Close

September 1, 2014

Ontstaansfactoren voor een “geluksdoelpunt”

lames

“Het gebeurde in 2006. De Duitse hoogleraar trainings- en computerwetenschappen Martin Lames publiceerde het artikel “Glucksspiel Fussball – Zufallseinflusse beim Zustandekommen von Toren”. De verhandeling betrof de weerslag van een succesvolle zoektocht naar de oorsprong van het doelpunt op het voetbalveld.

Tesamen met een team van andere knappe koppen bekeek de hoogleraar videobeelden van ruim vijfentwintighonderd gescoorde doelpunten. Natuurlijk was dat slechts een fractie van alle ooit gescoorde goals, maar de wetten van de statistiek maakten dat dit aantal als representatief kon worden gezien voor het doelpunt in het algemeen.

Tijdens de bestudering probeerden Lames en de anderen [vast te stellen] in hoeveel gevallen er sprake was van een geluksdoelpunt. Daarbij definieerden zij een zestal strenge voorwaarden van zo’n geluksdoelpunt:

1. De bal ketste af.
2. Het doelpunt werd gescoord na een counter.
3. De bal kwam eerst tegen de paal of lat voordat hij in het doel verdween.
4. De keeper raakte de bal en had deze eigenlijk ook kunnen stoppen.
5. Het doelpunt werd van grote afstand gescoord.
6. De bal kwam ondanks een beroerde pass toch bij een aanvaller terecht.

Werden deze voorwaarden geaccepteerd als geluksfactoren, dan bleek dat er bij bijna vijftig procent van alle doelpunten sprake was van een zichtbaar en meetbaar element van geluk.

Ook bleek uit dit onderzoek dat zo’n geluksdoelpunt vooral tot stand kwam bij een 0-0 stand. ‘In zo’n situatie spelen elftallen nog altijd volgens hun eigen tactiek’, schreef Lames. ‘Er is een toevalsmoment nodig om te kunnen scoren.’”

(Arthur van den Boogaard, Zo Speelden Wij – Nederland in veertien legendarische voetbalwedstrijden, Uitgeverij Atlas Contact, Amsterdam/Antwerpen 2014, blz 222-223)