naar Oostende, jongens?’”

(Jan Mulder en Frank Buyse, Tot u spreekt Jan Mulder – Opkomst, verval en ondergang van het voetbal (en van mezelf), Uitgeverij Borgerhoff & Lamberigts, Gent / Uitgeverij Thomas Rap, Amsterdam 2014, blz 56-57)