Close

August 27, 2014

“De Wissel van Moskou”; Lobanovski en Cruijff

cruijff

“Hij was nog nooit gewisseld. En ook tijdens het duel op 27 april 1964 was de vijfentwintigjarige linksbuiten Valeri Lobanovski weer belangrijk voor zijn club Dinamo Kiev. Maar twintig minuten voor het einde van de uitwedstrijd tegen Spartak Moskou, met een 1-0 voorsprong, riep Kiev-coach Viktor Maslov hem ineens naar de kant. Niet veel later scoorde Spartak de gelijkmaker en eindigde de wedstrijd met een gelijke stand: 1-1.

Na afloop speculeerden de Russische media over een door Maslov en de coach van Spartak, Nikita Simonjan, van te voren afgesproken resultaat. De altijd strikte en zeer gediscplineerde Lobanovski had daar niet aan mee willen werken en was daarom gewisseld. Geen van de journalisten lukte het om het verhaal van de doorgestoken kaart rond te ktijgen. Al was het wel heel opvallend dat Lobanovski nog slechts een wedstrijd uitkwam voor Kiev en vervolgens met de goedkeuring van Maslov ging spelen voor FC Tsjernomorets Odessa.

Desgevraagd ging de coach niet in op allerlei suggestieve vragen. Voor hem was de transfer van Lobanovski een puur tactische kwestie. Hij was namelijk druk bezig met het doorvoeren van een nieuw tactisch concept: 4-4-2. Twee jaar later zou de Engelse coach Alf Ramsey met dit systeem – The Wingless Wonder genaamd – in eigen land wereldkampioen worden. Maar het was Maslov die voor het eerst speelde met een team zonder buitenspelers. Voor een klassieke linksbuiten als Lobanovsli was begrijpelijkerwijs geen plek.

Ondanks deze plausibele verklaring hielden de geruchten over de precieze achtergrond van de Wissel van Moskou nog jarenlang aan. Totdat uiteindelijk Lobanovski, nadat hij zelf voetbaltrainer was geworden, aan de speculaties een einde maakte. Op een dag antwoordde hij op een verdwaalde vraag van een journalist over die ene wissel in Moskou dat ‘de coach Lobanovsli de speler Lobanovski destijds in het geheel niet had opgesteld’.

[…]

Frankrijk, midden jaren tachtig.Johan Cruijff, inmiddels de technisch directeur bij Ajax, sprak lange tijd met Valeri Lobanovski, de toenmalige coach van Dinamo Kiev. Ze wisselden ideeen uit en vertelden elkaar over hun beider voetbalvisies. Cruijff raakte die dag vooral onder de indruk van de manier waarop Lobanovski al jarenlang bij Dinamo Kiev werkte om het aantal gemaakte fouten van zijn elftal te minimaliseren.

‘Dat heb ik van hem overgenomen’, zei Cruijff in een interview vlak voor het EK van 1988 over het ‘indammen van het aantal persoonlijke fouten’. ’Je moet wel oppassen dat je zoiets niet te ver doorvoert, want dan gaat het weer ten koste van het improviseren en dat vind ik nou juist het boeiende aan voetbal’.”

(Arthur van den Boogaard, Zo Speelden Wij – Nederland in veertien legendarische voetbalwedstrijden, Uitgeverij Atlas Contact, Amsteram/Antwerpen 2014, blz 175-176, 177)