Close

September 4, 2014

Amerikaanse bokstaal: “smoker”

ironmike

“Mijn eerste amateurgevecht vergeet ik nooit. Het werd gehouden in een gymzaaltje in de Bronx waarvan een voormalig bokser, Nelson Cuevas, eigenaar was. Het was er vreselijk. Het lag op de eerste verdieping van een gebouw dat pal naast de bovengrondse metro lag. Het spoor lag zo dichtbij dat je de treinen bijna kon aanraken, als je je hand uit het raam stak. De wedstrijd werd een ‘smoker’ genoemd, omdat het dermate blauw stond van

de sigarettenrook dat je degene voor je nauwelijks kon zien.
Smokerwedstrijden waren niet officieel, wat erop neerkwam dat ze onwettig waren. Er stond geen verplegend personeel of ambulance klaar. Als het publiek niet blij was met jouw optreden werd je niet uitgejouwd, maar sloegen ze gewoon elkaar tot moes om te laten zien hoe het volgens hen moest. Alle toeschouwers zagen er piekfijn uit, of ze nou drugsdealer of gangster waren. Iedereen zette geld in. Ik weet nog dat ik aan een gozer vroeg: ‘Krijg ik knakworst in bladerdeeg als ik win?‘ Mensen die wonnen met gokken kochten meestal iets te eten voor je.

Vlak voor de wedstrijd begon was ik zo bang dat ik bijna was weggegaan. Ik dacht aan al het werk dat Cus en ik erin hadden gestoken. Zelfs na al dat sparren was ik erg geintimideerd als het op een gevecht in de ring aankwam. Als ik zou verliezen, wat dan? Ik had op straat in Brooklyn miljoenen keren gevochten, maar dit voelde totaal anders. Je weet niet wie je voor je hebt; je kent hem niet. Ik was er met mijn trainer, Terry Atlas, en ik zei tegen hem dat ik heel even iets ging kopen. Ik liep naar beneden en ging op de trap naar de metro zitten. Heel even overwoog ik om in de metro naar Brownsville te stappen. Maar toen kwamen alle trainingen van Cus naar boven: ik ontspande, mijn trots en ego kregen weer alle ruimte. Ik liep terug naar het zaaltje. Ik was er klaar voor.”

(Myke Tyson met Larry Sloman, Niets dan de waarheid, Xander Uitgevers, Amsterdam 2014, blz 67)