Close

August 19, 2014

De “Cruyff-turn”: de kap-achter-het-standbeen

“Cruijff de uitvinder noemen van de kap-achter-het-standbeen was historisch aanvechtbaar. Toch maakte hij eind jaren zestig in Nederland de schijnbeweging groot. Door de overtuigende manier waarop hij deze maakte. En doordat anderen de nadrukkelijkheid ervan opviel.

‘Ik heb ‘m die manoeuvre alleen op de linkerkant zien uitvoeren, waarschijnlijk omdat het een subtiele beweging is en hij er zijn rechterbeen als precisie-instrument bij nodig heeft’, schreef Nico Scheepmaker al in 1972 in zijn boek ‘Cruijff, Hendrik Johannes, fenomeen’. Volgens de Nederlandse dichter, journalist en columnist betrof het de Derde van de Vijf Gulden Handelingen: een ‘passeerbeweging-achter-het-standbeen-om’.

Cruyff turn

Over het waarom achter de beweging schreef Scheepmaker niet. Maar het had te maken met het standbeen van de verdediger. De latere Cruijff zou dat als volgt beredeneren:

a. met je standbeen kun je niet reageren,

b. dreigen met een voorzet dwingt de verdediger te kiezen voor een standbeen,

c. met een kapbeweging achter je eigen standbeen passeer je automatisch aan de kant van het standbeen van de verdediger.

Het logische gevolg van de combinatie a-b-c maakte dat de passeerbeweging in principe niet te verdedigen was. Niet voor niets betitelden de Engelstalige media Cruijff na het WK van 1974 als ‘Pythagoras op voetbalschoenen’ en kreeg de kapbeweging achter-het-standbeen na de live-betiteling van de BBC-verslaggever als ‘a beautiful dummy’ in de jaren daarna de officiele naam ‘Cruyff-turn’.

Maar daarnaast waren het podium – het wereldkampioenschap voetbal, over de hele wereld bekeken door miljoenen televisiekijkers – en de reacties van Olsson ook van cruciaal belang. Dat werd heel duidelijk in de herhaling. Kijk, daar staat de R van Replay rechtsboven al in het beeldscherm.

R

Cruijff, zo’n vijf meter verwijderd van de achterlijn, heeft de door Haan gegeven bal niet direct onder controle. Maar op het moment dat de Zweedse verdediger Jan Olsson naar de bal stapt, tikt Cruijff deze weg en draait hij zijn lichaam een halve slag. Zo heeft hij de bal voor zich en tegenstander Olsson in zijn rug.

Hij tikt de bal weer iets van zich af. Olsson wacht. Zet Cruijff voor met rechts, dan blokt hij de voorzet. Het lichaam van Cruijff telefoneert deze actie. Olsson, staand op zijn rechterbeen, reageert. Cruijff kapt de bal achter zijn linkerbeen langs. Olsson wendt zijn gezicht juist de andere kant op. Cruijff draait het lichaam een halve slag. Olsson probeert te herstellen, maar struikelt over zijn standbeen en valt achterover. Cruijff is langs hem. Olsson begrijpt nog steeds niet precies wat er is gebeurd.”

(Arthur van den Boogaard, Zo Speelden Wij – Nederland in veertien legendarische voetbalwedstrijden, Uitgeverij Atlas Contact, Amsterdam/Antwerpen 2014, blz)