Close

October 16, 2014

Eigen controle op de dopingcontrole

“Op de avond na de negentiende etappe, waarin Bernard Hinault op weg naar Saint-Etienne opnieuw ontsnappingspogingen had gedaan, at Greg met zijn ploeggenoten en voegde zich later bij Kathy en zijn ouders aan hun tafeltje in het restaurant van het hotel. Ze logeerden in het Sofitel.

‘Tot die avond had ik me niet veel zorgen gemaakt dat er iets akeligs zou gebeuren’, zegt LeMond.
‘Ik zat daar met je vader en je moeder’, herinnert Kathy zich. ‘En na het eten kwam jij bij ons zitten. Toen kwamen ze naar ons toe om met ons te praten.’
‘Ze?’
‘Het was Goddet’, zegt LeMond. Jacques Goddet, de Tourdirecteur. ‘Hij zei dat hij het geweldig vond om een Amerikaan in het geel te zien en als een Amerikaan de Tour zou winnen. Maar toen zei hij: “Je moet heel voorzichtig zijn, Greg, er zijn een hoop mensen die Hinault willen zien winnen.”’
‘Goddet’, voegt Kathy eraan toe, ‘zegt: “Ik hoor een heleboel dingen die ik heel zorgwekkend vind en ik beloof je, Greg, dat ik alles zal doen wat in mijn vermogen ligt om je te beschermen, maar mijn mogelijkheden zijn beperkt. Je moet heel goed oppassen, Greg. Met je bidons, met je eten, met je apparatuur…”’

‘Veel van de dingen waarover hij begon waren nog niet echt bij me opgekomen…’, zegt LeMond.
‘We deden het in onze broek’, zegt Kathy. ‘De organisator van de Tour komt naar je tafeltje in het restaurant?!… en zegt: Ik zal al het mogelijke doen om je te beschermen, maar pas op met je eten, met je drinken…? We gingen weg en kochten vanaf dat moment alles wat Greg at zelf…’

‘ik denk dat het tamelijk nieuw was zoals ik de volgende dag de dopingtest deed’, zegt LeMond met een glimlach. ‘Ik was zo bang voor de dopingcontrole, na wat Goddet had gezegd. Ik bedacht hoe gemakkelijk het zou zijn – als iemand me echt wilde verneuken – om die te saboteren. Dus lette ik goed op wat ik at, ik maakte mijn eigen drankjes. Ik liet doelbewust bij de foerage mijn eigen musette liggen en pakte die van iemand anders. En ik liet mijn vrouw me een Kodak [camera] bezorgen’, vervolgt hij.

‘Ik ging naar de dopingcontrole met mijn camera en een verzegelde fles vers bronwater. Je gaat naar binnen, je kleedt je uit en je plast in een bekertje. Ik heb het altijd de meest archaische methode gevonden. Toentertijd ging je naar binnen en dan zitten daar drie oude klojo’s. Je plast in het bekertje, dat gieten ze over in twee reageerbuisjes – een “A” monster en een “B” monster. Dan pakken ze – net als in de tijd van Thomas Jefferson – wat rode lak en verzegelen die. In dat zegel drukken ze een stempel van de UCI, een stempel dat je waarschijnlijk in iedere stad in Frankrijk kon laten namaken.

Daar begon ik over te tobben: hoe gemakkelijk zou het niet zijn om met een urinemonster te knoeien. De wielrennerij is een soort maffia. Het is een corrupte bende. Ik ging daar dus naar binnen en zei tegen die lui: “Ik weet dat het gek klinkt, maar ik wil hier graag een foto van maken.” Eerst spoelde ik het bekertje om met bronwater. Ik zorgde echt dat het brandschoon was. Toen plaste ik erin. Toen spoelde ik de reageerbuisjes om met het water. En toen, net wanneer ze het “B” monster verzegelen en de lak nog heet is, zeg ik: “Wacht eens even”, en ik druk mijn vinger erin. Ik laat mijn vingerafdruk achter in de lak. En dan maak ik er foto’s van. Als er dan iets mis zou blijken te zijn met het “A“ monster – als ze terugkomen en beweren dat de uitslag positief is – kan ik het “B” monster zelf controleren voordat ze het testen en dan kan ik er tenminste absoluut zeker van zijn dat er niet mee geknoeid of gerommeld is. Eigenlijk’, zegt LeMond, ‘was dat verdomd uitgekookt van mij!’ En hij lacht.”

(Richard Moore, De spectaculairste Tour aller tijden, Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam 2013, blz 335-337)