Close

June 22, 2014

Louis van Gaal over de voetbalspelregels

“Op dit moment is de situatie zo dat scheidsrechters bepalend worden voor het resultaat. En dat kan natuurlijk nooit de bedoeling zijn.”

Buitenspel

“Vooral grensrechters hebben door het snellere voetbal van deze tijd niet meer het vermogen om het moment te bepalen waarop de bal wordt gespeeld. Waarom gaat de FIFA niet mee met de moderne tijd? Het American Football toont ook aan dat arbitrage met de hulp van de computer een verbetering kan zijn. Het is juist erg makkelijk om via de computer spelsituaties te registreren en dit de scheidsrechter, die een oordopje draagt, te melden. Daarmee bescherm je pas echt het aanvallende voetbal.”

Intrap

“Een inworp moet in het voordeel van een team zijn, maar meer dan de helft van de inworpen komt bij de tegenpartij terecht. Een inworp is heel makkelijk te verdedigen. En het is ook wat vreemd. Het is voetbal, dus waarom zouden we ineens onze handen gebruiken om een bal in te werpen? Het moet een intrap worden. Dat is beter, omdat de verdedigende ploeg de bal dan niet zo snel over de zijlijn zal schieten. Een intrap verplaatst het spel sneller, dat is ook attractiever.”

N.B. De intrap kwam al voor in de oudste voetbalspelregels; toen was er nog helemaal geen sprake van een inworp. In “The Simplest Game” Rules van Uppingham School (1860) luidde de regel dat “Whenever a ball is kicked beyond the side-flags, it must be returned by the player who kicked it, from the spot where it passed the flag line in straight line towards the middle of the ground.” In de Football Association Rules van 1863 werd bepaald dat “When the ball is in touch, the first player who touches it shall throw it from a point on the boundary line where it left the ground in a direction at right angles with the boundary line, and it shall not be in play intil it has touched the ground.” In the Sheffield Association Rules (1870) kwam de intrap nog voor. In 1878 is definitief voor de inworp gekozen. De inworp is kennelijk ontstaan doordat
men de bal oppakte buiten de zijlijn waar dat toegestaan is en om tijd te winnen meteen ingooide. De speler die het eerst bij de bal was, mocht dat doen.

Sudden death

“Penalty’s zijn een loterij. Ik zie liever een gladiatorenwedstrijd. Tijdens een verlenging moet elke ploeg om de vijf minuten een speler naar de kant halen. Na 95 minuten wordt het dus tien tegen tien en na 100 minuten minuten negen tegen negen. Vanaf de 115de minuut moet er een zes-tegen-zessituatie staan. Is er na 120 minuren nog geen winnaar, dan valt de beslissing via de zogeheten golden goal. Zo neemt de kans toe dat de beste club aan het langste eind trekt.”

Twee scheidsrechters

“In het huidige voetbal is het buitengewoon moeilijk te constateren of een speler buitenspel staat. Het spel is tegenwoordig sneller en het is praktisch onmogelijk met het blote oog waar te nemen op welk moment de bal wordt gespeeld en waar dan de aanvallers staan. Niemand kan die momenten in een oogopslag zien. We hebben een tweede scheidsrechter nodig, net als bij basketbal en ijshockey.”

“Ik pleit voor twee scheidsrechters in het veld, zodat men dan het hele veld kan overzien en er altijd een scheidsrechter in de rug van een speler zit. Op die manier voorkom je dat spelers buiten het gezichtsveld van de scheidsrechter overtredingen begaan.”

N.B. In de Harrow School Rules (1860-1863) was bepaald dat “There must always be two umpires in a match.” De Sheffield Association Rules (1870) schreven voor: “each umpire to referee in that half of the field nearest the goal defended by the party nominating him”. Vervolgens werd een scheidsrechter (referee) toegevoegd op wie de umpires zo nodig een beroep konden doen. De scheidsrechter bevond zich toen nog fysiek buiten de lijnen. In 1891 werden de rollen omgedaaid, toen de scheidsrechter het veld op kwam en de umpires werden tenslotte grensrechters, de huidige assistent-scheidsrechters (buiten de lijnen).

(Jan Dijkgraaf, Louis van Gaal in zijn eigen woorden, BBNC uitgevers, Amersfoort 2014, blz 98, 101, 102, 107, 108)