Close

September 29, 2014

“In Egypte is het een schande reserve te zijn“

“Nol de Ruiter: ‘In Egypte moest je met alles rekening houden. Het woord “aanstelleritis” zal daar zijn uitgevonden. Bij het kleinste tikkie stormen de masseur, de dokter en de EHBO-ers het veld in. Als zo‘n speler gestrekt werd afgevoerd dacht je dat hij stervende was, maar zodra de zijlijn in zicht kwam, sprong hij weer vrolijk van de brancard. Tegen onze teamarts heb ik gezegd: “Je gaat nu alleen nog het veld in als je iets hoort kraken of een hoofd ziet rollen”. De internationals stopten watjes onder hun tape. Anders deed het zo‘n pijn bij het afdoen.

Ik liep op eieren. Dan vertelde ik voor de groep iets in twintig seconden. De vertaler was vervolgens vijf minuten aan het woord. Ik dacht steeds weer: waar lul je toch over? Tot ik begreep dat elk woord op een goudschaaltje werd gewogen om maar niemand voor het hoofd te stoten. De internationals deden waar ze zin in hadden. Ik wilde ze om negen uur aan het ontbijt. Dat werd elf uur. Ze zaten dan ook tot twee uur ‘s nachts op hun hotelkamer thee te drinken. Een ochtendtraining was helemaal uit den boze. Daar raakten de heren van in de stress. Je kreeg ze ook nooit fit. Een licht geblesseerde speler bleef soms vier dagen weg. Lag hij lekker aan het strand. Liever dat dan zich bij zijn club laten behandelen. Wisselspelers schaamden zich zo erg dat ze meestal mank begonnen te lopen. In Egypte is het een schande reserve te zijn,
Je kreeg invallers met geen stok de dug-out uit om warm te lopen. Het volk mag niet zien dat je tweede keus bent.

Ook aan mijn teammanager moest ik wennen. Hij was al tien jaar in dienst van de voetbalbond en wilde oud-bondscoach El-Gohan terug. Hij betaalde supporters om spreekkoren te beginnen voo mijn voorganger. Hij verkocht ook nieuws aan journalisten. Zaken die we tussen vier muren bespraken, stonden een dag later in de krant. Ik zag zelfs een kopie van mijn contract in een krant. Ik heb hem met vijf journalisten op het bondsbureau faxen en documenten zien kopieren. Dat was de limit. Ik heb gezegd: hij eruit of ik eruit. Toen is hij na tien jaar trouwe dienst ontslagen.’

Onder Nol de Ruiter speelt Egypte in 1994 twee oefeninterlands en drie kwalificatiewedstrijden voor de Afrika Cup. Ethiopie wordt met 5-0 verslagen. Als er spreekkoren klinken, trapt de ploeg plotseling op de rem. ‘Er zaten 110.000 toeschouwers in het stadion, onder wie twee vrouwen: Nerl en de vrouw van de ambassadeur. Ik vroeg aan mijn assistent: “Wat roept het volk nou?“ “Dat het genoeg is zo.” De mensen wilden niet dat Ethiopie zou worden vernederd. Na 5-0 vond iedereen het welletjes. Ik werd gek, want elke goalextra telde.’”

(Martin Donker, NOL – Een levenslang pact met FC Utrecht, Utrechtse Voetbalbibliotheek Deel 4, Uitgeverij Voetspoor, Zeist 2010, blz 103-105)