Close

September 11, 2014

Communisme en voetballen in het buitenland tijdens de Koude Oorlog

kowalik

“Vol ongeloof luistert zijn gehoor toe. Zijn vrouw aan de ene kant van de tafel, zijn schoonzoon Maurice Graef – die zelf jaren bij VVV voetbalde – en zijn dochter aan de andere. Plotseling blijft de Limburgse vlaai op tafel staan en wordt de koffie steeds kouder. Het kan niet anders. Als de oude Kowalik, klein en een tikkeltje fragiel, vertelt over zijn leven luisteren mensen – niet in de laastste plaats omdat hij zijn eigen levensverhaal vertelt alsof het een Hollywood-film is. Dit is hoe het begint, negen jaar voor hij bij Sparta belandt.

Janusz Kowalik (1944) is in het communistische Polen van de jaren zestig een talentvolle jeugdspeler van Cracovia Krakow. Hij staat steevast in de basis en is als hij zestien is al A-international. ‘Ik wilde dolgraag in Europa gaan voetballen, maar dat mocht niet van het communistische regime in Polen. Naar het buitenland gaan lonkte steeds meer. Ik kreeg op jonge leeftijd al aanbiedingen van grote clubs, groter dan Sparta ook, als we ergens in Europa op jeugdtoernooien speelden.

Toch durfde ik niet op die aanbiedingen in te gaan. Want als ik dat zou doen, zou mijn familie afgestraft worden en ik wilde niet dat mijn vader of moeder naar Siberie zou moeten. Dus bleef ik in Polen. Maar er was een uitweg en dat was dat ik bij een neef in Chicago ging wonen. Hij nodigde me uit voor een vakantie. Op vakantie gaan naar het buitenland mocht ook niet in Polen, maar tijdens de winterstop regelde mijn vader via relaties dat ik het vliegtuig in mocht stappen. Mijn vader had veel connecties, hij was officier geweest in het Poolse leger in de Tweede Wereldoorlog. Dat was een heftige tijd voor hem. Mijn vader werd gevangen genomen door de Duitsers, maar overleefde het. Maar na de oorlog moest hij zijn CV vervalsen om in leven te blijven, want de Russen zouden hem hebben vermoord als ze dit hadden geweten. Hij was op papier dus nooit officier geweest, maar ondergronds bestond er een netwerk dat later de Solidariteitsbeweging van Lech Walesa werd. Dat was een anti-communistische beweging. Mijn vader was er lid van. Via die connectie kon ik naar Amerika vertrekken. Ik was twintig jaar oud.”

Een slok koffie, een glimlach, het ongeloof op het gezicht van zijn toehoorder scannend. Maar al snel gaat hij verder: “Toen ik eindelijk mijn paspoort mocht gaan ophalen werd ik door een generaal van de militaire inlichtingendienst uitgenodigd om naar zijn kantoor te komen. Hij was een van de bestuursleden van Wisla Krakow, een KGB-club. Er is iemand die een vraag heeft aan jou, zei hij tegen me. De generaal liep weg en er kwam een in burger geklede man de kamer in. Een enge man was het, typisch zo’n man uit een film. ‘Janusz, wij hebben een verzoek’, zei hij tegen me. ‘Een van onze mensen is in Chicago vermoord. Janusz, kun jij erachter komen wat daar gebeurd is?’ Ik wist dat die man vermoord was, die vent was zelf ooit voetballer geweest en daarna KGB-agent geworden. Maar nee zeggen was gevaarlijk. Dat paspoort lag bovendien daar, dat zou ik nooit krijgen als ik de vraag zou afwimpelen. Dus ik ging akkoord en kreeg meteen een instructie. ‘Janusz, als je in Chicago bent komt er op een bepaald moment een van onze mensen naar jou toe. Die houdt zijn horloge omhoog en zegt: Janusz, it’s twelve o’clock. Welke tijd het ook is, dat is wat hij zegt. Als je dat hoort weet je dat het onze man is.’ Toen kreeg ik het paspoort.”

Rond de tijd dat Kowalik naar zijn neef in Amerika vertrekt begint daar een nieuw initiatief, de North American Soccer League. Voetbalploegen met illustere namen spelen in stadions van honkbalclubs en American footballploegen: er wordt stevig in de sport geinvesteerd. Het nieuws dat een Poolse A-international in Chicago is gearriveerd snelt vlug vooruit. Kowalik wordt door Chicago Mustangs met open armen ontvangen. “Ik wilde daar graag spelen, maar ik mocht niet, want ik had simpelweg geen transfercertificaat. Dus stuurde de club de general manager en mijn neef naar Warschau om een transfer af te gaan kopen bij de communistische partij die alles bepaalde. Maar het antwoord was simpel: dat mocht niet. ‘Mogen we wel een afspraak maken met de mensen van het Politburo?’, vroeg mijn neef. Dat kon wel, ja. Twee hoge functionarissen gingen het gesprek met mijn neef en de manager aan, in het kantoor van het Poliburo van de communistische partij. En weer: ‘Dit is niet bespreekbaar. In ons systeem doen we niet aan transfers.’ Nonsens.”

Plotseling is de internationale loopbaan waar hij zo van droomt verder weg dan ooit, beseft Kowalik ook begin 2014 weer. “Maar mijn neef had een idee bedacht en dat was een koffer vol dollars. Die koffer zat zo vol dat die twee heren er per persoon vijf villa’s van konden kopen. Dus die koffer verscheen op tafel en die mannen begonnen te zweten. Maar de la ging wel open en het geld verdween daarin.’”

Het transfercertificaat is duur, maar binnen. Meteen ontstaat er een nieuw probleem met het regime. “Er mocht natuurlijk met niemand over mijn transfer gesproken worden. Dat was een opdracht van het Kremlin. Dus bestond ik in Polen opeens niet meer. Het kostte me mijn loopbaan als international. Een interland heb ik nooit gespeeld.”

