Close

June 17, 2014

Voetballerinterviews

kaka

“Ik heb nooit in de veronderstelling geleefd dat de meeste voetballers bijzondere inzichten hebben. Ik ken een collega die denkt dat je alleen door met een echte voetballer te praten, waarheden over het spel kunt doorgronden. […] Daar geloof ik niet in. Ik geloof wel dat je waarheden over het spel kunt doorgronden door met Arsene Wenger of Guus Hiddink te praten, als ze je althans iets willen vertellen. Ik geloof niet dat je die waarheden kunt doorgronden door met Lionel Messi te praten.

Nu ik veertiger ben, heb ik de jacht op voetballerinterviews zelfs bijna opgegeven. Het is gewoon de vernedering niet waard. Soms belt een blad en vraagt: ‘Kun je een interview krijgen met die en die?’ Ik zeg altijd: ja, dat kan. Als je wekenlang e-mails of faxen wilt versturen die op de een of andere manier nooit aankomen, voetbalmakelaars om gunsten wilt smeken, buiten het hek van koude trainingscomplexen wilt rondhangen en je ziel aan schoenensponsors wilt verkopen, dan krijg je uiteindelijk een interview met X. Waarschijnlijk komt hij uren te laat met zijn entourage opdagen, zegt: ‘Hopelijk winnen we zaterdag’ en raast weer weg in zijn rode sportwagen.

Een andere collega van me diende ooit als vertaler voor de nieuwe Real Madrid-aankoop Michael Owen. Met Owen reed hij naar de persconferentie waar de spits zou worden gepresenteerd. In de auto vroeg mijn collega welke boodschap Owen aan de verzamelde wereldmedia wilde overbrengen. Owen leek verrast door de vraag. Toen onthulde hij het geheim: ‘Het doel’, zei hij, ‘is niets te zeggen.’

Ik woon in Parijs en laatst zag ik toevallig een interview met Franck Ribery op de Franse tv. Het was een wereldprestatie nietszeggen: ‘We hebben goed gespeeld… Volgende week weer een belangrijke wedstrijd… Hopelijk winnen we… Alleen het team is van belang…’ Hij klonk als een machine. Dit soort onzin stelt de interviewer vaak nog tevreden ook. Veel bladen en tv-zenders vinden de inhoud amper belangrijk. Wat zij aan het publiek willen tonen is toegang tot de voetballer – of in elk geval de schijn van toegang. Dat verkoopt. In 2008 had ik een nietszeggend interview op Milanello, het trainingscomplex van AC Milan, met Kaka. Ik heb het geloof ik aan bladen in acht landen verkocht.”

(Simon Kuper, Mannen van de bal – Portretten van de schelmen, genieen, artiesten en krachtpatsers die het wereldtoneel van het voetbal donmineren, Nieuw Amsterdam Uitgevers, 2014, blz 9-10)