Close

July 20, 2014

De beginnersfout van een speler/coach

brinkman

De Amsterdamse Hockey & Bandy Club heeft in augustus 1998 een wereldprimeur. Voor het eerst in de hockeygeschiedenis staat een speler/coach aan het hoofd van een topteam. De verwachtingen van deze ‘brutale en creatieve oplossing’ zijn hooggespannen. De media vergelijken Jacques met stervoetballer Ruud Gullit, die bij Chelsea eenzelfde rol heeft, en speculeren op grote successen.

[…]

Als speler/coach kan Jacques niet werken met een ‘klassiek’ begeleidingsteam. Hij heeft een assistent-coach nodig die op de bank de wissels doet, maar niet de inhoudelijke coaching van de eindverantwoordelijke op het veld overneemt. Dat moet dus iemand zijn die hem snel begrijpt, die aan een half woord genoeg heeft en vanaf de bank ‘niet de verkeerde dingen gaat roepen’. Hij kiest voor zijn broer Richard.

[…]

Terugkijkend vindt Jacques dat hij bij de samenstelling van het begeleidingsteam grote fouten heeft gemaakt. Als beginnend coach heeft hij de behoefte zich te omringen met mensen die hij goed kent en vertrouwt. Naast broer Richard stelt hij zijn zwager Martin Staffhorst aan als manager. Dat was verkeerd realiseert hij zich nu. ‘Daardoor ontstond eigenlijk meteen een soort eenheid, een soort blok. Als coach moet je juist ook tegenspraak organiseren, je moet je omringen met mensen die tegen je in durven te gaan, die weerklank bieden. Dat weet ik met de ervaring van nu; dat was toen echt een beginnersfout.’

Uiteindelijk wordt elke coach afgerekend op resultaten. Speelwijze, tactiek, spelers beter kunnen maken, het zijn essentiele onderdelen die de kwaliteit van een coach bepalen. Maar aan het eind van de wedstrijd wordt eerst naar de uitslag gekeken. Valt die een paar keer tegen, dan begint het gedoe. Bankzitters gaan morren, de vijfde colonne begint te smoezen, de druk op de coach en het bestuur neemt toe. Zo gaat dat in topsport, dus ook in tophockey. Zeker een beginnende coach heeft tijd nodig, moet fouten mogen maken en moet zijn werkwijze nog uitbetaald zien in prachtige overwinningen en prijzen.”

(Jos Frijters, Jacques Brinkman – tot het uiterste gedreven, Voetbal International 2014, blz 163, 168-171)