Maar u was toch een spion voor de KGB geworden?
“Ik was al een tijdje in Amerika toen er een man naar me toe kwam. Bij de club notabene, in de kantine, we hadden net een training achter de rug. ‘Janusz, it’s twelve o’clock’.
Dus ik zeg: ‘What the fuck are you talking about?’ Dus die man zegt weer: ‘Janusz, it’s twelve o’clock.’ Dus ik zeg: ‘I told you! What the fuck are you talking about? Get the fuck out of here! ‘ Die man wist helemaal niet wat hij moest doen. Hij draaide zich om en vertrok.”

Dat had vast gevolgen.
“Ja, want toen dat was gebeurd kreeg de Poolse voetbalbond opdracht van het Politburo om me terug naar Polen te halen. Er werden Russische KGB-agenten naar Chicago gestuurd om mij te ontvoeren.”

Dat is onvoorstelbaar.
“Ja, dat is het. Maar het is echt zo.”

De ontvoering mislukte, zegt Kowalik – die praat over vergiftigingen en kidnappen alsof het gaat over de spelsystemen van ons aller Sparta. “De ontvoering mislukte, want de FBI ontdekte hun plan en pakte de KGB-agenten op. Die werden teruggestuurd naar Rusland. Vanaf dat moment had ik pertinent bescherming van de FBI in Amerika. Dag en nacht.”

Hoe probeerden deze agenten u te ontvoeren?
“Via de Poolse ambassade. Ik werd uitgenodigd om langs te komen, maar ik was natuurlijk niet dom. De ambassade, dat is Pools gebied. Dus schakelde ik de hulp in van de eigenaar van Chicago Mustangs, een politicus van de Republikeinse Partij. Die man had macht. Hij had een rerchtstreekse connectie met senator Dirkson, de tweede man in de politiek na president Nixon. Dus opeens kreeg ik bescherming van heel hoog. De clubeigenaar zei tegen me: ‘Ga praten op de ambassade, je wordt door ons beschermd. De ambassade is door ons omsingeld. Daar krijgen ze echt niet weggesmokkeld. Niet levend en niet dood.

Dus ik ging naar die ambassade. ‘Wil je wat drinken’, vroeg de ambassadeur. Nee, dat wilde ik niet, er zou iets in het drankje kunnen zitten. Volgende vraag: ‘Wanneer kom je terug naar Polen?’ Niet, zei ik. Waarom niet, wilde de ambassadeur weten. Mijn antwoord: ‘Dat hoef ik u niet uit te leggen.’ Waarop de ambassadeur zegt: ‘Prima, maar weet je dat ik je kan oproepen voor militaire dienst?‘ Dat was onzin. Hij wist dondersgoed dat ik inmiddels een Amerikaans paspoort had gekregen, hij moest me geen nonsens vertellen. Dat zei ik tegen hem. ‘U weet dat dit Pools gebied is’, zei hij vervolgens. ‘Maar hoe wilt u me hier dan wegsmokkelen’, antwoordde ik. ‘U weet dat dat niet kan, u weet hoe de situatie rond de ambassade is. Do’nt bullshit me anymore.’”

Het lijkt wel een film, beseft hij ook, zo’n waar gebeurd verhaal over de transfer van een jonge voetballer die uitmondt in een enorme Koude Oorlog-rel. De plek waar hij het vertelt, het kleine Meerssen bij Maastricht, maakt het des te surrealistischer. Toch is het allemaal echt waar. In de dressoirkast staat het bewijs: de Most Valuable Player Award die hij in 1968 als topscorer van de competitie krijgt, is meegenomen uit Amerika en altijd bewaard gebleven. Het is een prijs die later ook nog gewonnen wordt door Franz Beckenbauer, Pele en Johan Cruijff. De bokaal is het bewijs: Kowalik, die in Amerika door het leven gaat als John Kowalik, viert er grote successen. “Per maand kon ik opeens vier Ford Mustangs kopen’, zegt hij. ‘Natuurlijk heb ik er een gekocht. Ik heb er later zelfs een naar Rotterdam laten verschepen. Met een Amerikaans kenteken.”

Wat deed uw vertrek met uw familieleden die achterbleven? Kwamen zij in gevaar?
“Mijn familie belandde in Polen op een zwarte lijst. Mijn jongere broer, minstens zo’n goede voetballer als ik, mocht van het regime niet meer voetballen. Hij werd geliquideerd als voetballer. Het werd hem verboden en hij kon ook niet uit het land ontsnappen omdat hij geen paspoort had. Hij moest gedwongen een normaal leven leiden. Werd zakenman en nadat Polen bevrijd werd ging het wat beter met hem. We hebben goed contact. Hij is een paar keer hier geweest en mijn vrouw en ik gaan weleens in Polen op vakantie.”

Neemt hij u dit kwalijk?
“Ik heb een schuldgevoel, voel me een beetje verantwoordelijk. Maar hij zegt dat hij nog altijd honderd procent achter mijn beslissing staat. Dat hij daar nooit anders over heeft gedacht. Hij vindt het fijn dat er tenminste een uit ons gezin zulk geluk heeft gehad. Dat doet me goed.”

(Anton Slotboom, Onze glorie – De wereld van Sparta Rotterdam in elf portretten, Coolegem Media, Rotterdam 2014, blz 12-18)

Literatuur

Anton Slotboom, Voor niemand bang – Markante Spartanen aan het woord, Coolegem Media, Rotterdam 2013

Hugo Borst, Waarom ik zo van Sparta hou (en Aad de Mod haat), Uitgeverij De Buitenspelers, Rotterdam 2010