Close

September 30, 2014

“God is onpartijdig”

“Als spelersmakelaar bij de voetballersvakbond VVCS maakte Korevaar mee hoe de voetbalwereld veranderde. Waren mannen als Aad Mansveld en Lex Schoenmaker tenminste nog wars van flauwe poeha en aanstellerigheid – de generatie na hen zat en zit nog altijd vol met gebaartjes en maniertjes.

‘Het voetbalveld is tegenwoordig soms een theater van aanstellers die niet weten hoe hard ze naar de hemel moeten wijzen als ze een doelpunt gemaakt hebben. Volkomen misplaatst en onterecht. Een staaltje onwetendheid, gecombineerd met een stuitend soort zelfoverschatting en opgeblazen gevoel van eigenbelang. Het zorgt voor een vertroebeling van de waarheid en het brengt rituelen met zich mee die niet door de Bijbel worden ondersteund. God is niet partijdig, daar ben ik honderd procent zeker van. Het staat nota bene zwart op wit in Handelingen: God is onpartijdig. Als wij een potje voetbal gaan spelen, denk je dan echt dat God gaat kiezen tussen ons? On-mo-ge-lijk. Denk je nou echt dat God Leroy Fer een doelpunt laat maken omdat hij daarom gevraagd heeft? Nee, dat maken zulke jongens zichzelf wijs. Want hoe zit het dan als Fer naast schiet? Waarom is dat dan? Hij wilde toch zo graag scoren?

Ook iemand als Nelli Cooman maakte altijd een teken als ze moest sprinten. Maar God vindt het echt niet het belangrijkste hoe wij als beroepsvoetballers presteren op het sportveld. In de Bijbel staat: lichamelijke oefening is nuttig voor weinig. Het belangrijkste is, daar kom ik weer: prediking van het goede nieuws. Van deur tot deur, van huis tot huis. Lees Mattheus er maar op na: het staat zwart op wit in elke Bijbel.’

Korevaar is afkering van de toegenomen pracht en praal in het voetbal. Maar hij begeleidde ook voetballers als Philip Cocu en Arthur Numan, voorbeelden van spelers aan wie hij goede herinneringen bewaart.

‘Ze kwamen altijd hun afspraken na en voor dat soort jongens span ik mij graag in. Athur Numan heeft in zijn biografie* nog vertelt dat hij vooral mijn eerlijkheid zo op prijs stelde. Ja, dat doet me wel wat, als zo‘n jongen dat schrijft.

Sommige anderen namen het wat minder nauw met de normen en waarden. Dan had je jarenlang alles voor zo ‘n jongen gedaan en dan koos hij opeens voor een snelle vogel die hem gouden bergen en een zilveren Rolex beloofde. Op een gegeven moment wilde ik niet meer in dat wereldje thuishoren. Je moet tegenwoordig namelijk een beetje met de waarheid kunnen draaien om spelers naar je toe te halen. Dat wil ik niet, dat past niet bij mij. En ik kan het als Jehova ook niet; ik kan simpelweg niet als een straatvechter door het leven gaan met als doel zo veel mogelijk spelers naar mij toe te halen.Voor mij geldt: woord is woord, zo simpel zou het gewoon moeten zijn. Ik heb twintig jaar met heel veel plezier voor de VVCS gewerkt, maar op een gegeven moment was het mooi geweest. Er gebeurden te veel dingen in de voetbalwereld waarvan ik dacht: nee, dit hoort niet meer bij mij.’”

* Arthur Numan with Mark Guidi, Oranje and Blue – The Arhur Numan Story, Black and White Publishing, 2008
(Gerrit-Jan van Heemst, God op de middenstip – 14 voetballers over geloof en topsport, UItgeverij Kok, Utrecht 2014, blz 93-95)