Close

July 14, 2014

“Voetbal gaat nu te snel voor het brein”

nelinho

“‘Elk nadeel heb z’n voordeel’, zei Johan Cruijff ooit. Voor Nelinho was dat voordeel dat het bankzitten hem gelegenheid bood het Nederlandse totaalvoetbal van nabij te observeren. ‘Ik herinner me alles van dat duel’, reageert hij […]. De Hollandse speelstijl vertegenwoordigde de laatste essentiele voetbalrevolutie. Ze waren technisch en tactisch zo goed met al hun voortdurende positiewisselingen.

Het zou voor het voetbal beter zijn geweest als Nederland in 1974, en wellicht ook in 1978, wereldkampioen was geworden. De attractieve, dominante en revolutionaire stijl van spelen zou een voorbeeld voor andere landen zijn geweest. Maar je weet hoe het gaat: als innovatie niet leidt tot resultaat, denken mensen al snel: ‘Mooi, maar niet effectief.’ Aan het eind van de dag telt slechts de winst, dan wordt de balans opgemaakt. Daarom ben ik zo blij met het huidige Barcelona, want dat combineert schoonheid met het winnen van nogal wat trofeeen.’

Tussen het voetbal anno 1974 en dat van nu zit een hemelsbreed verschil. Terugkijkend naar een WK-duel tijdens West-Duitsland 1974 lijkt het speeltempo soms zo traag dat je je afvraagt of de dvd wel op de juiste snelheid wordt afgespeeld. Nelinho lacht bij het aanhoren van mijn analyse. ‘De toegenomen snelheid van het spel en de toegenomen fysieke kracht van de spelers vertegenwoordigen in feite de enige evolutie in het voetbal in de laatste veertig jaar. In 1974 was de afstand die de voetballer in een wedstrijd aflegde zo’n vijf kilometer. Dat is nu tien tot elf kilometer.

Deze revolutie resulteerde overigens in flink kwaliteitsverlies. Dat komt doordat de voetballers geen tijd meer hebben om na te denken; het spel gaat daarvoor te snel. In de jaren zeventig en tachtig had je nog tijd om te checken waar de medespelers zijn om vervolgens te plannen wat de beste optie was om de bal naartoe te spelen. Omdat het spel nu te snel gaat voor het denkvermogen van de gemiddelde voetballer wordt er enorm veel balverlies geleden. Daardoor zie je ook minder creativiteit. Alleen uitzonderlijk intelligente spelers als Messi of Neymar hebben het razendsnelle denkvermogen om nog creatief te kunnen zijn. Dat zijn de Einsteins van het huidige voetbal.

En omdat het spel te snel gaat voor het brein van de meeste spelers proberen de coaches dat te compenseren door op de training te werken aan vaste spelpatronen, het inslijpen van automatismen. Dan hoeft de speler tijdens de wedstrijd niet al te veel na te denken. Als gevolg daarvan lijkt het spel vaak wat mechanisch. De voetbalintelligentie ontbreekt.’ Dan onderbreekt Nelinho zichzelf om de volle aandacht op zijn volgende uitspraak te vestigen: ‘Soms zit ik naar de televisie te kijken, het spel gaat soms zo snel dat ik uitgeput raak door al dat gehol.’ Hij heeft overigens geen suggesties om het futebol bonito (mooie voetbal) door wijziging van de spelregels weer terug te krijgen. ‘Barcelona toont aan dat het nog wel degelijk mooi kan’, zegt hij. ‘Ook al speelt Messi daarin een voorname, eigenlijk oinvervangbare rol.’”

(Ernest Landheer, God is een Braziliaan – Hoe een voetbaldroom elk WK beheerst, Edicola Publishing, Deventer 2014, blz 140-142)