Close

September 23, 2014

Folkert Velten over de voetbalprof van tegenwoordig

dwyer-selfie

“Stoort u zich aan de moderne profvoetballer?

‘Ja, ze hebben geen betrokkenheid meer. […] Het spelershome bij Heracles kun je net zo goed wegdoen, want ze lopen rechtstreeks van de kleedkamer naar de auto. Tasje ophalen en weer weg. De band met supporters? Ook heel weinig. Terwijl wij die wel hadden, want we gingen regelmatig naar het supportershome. Naar het sponsorhome ook. Later werd bij Heracles ingevoerd dat dat verplicht werd, maar ik wou niet verplicht. Ik wilde niet op de lijst en dat was ook niet nodig, want ik ging toch wel.’

Zijn er nog andere verschillen tussen u en de voetballer van tegenwoordig?

‘Ach, als ik zie hoe sommigen tegenwoordig juichen, dan denk ik: dat hoeft ook niet. Langs het publiek rennen, shirtjes uitdoen. Kijk, als je nou in de laatste minuut scoort en je wordt kampioen, dan kan ik het me nog voostellen, maar in een gewone competitiewedstrijd… Ik erger me daaraan. Er is er maar eentje die heel uitbundig mag zijn en dat is Messi, maar die is hetzelfde als ik, die juicht ook heel ingetogen.

“Je juicht zo ingetogen na een doelpunt”, hoorde ik weleens. Tja, het zal wel. Daar was niks bewusts aan, dat was normaal, denk ik. Gewoon even kort twee armen in de lucht. Dat was nu eenmaal mijn manier… Je laat het net bollen en de ene keer gebeurt dat wat mooier dan de andere. Natuurlijk geniet je er even kort van als je een fraai doelpunt maakt, helemaal als het een goal is die voor de club belangrijk is, maar om nou zo’n hele ereronde voor jezelf te gaan houden als je eens een mooie kopgoal maakt – nee hoor, daar ben ik te nuchter voor, daar moet ik helemaal niets van hebben.”

(Gerrit-Jan van Heemst, God op de middenstip – 14 voetballers over geloof en topsport, Uitgeverij Kok,Utrecht 2014, blz 77-78)