Close

May 6, 2014

Sport en politiek: de gemanipuleerde baanindeling tijdens de finale van de achten op de Olympische Spelen van 1936

ulbrickson

“En dan was eer nog de kwestie van de wedstrijdbaan. Op 5 augustus had [de Amerikaanse roeicoach] Ulbrickson een luidruchtige, meertalige en voor de betrokkenen grotendeels onbegrijpelijke woordenwisseling gehad met vertegenwoordigers van de Federation Internationale des Societes d’Aviron (FISA) en Duitse Olympische officials. Het parcours bij Grunau was zes banen breed, maar de buitenste twee banen, de banen vijf en zes, stonden zodanig bloot aan de op de Langer See heersende winden dat er in die banen soms bijna niet te roeien viel. Eerder die dag had Ulbrickson zelfs een training afgeblazen, omdat hij zijn jongens het risico van verdrinking op een van de buitenbanen niet wilde laten lopen. De banen een tot en met drie daarentegen eindigden zo dicht op de zuidelijke oever van het meer dat het grootste deel van het traject beschut was. De ongelijkheid maakte dat de kansen voor de deelnemers zeer ongelijk verdeeld waren. Als het op de wedstrijddag waaide, zouden degenen die baan vijf en zes toegewezen hadden gekregen een handicap van grofweg twee bootlengtes moeten zien goed te maken op degenen in de binnenste banen. Ulbrickson wilde dat de twee buitenste banen niet zouden worden gebruikt. Hij wees erop dat in alle eerdere Olympische roei-evenementen zowel de voorwedstrijden als de finales met vier boten waren gevaren. Maar na een lange, verhitte woordenwisseling trok Ulbrickson aan het kortste eind. Alle zes de banen zouden worden gebruikt.

[…..]

Al Ulbrickson wist nu tegen welke ploegen hij het de volgende dag in de strijd om de gouden plak zou moeten opnemen – Italie, Duitsland, Groot-Brittannie, Hongarije en Zwitserland. Maar toen hij ging kijken welke baan hem was toegewezen, wachtte hem een onaangename verrassing. Het Duitse Olympische Comite – onder aanvoering van Heinrich Pauli, de voorzitter van de roeiafdeling van de Reichsbund fur Leibesubungen [context: Hitler-Duitsland] – en de internationale roeifederatie – geleid door Rico Fioroni, een Italiaanse Zwitser [context: Mussolini-Italie] – hadden nieuwe regels ingesteld voor de baanindeling, regels die nog niet eerder in Olympisch verband waren toegepast. Ulbrickson begreep de formule niet en tot op de dag van vandaag is niet duidelijk hoe hij werkte en zelfs niet of je het wel een formule kon noemen. De uitkomst was het tegenovergestelde van de gebruikelijke formule, waarbij de als snelste geplaatsten de gunstigste banen toegewezen kregen en de tragere ploegen genoegen moesten nemen met de ongunstigste banen. In dit geval waren, zoals iedereen in Grunau inmiddels pijnlijk duidelijk was geworden, de gunstigste banen de beschutte banen die het dichtst langs de oever liepen -de banen een, twee en drie – en de minst aantrekkelijke de banen vijf en zes, meer naar het midden van het breedste gedeelte van de Langer See. Ulbrickson was ontzet en woedend toen hij de baanindeling zag: baan 1: Duitsland [vgl. Hitler-Duitsland], baan 2: Italie [vgl. Mussolini-Italie], baan 3: Zwitserland, baan 4: Hongarije, baan 5: Groot-Brittannie en baan 6: U.S.A. De indeling was bijna volmaakt tegenovergesteld aan wat hij op basis van de kwalificatietijden had verwacht, benadeelde de meest getalenteerde en snelste boten en bezorgde de langzamere boten een enorm voordeel. Het stonk aan alle kanten en was precies waar hij bang voor was geweest toen hij het parcours in Grunau voor het eerst inspecteerde. Als er de volgende dag ook maar enige tegenwind of zijwind zou staan, zouden zijn jongens, om gelijk te komen met de rst van het veld, tot wel twee volle lengtes moeten goedmaken.”

(Daniel James Brown, De jongens in de boot – De legendarische acht van 1936, Uitgeverij Thomas Rap, Amsterdam 2013, blz 404-405, 419)