Close

May 8, 2014

Toen de “cornergoal” nog verboden was

cornergoal

“Het gebeurde op een donkere woensdagmiddag, in de novembermaand van het jaar 1922, op een locatie met de schitterende naam Champion Hill, in groot-London. Daar, op het veld van […] Dulwich Hamlet FC, speelde de thuisploeg tegen St. Albans City FC, ook een amateurclub. Het betrof een wedstrijd uit de vierde ronde van het kwalificatietoernooi voor de FA Cup. Dat beide teams aan elkaar gewaagd zouden blijken, kon worden voorspeld; een week eerder stonden de clubs ook al tegenover elkaar, toen op het veld van St. Albans. Die wedstrijd was geeindigd in een 1-1 gelijkspel. Waarbij over de late gelijkmaker van Saint Albans nog lang werd gediscussieerd; het doelpunt was gemaakt via een inswinger*, een hoekschop waarbij de bal met een fraaie curve rechtstreeks in het doel van Dulwich Hamlet was beland, zonder dat iemand van St. Albans de bal onderweg nog had kunnen beroeren. Tenminste, dat beweerde iedereen van Dulwich Hamlet. Tot 1924 werden doelpunten gemaakt vanuit een ‘corner kick’ zonder dat een speler de bal had aangeraakt voordat deze in het doel zeilde, afgekeurd. De referee had het in dit geval anders gezien. Eindstand dus: 1-1. Nieuwe wedstrijd [replay] zeven dagen later, op Champion Hill.”

(Tom Egbers, Tien helden en een hond – Een elftal verhalen, Uitgeverij Thomas Rap, Amsterdam 2014, blz 121-122)

* “Een corner kan worden genomen als inswinger of outswinger. Beide zijn boogballen tot voor het doel. De outswinger wordt getrapt met het “goede” been, d.w.z. bij een hoekschop op links met de binnenkand van de wreef van de linkervoet. De outswinger draait weg van het doel. Inswingers kunnen op twee manieren worden gegeven: hetzij ouderwets, met het “verkeerde” been, dus op links met het rechterbeen, d.w.z. met een aanloopje vanchter de hoekvlag vandaan (binnenkant wreef), hetzij met de buitenkant van de wreef van het “goede” been, dus op links met het linker been. Het laatste is technisch veel moeilijker uitvoerbaar [vgl. het befaamde voorzetje vanaf links van Johan Cruijff!] en bovendien wil de hoekvlaggestok [die reglementair niet even mag worden verwijderd] nog wel eens in de weg zitten. De inswinger draait richting doelmond en is daarom eigenlijk ook de enige methode om rechtstreeks uit een corner te scoren. “Corner goals” zijn dus geoorloofd: de hoekschop is een directe vrije schop, maar vanaf een vast punt (net als trouwens [beginschop], strafschop en doelschop). […]

Bij de in- en outswinger gaat het om hoge, eventueel effectvolle lobs oftewel voorzetten die een kopkans bieden. Ter hoogte van de eerste paal gericht kan de outswinger goed zijn voor een kopbal in de korte hoek van het doel door een instormende aanvaller of middenvelder. Ook kan de bal worden terug[gekopt] of doorgekopt (slippertje! [E. glancing header: de kruin van het hoofd schampt even de bal]) tot voor het midden van het doel [of zelfs in het doel [specialiteit van Uwe Seeler].” (Rob Siekmann, Moderne Voetbaltheorie, Uitgeverij Het Spectrum,Utrecht / Antwerpen 1980, blz 95-96)