Close

June 19, 2014

Spelershandel: “economische” en “federatieve” rechten

ninosfutbolista

– “Ik zet opnieuw de aanval in: ’Ik heb inmiddels besloten om de jongen te kopen. Eentje van elf die vreselijk goed speelt.’

‘Wat jij wilt gaan doen is een enorm risicovolle investering.’

– ‘Gekkenwerk?’

‘Het is gekkenwerk als je niet bepaalde minimale voorzorgsmaatregelen neemt. Tenzij het om een heel geringe investering gaat. Wat wij soms doen om de speler te helpen zonder hem echt te kopen is de jongen min of meer in de gaten houden. Dan is het niet nodig dat ik hem koop, maar ik heb wel bepaalde invloed. Wat jij kunt doen is de speler bij een club laten spelen, hem lid laten worden van een club. Maar zorg ervoor dat jij over de noodzakelijke documenten beschikt om hem daar weg te kunnen halen en ergens anders te kunnen plaatsen. Zo niet, hoe kan je dan je economische rechten laten gelden? Om economische rechten te genereren moet er sprake zijn van verkoop van de speler. En om een deel te kunnen innen of aan een derde te kunnen geven moet je iets in handen hebben, moet je rechtsgeldige documenten hebben.’

– ‘Bestaat er een akte die het recht geeft te zeggen: deze jongen is van die en die persoon?’

‘Er staat niet: “deze jongen is van die en die persoon”, dat niet. Maar je kunt wel de economische rechten bezitten die inherent zijn aan die en die speler, rechten die door een transfer worden gegenereerd. Als de jongen nog niet van een club is, kun jij zijn economische rechten krijgen, maar het gevaar bestaat altijd dat hij zich vrijwillig bij een club inschrijft en dan ben je hem kwijt. Dus waar jij voor moet zorgen is een document dat erkend wordt door de speler en de club die zijn federatieve rechten gaat registreren.’

– ‘Sinds wanneer begonnen spelers meer van particulieren dan van clubs te zijn?’

‘Jouw probleem is dat het aan voetbal gerelateerde zakendoen, voornamelijk het transfereren van spelers, eigenlijk mensenhandel is. Kijk, ik vertel altijd wat ik een keer heb gehoord van een zaakwaarnemer van de oude garde […]. Hij zei: onthoud dat de taart van een voetbaltransactie, het budget waarover een club beschikt die gaat contracteren, moet bestaan uit: een stuk voor de club die de speler eerst had, dat kost zoveel; de kosten van de transfer, die bedragen zoveel; hoeveel de speler zal verdienen in de periode dat hij bij de club zit, zoveel; hoeveel de commissie bedraagt, zoveel… Op een gegeven moment ontstaat er dan een belangenconflict, want als je meer aan transferkosten kwijt bent, wil je minder salaris betalen en als je meer salaris wilt betalen, zul je minder commissie uitkeren. Het gaat in deze business om een fragiel evenwicht. En tegelijkertijd moet je rekening houden met de goedkeuring van de drie “poten”, namelijk de verkopende club, de speler en de club die de aanschaf doet.’

(Juan Pablo Meneses, Golden boys – De meedogenloze jacht op het nieuwe voetbaltalent, Uitgeverij Thomas Rap, Amsterdam 2014, blz 145-147)