Close

July 17, 2014

Hoe “valsvlaggen” in het lagere amateurvoetbal kan worden bestreden

linesman

“Na de rust […] gebeurt er iets geks. De spelers van de rivaliserende dorpsclubs wisselen van speelhelft, maar de grensrechters niet. In het Nederlandse amateurvoetbal staan de clubvlaggers altijd aan de kant van hun eigen ploegje. Dat betekent dat ze in vrijwel alles buitenspel zien, waardoor de club continu wappert en de gemiddelde scheidsrechter zijn zogenaamde assistenten nooit echt kan vertrouwen.

In mijn beste Spaans vraag ik aan een supporter langs de lijn of de grensrechters nu ook niet van helft moeten wisselen. Hij verstaat me wel, maar begrijpt me niet. Wisselen? Waarom zouden ze?

Even later krijgt een spits de bal op het randje van buitenspel aangespeeld en verdomd als het niet waar is: de grens steekt zijn vlag de lucht in. Heeft die vent nou net werkelijk zijn eigen speler een geweldige scoringskans ontnomen? Ik sta versteld, maar wie weet is dit wel de remedie tegen valsvlaggen. Want zouden grensrechters zich twee helften totaal verschillend durven te gedragen? Een helft voor alles vlaggen en de andere helft voor niets is wat al te opvallend. Bovendien doorbreekt het niet wisselen van speelhelft het ingesleten gedragspatroon van altijd maar die arm de lucht insteken.

Bij terugkeer in het koude Nederland moet ik het misschien eens een keertje uitproberen. Ik ben benieuwd of de grensrechters er warm voor lopen.”

(Menno Fernandes, De scheids, Uitgeverij Podium, Amsterdam 2014, blz 65-66)