Close

July 13, 2014

De Wet van Pele

gilmar

“In 1995 stelde de toenmalige Braziliaanse minister van sport, Pele, voor om een overkoepelende organisatie voor de AGAPs [Associacao de Garantia ao Atleta Profissional] op te richten, FAAP [Federacao das Associacoes de Atletas Profissionaeis] genoemd. Inmiddels is in de helft van de 26 staten een AGAP, onder meer in Sao Paulo, die toen werd geleid door de voormalige Braziliaanse topkeeper Gilmar (wereldkampioen in 1958 en 1962). De oud-doelman overleed in 2013. Drie jaar later wordt Pele’s voorstel bevestigd in een wet, vanaf dan de Wet van Pele genoemd. Piazza wordt voorzitter van de nieuwe organisatie.

‘In Brazilie zijn 800 professionele clubs’, stelt Piazza. ‘Dat betekent dat er zo’n 16.000 profs zijn, waarvan ongeveer 10.000 bij ons staan geregistreerd. Slechts 200 van die clubs worden goed bestuurd. Daarbij spelen veel teams maar zo’n vier tot vijf maanden per jaar. Als je dat doorberekent, betekent het dat twintig procent van de voetballers redelijk kan rondkomen van hun salaris. Dat zijn er dus rond de 3.000, een minderheid. Daarbij genieten veel spelers hooguit vijf jaar een profsalaris, want de loopbaan van de meesten duurt niet veel langer. Via FAAP en de hieraan gekoppelde regionale organisaties proberen wij de meer armlastige profs te helpen. Meestal bij het assisteren van een medisch plan voor hem en zijn familie. Daarbij hebben wij diverse programma’s lopen om de voetballers te begeleiden bij het volgen van een opleiding. Vorig jaar hielpen wij landelijk meer dan 1.200 huidige en voormalige spelers, inclusief enkele oud-internationals. Zo begeleiden wij Marinho Chagas, die op het WK 1974 mijn teammaat was. Zijn hele medische plan wordt door ons gefinancierd. ook assisteerden wij Felix, de oud-doelman van het WK in 1970. Helaas ontviel hij ons in 2012.

Iedereen ziet tegenwoordig grootverdieners als Neymar, Messi of Christiano Ronaldo. Maar die vertegenwoordigen slechts een kleine minderheid die heel veel verdient. Ik zeg altijd: ‘In het voetbal verdienen weinigen veel, terwijl velen maar weinig verdienen.’ Dat is jammer, want voetbal is een teamsport. Het collectief staat centraal. Geen speler kan alleen een wedstrijd winnen. Geen Pele, geen Garrincha, geen Ronaldinho. De groep is belangrijk, je wint samen en je verliest samen. Daarom is het zo jammer dat de echte sterren vaker dan vroeger steeds meer aan hun eigenbelang denken. Ze worden buiten het veld steeds individualistischer in hun drang om steeds meer inkomsten voor zichzelf te genereren. In Brazilie kan maar twintig procent van de profvoetballers zeggen: ‘Ik kan financieel behoorlijk rondkomen.’Ronaldo of Ronaldinho hoor ik daar nooit over. Hun solidariteit gaat niet verder dan de eigen portemonnee. Dat is betreurenswaardig.”

(Ernest Landheer, God is een Braziliaan – Hoe een voetbaldroom elk WK beheerst, Edicola Publishing, Deventer 2014, blz 109-110)