Close

July 2, 2014

Alemao en Branco: de blanke en de blonde

alemao

“Ricardo Rogerio de Brito werd op 22 november 1961 geboren in Lavras, een stad in het zuiden van de provincie Minas Gerais. De plaats ligt zo’n 230 kilometer van de provinciale hoofdstad Belo Horizonte. Zoals de meeste Braziliaanse voetballers is Alemao van eenvoudige komaf. Zijn vader werkte als magazijnmeester in een depot met reserve-onderdelen voor treinen. In zijn vrije tijd speelde hij voor het lokale team van de spoorwegmaatschappij.

Alemao heeft drie zussen en twee broers. Over zijn bijnaam zegt hij: ‘Er kwam een Duitser bij de spoorwegmaatschappij werken. Hij had, net als ik, fel blonde haren. Daarom noemden zijn collega’s hem Alemao, Duitser in het Portugees. Op een dag kwam mijn vader thuis en zei tegen mij: “Ola Alemao (Hoi Duitser)!” Het begon als een grap, maar ik kwam daarna nooit meer van die bijnaam af. Want vanaf dat moment werd ik thuis niet langer Rogerio genoemd, mijn eigenlijke voornaam. Ik heette nu Alemao. Ik was toen een jaar of vijf.’”

“Claudio Ibrahim Vaz Leal werd geboren op 4 april 1964 in Bage, een klein stadje in het zuiden van Brazilie tegen de grens met Uruguay aan. Zijn vader was timmerman. ‘Aanvankelijk werkte hij voor de gemeente’, zegt Branco, ‘maar het salaris was te pover om het gezin goed te kunnen onderhouden, daarom zette hij zijn eigen bouwbedrijf op. Vanaf veertienjarige leeftijd begon ik mijn vader te helpen in de zaak. ‘s Ochtends ging ik naar school en ‘s middags hielp ik mijn vader vooral als loopjongen.’
[…]
Als tiener krijgt hij de bijnaam Branco. ‘Ik speelde in een zaalvoetbalteam. Aimore genoemd’, legt hij uit. ‘Alle spelers waren zwart. Ik was de enige blanke, wat branco betekent in het Portugees. Telkens riepen mijn teammaats: “he branco, hier die bal”. Dat bleef toen zo. Vandaar Branco.”

(Ernest Landheer, God is een Braziliaan – Hoe een voetbaldroom elk WK beheerst, Edicola Publishing, Deventer 2014, blz 248-249, 266)