Close

September 5, 2014

De perceptie van een voetbalwedstrijd: een mixture van zelf in het echt zien, tv-beelden en wedstrijdverslag in de krant

“‘Voetbal is een sport zonder historisch besef.’ Sir Alex Ferguson deed deze uitspraak in de laatste jaren van zijn loopbaan als de manager van Manchester United. Hij had alles gewonnen. Hij had meer bereikt dan hij ooit had durven dromen. En toch was de Schotse voetbalmanager vooral benieuwd naar het elftal van morgen, nog steeds hongerig naar weer een nieuwe wedstrijd.

Vrijwel dagelijks, maar zeker wekelijks, wordt deze ridderlijke blik op het voetbalspel verwoord in een bondige soundbite, uitgesproken door een speler. Ten overstaan van een cameraploeg neemt hij rustig de rijd om het nog een keer goed uit te leggen.

‘De belangrijkste wedstrijd is de eerstvolgende wedstrijd’, zegt de voetballer. En hoewel iedereen dit al veel en veel vaker heeft gehoord, klinkt het toch steeds weer als iets belangrijks. De reden is het hoopvolle dat er in doorklinkt. Te ver vooruitkijken heeft geen zin. En met terugkijken win je niet alsnog. Maar in de eerstvolgende wedstrijd ligt altijd weer de hoop op succes opgesloten: herhaald of eindelijk weer eens succes, de hoop is bij de eerstvolgende wedstrijd altijd dezelfde.

Die hoop telt niet meer voor de verloren WK-finale van 2010. Een maand na deze wedstrijd vertelde bondscoach Bert van Marwijk dat hij deze wedstrijd nog niet had teruggezien. Hij was er nog niet aan toegekomen en had er ook gewoon niet zoveel zin in. Weer enkele maanden later bekeek hij op verzoek van enkele journalisten de finale wel weer opnieuw. En ineens vielen de bondscoach allerlei zaken op.

De destijds ervaren emoties, waarvan hij dacht dat ze een wezenlijk onderdeel uitmaakten van het duel, werden vervangen door concrete wedstrijdbeelden. Momenten die je desgewenst nog zo’n veertig keer kon bekijken om ze vervolgens op hun specifieke waarde voor het voetbalspel te schatten: wat dat ook precies moge betekenen. In elk geval werden eerdere conclusies over de door Spanje met 1-0 van Nederland gewonnen WK-finale door Van Marwijk bijgesteld.

‘Dat we verdiend hebben verloren heb ik zelf gezegd’, zei hij. ‘Maar daar moet ik op terugkomen. Het verschil was zo groot niet.’ Of deze invulling van de wedstrijd inderdaad klopt is niet met zekerheid te zeggen. Al is het voor iedereen die de WK-finale van 2010 nog niet heeft teruggekeken, raadzaam dit vooral wel te doen. En dat advies geldt eigenlijk voor alle wedstrijden van het Nederlands elftal. Tenminste, als je wilt weten hoe wij door de jaren heen speelden.

[…]

En toen was er de herhaling. Wanneer precies voor het eerst op de Nederlandse televisie tijdens een voetbalwedstrijd gebruik werd gemaakt van de herhalingsmachine is onbekend, maar het moet ergens eind jaren zestig zijn geweest. Het eerste gebruik in een livewedstrijd op de Nederlandse televisie was de Europacupfinale van 1972 tussen Ajax en Inter Milaan in de Rotterdamse Kuip. En ook hier bleken de gevolgen groter dan aanvankelijk gedacht.

Inmiddels zijn er generaties van fervente voetballiefhebbers die nog nooit een wedstrijd in een stadion hebben bezocht. Goed beschouwd houden zij dus eigenlijk van televisievoetbal. Dit is een variant op het echte spel met als voornaamste kenmerk dat hun blik wordt bepaald door de (televisie)regisseur van dienst. Als wisselgeld voor deze overgave krijg je de herhaling. Misschien klinkt dit hoogdravend, maar de overwinning van televisievoetbal op het daadwerkelijke spel in het stadion was onontkoombaar met de komst van de herhaling.

[…]

Ooit bevond het voetbalspel zich grotendeels in het rijk der verbeelding. Slechts enkele duizenden bezochten een wedstrijd. De rest volgde het spel via de verhalen: verteld door een ooggetuige, opgeschreven in de kranten of rechtstreeks verslagen via de radio. Met de komst van de televisie heeft het spel zich steeds meer verplaatst naar het rijk van het beeld. […]

‘Een deel van het plezier van het bezoeken van een wedstrijd is om de volgende dag in de kranten te lezen wat de sportjournalisten denken dat er is gebeurd. Dit plezier wordt verlengd door de wedstrijdbeelden. Deze kan je bekijken om te zien wat er daadwerkelijk gebeurde. Datgene wat je je uiteindelijk denkt te herinneren van de wedstrijd wordt dan een amalgaam van wat je dacht dat je zag, wat je in de kranten las en wat je zag bij het zien van de beelden. Aldus schreef de Amerikaanse journalist en schrijver A.J. Liebling in zijn klassieke boksboek ‘The Sweet Science’.”

(Arthur van den Boogaard, Zo Speelden Wij – Nederland in veertien legendarische voetbalwedstrijden, Uitgeverij Atlas Contact, Amsterdam/Antwerpen 2014, blz 9-10, 12-13, 14-15)