Close

August 8, 2014

De “vriendin” van Cesare Prandelli

“‘Nee, ik hoor bij hem.’ Ik kijk langs haar ranke vinger en kom uit bij de bondscoach van Italie: Cesare Prandelli. Ze zet een triomfantelijke blik op. Ik ben onder de indruk, maar laat het niet blijken. Mijn ‘Zo, interessant’, probeer ik zo afstandelijk mogelijk te laten klinken. ‘Voor hem ben ik hier, voor niemand anders. Voetbal interesseert me helemaal niks, ik haat voetbal. Met die rare systemen. 4-4-2, 3-5-8, waar gaat het over? Ik moet helemaal niks van sport hebben. Ik heb een zoon van acht, die speelt gelukkig piano.

Als ik uitleg dat ik ook een zoon van acht heb die wel helemaal gek is van voetbal, kijkt ze me niet-begrijpend aan. ‘Maar je wilt toch niet dat hij voetballer wordt? In die nepwereld, met die namaakvrouwen, vreselijk.’

Als ik tegenwerp dat zij zelf toch ook in die wereld van klatergoud rondloopt, blijk ik een gevoelige snaar te hebben geraakt. ‘Maar ik ben geen model, ik wil niet in die bladen staan, ik wil niet elke dag op de foto, niet op tv. Ik hoor niet bij de WAG’s, die elke dag andermans geld uitgeven. Ik ben een gewone vriendin, tevens moeder. Meer niet.’

De training zit erop, met een kushand neem ik afscheid van ‘vriendin’. Onder de indruk verlaat ik het stadion. Ik heb haar niet eens naar haar echte naam gevraagd.”.

(Edwin Struis, Vijftig tinten Struis – Op reportage in de voetbaljungle, UItgeverij De Kring, 2014, blz 185-186)