Close

August 5, 2014

In de Eredivisie ontbreekt “jeugdig enthousiasme”

“Volgens Johan Cruijff wordt er in de Eredivisie zo slecht gevoetbald omdat er sprake is van jeugdig enthousiasme. […] Precies het omgekeerde van wat Cruijff zegt is waar. Er wordt in de Eredivisie zo slecht gevoetbald omdat het bijna alle voetballers ontbreekt aan jeugdig enthousiasme. Stijf van de zenuwen staan ze. Ik zie bij de grote clubs jonge voetballers vooral gevaarloze acties maken, bijna altijd met een schreeuwende coach langs de kant. PSV speelt, na een geweldige start, opeens wezenloos en bang. Waar de eerste wedstrijden alles dartelde en bewoog, daar wordt nu met een frons in het voorhoofd gevoetbald. Als ze nou maar in godsnaam de juiste oplossing kiezen. En het is zo simpel.

Er is geen juiste oplossing. Dat is wat voetbal zo prachtig maakt. Alles mag mislukken. Twintig keer. Steeds maar weer, maar uiteindelijk komt de verlossing. Een geweldige soloactie. Zes man passeren en scoren met een stiftballetje. Ik doe een moord voor jeugdig enthousiasme. Johan Cruijff maakt een klassieke denkfout, die ook veel wordt gemaakt bij het beoordelen van kunst. Elke dag staan er mensen in een museum mompelend vlak voor een schilderij. Ze zeggen dan: ‘Dit kan mijn kind ook.’ Een vreemde observatie. Deze mompelaars gaan ervan uit dat ‘als een kind schilderen’ automatisch slechte kunst oplevert. Mensen die zoiets mompelen denken dat je volwassen moet zijn om goed te kunnen schilderen. Dat is onzin. De beste schilders kunnen juist wat bijna alle volwassenen helaas hebben afgeleerd: denken en leven als een kind. Vol enthousiasme […] aanvallen op een wit doek.

Ik vind dat juist het hoogste dat je kunt bereiken: denken en doen als een kind, in het lichaam van een volwassene. Cruijff zelf kon dat als geen ander. O, hoe hij bewoog als zeventienjarige. Dat onbezonnen, geniale gedraaf. De hartstocht waarmee hij op tegenstanders afvloog. Dat maakt Cruijff tot een genie: de onbevangenheid. Hij bleef een leven lang voetballen […] zo mooi en zo onvoorspelbaar. […]

Cruijff moet toch juist weten dat voetbal vooral dit is: met de bal aan je voeten naar voren bewegen en […] geen idee hebben wat er gaat gebeuren. Genieten van de onvoorspelbaarheid […]. Kijken naar waar het schip strandt. Naar dat soort voetbal kijk ik graag. Alles mag van mij mislukken […]. Juist de onmacht is zo mooi. Het wel willen en niet kunnen. En het dan gewoon nog een keer proberen. Dat zie ik bijna nergens meer op de Nederlandse velden.

Dat er zo slecht wordt gevoetbald, komt vooral door de angst. Het zijn de bestuurders en de trainers die het jeugdig enthousiasme eruit proberen te rammen. Wie als achttienjarige de tactische afspraken niet nakomt, zit een week later op de bank. […] In de hele Eredivisie lopen misschien vijf spelers in de rondte die met de bal aan hun voeten het strafschopgebied in durven te denderen. Voor de rest is het gevaarloos geschuif, geloer naar de kant en blij zijn met een gelijkspel.”

(Nico Dijkshoorn, Met de punt naar voren, Voetbal International 2014, blz 167-170)