Close

June 28, 2014

Van Total Football naar Total Movement

“Leao was altijd al een fan van het Total Football, dat het Nederlands elftal op het WK 1974 liet zien. De toekomst is volgens de coach nu echter aan Total Movement (totale beweging), zoals hij het noemt. Leao heeft dat afgekeken van het volleybal. ‘Daarin draait alles om herhaling’, legt de coach uit. Waarna hij er in het Engels aan toevoegt: ‘Practice is the master of all!’

De verdedigende structuren in het volleybal zijn strak georganiseerd. Maar aanvallend is er veel vrijheid en zijn er veel positiewisselingen. Dat vereist dat alles als een eenheid en synchroon moet functioneren. Bij voetbal ligt tegenwoordig in aanvallend opzicht te veel vast. In het Total Movement-systeem zou ik willen spelen met drie creatieve spelers. Twee buitenspelers en een achter de diepe spits. Deze spelers moeten uiteraard in verdedigend opzicht wel hun taken uitvoeren.’

Leao erkent dat het moeilijk zal zijn het systeem in de praktijk uit te voeren. ‘En zeker in Brazilie, want hier wordt in de jeugdopleiding veel te veel aandacht gegeven aan fysieke training, terwijl de techniek van veel jonge voetballers vaak te wensen overlaat. Nogal wat spelers hebben tegenwoordig zelfs moeite met het onder controle brengen van de bal. Het is belachelijk dat zoiets kan na jaren intensieve jeugdopleiding.

Verder spelen m.i. de spelersmakelaars een negatieve rol. Die hebben meestal een direct lijntje naar de voorzitter. Dat heeft als gevolg dat als een trainer een speler met een hoge transferwaarde op de bank zet – omdat die bijvoorbeeld zijn taken in het veld niet goed uitvoert – of wellicht een wat anoniemere rol geeft in het team, die makelaar direct aan de lijn hangt bij de voorzitter. Die wordt op zijn beurt bang dat die financieel waardevolle speler in marktwaarde daalt als hij op de bank zit en wellicht zelfs een transfer zal proberen te forceren, waardoor zijn marktwaarde nog verder omlaag gaat. Op die manier heeft een speler soms meer macht dan een trainer en wordt het moeilijk voor de trainer die speler te coachen. Sommige spelers zijn namelijk snel op hun tenen getrapt en lopen dan klagend naar hun makelaar, die vervolgens de voorzitter belt. Dit alles zorgt ervoor dat Total Movement niet direct op de velden te zien zal zijn. Vooral omdat uitgerekend intelligente, creatieve spelers die voor zo’n soort systeem noodzakelijk zijn, vaak een hogere marktwaarde hebben en daarom, zeker met een makelaar die alleen op geld uit is als rugdekking, moeilijker coachbaar zijn. Voetbal bestaat niet meer, het is business geworden. Meer niet.’”

(Ernest Landsheer, God is een Braziliaan – Hoe een voetbaldroom elk WK beheerst, Edicola Publishing, Deventer 2014, blz 120-121)