Close

September 9, 2014

Michael Schumacher houdt het meest van voetbal!

schumi

“Ook na het overlijden van zijn moeder blijft Michael presteren: van de vier races na Imola wint hij er drie. In Magny-Cours viert hij nieuwe triomfen op het voetbalveld. Niet zoals in Porto, toen hij een avond voor de race met wereldsterren als Figo en Zidane op het veld stond, maar ‘slechts’ met het Duitse journalistenteam in het toernooi van McLaren-sponsor West. Hij is ambitieus als altijd. Als hij een bal niet meteen onder controle krijgt, moppert hij op zichzelf: ‘hoe is ‘t mogelijk…’ In Zwitserland speelt hij bij FC Echichens, een kleine club dicht bij huis. Hij speelt zelfs competitie, zij het in de derde divisie.

Het wereldkampioenschap, problemen met de banden bij Ferrari, hij vergeet het allemaal als hij op het voetbalveld staat. Zijn fysiotherapeut Balbir Singh is niet zo enthousiast over Schumi’s hobby: ‘het is slecht voor zijn knieen’. Anderen vragen: ‘wat als hij in een partijtje tegen amateurs geblesseerd raakt?’ De wereldkampioen trekt zich er weinig van aan; hij geniet intens van het voetballen. Op het voetbalveld kan hij doen wat op het circuit uitgesloten is: ‘Rood’ [Ferrari]  bereidt voor, ‘Zilver’ [Mercedes] maakt af. In gewone woorden: Michael maakt mooie acties in het vijandelijke strafschopgebied, zou zelf kunnen schieten, maar geeft op het laatste moment de bal af aan Wolfgang Schattling, de perschef van Mercedes, die er nog beter voor staat. Die heeft de bal voor het intikken: ‘buiten het circuit kunnen we goed met elkaar opschieten’.

Drie van de vier wedstrijden winnen Schumi en zijn team. Hij behoort tot de besten van het veld en wil graag doorspelen, maar hij wordt elders verwacht. Zijn woordvoerder Sabine Kehm drentelt nerveus langs de lijn heen en weer en kijkt op haar horloge. ‘Jullie winnen ook wel zonder mij’, zegt Schumacher ten afscheid. Zijn prognose klopt. Met drie overwinningen en een gelijkspel winnen de Duitsers opnieuw glansrijk. ‘Het lijkt het WK wel: 22 mannen die achter een bal aan rennen en aan het eind hebben de Duitsers gewonnen’, mopperen de verslagen Engelsen. Terwijl zij de enigen zijn die Schumacher niet sparen; geen bijzondere behandeling voor de wereldkampioen: ‘als hij tegen ons speelt, moet hij  het goed doen’. En dat doet hij ook, met verdubbelde eerzucht, juist tegen de journalisten met wie hij toch al op gespannen voet leeft.”

(Karin Sturm, Michael Schumacher – De biografie, Uitgeverij Carrera, Amsterdam 2014, blz 173-174)