Close

May 5, 2014

(Protected) ranking in het proftennis

“De prestatie van een tennisser wordt getoetst aan zijn optreden van een jaar eerder. Als iemand in week acht bijvoorbeeld twintig punten scoort en een jaar later meer, dan stijgt die tennisser op de wereldranglijst. Zijn het er minder, dan daalt hij. Heeft een speler ten opzichte van het vorige jaar helemaal geen punten te verdedigen, dan stijgt hij sneller. Ook de prestaties van de concurrentie zijn van invloed op de ranking van een speler. Soms kan iemand na verlies in de eerste ronde toch stijgen, omdat spelers bij hem in de buurt kennelijk meer punten hadden te verdedigen. In 2013 won Nadal opnieuw Roland Garros, maar werd hij op de wereldranglijst ingehaald door verliezend finalist Ferrer. De laatste was het jaar daarvoor halve finalist en scoorde meer punten ten opzichte van 2012. Nadal verdedigde met succes zijn titel, maar behaalde daarmee hetzelfde aantal punten.

De positie op de wereldranglijst bepaalt aan welke toernooien een speler mag meedoen. Het grote geld wordt verdiend op de ATP-toernooien. Je hebt ze op drie niveaus: 250 (bijvoorbeeld het grastoernooi van Den Bosch), 500 (Rotterdam) en 1000 (onder andere Madrid en Rome). De getallen staan voor het aantal punten dat de winnaar verdient voor de wereldranglijst. Het prijzengeld van een 1000-toernooi (er zijn er slechts negen in de wereld, vroeger werden ze ook wel Super 9-toernooien genoemd, tegenwoordig spreken we van de Masters Series) is hoger dan bij een 250-toernooi. Of een speler mag meedoen aan een toernooi in de Masters hangt af van zijn ranking. Een plek bij de beste vijftig van de wereld garandeert in de praktijk wel zo’n beetje toegang tot alle toernooien. Anders is er altijd nog de mogelijkheid om eerst kwalificatiewedstrijden te spelen. In de hierarchie staan boven de ATP-toernooien alleen de ATP World Tour Finals (het officieuze wereldkampioenschap) en natuurlijk de grand slams (Melbourne, Parijs, Londen en New York); De Champions League van het tennis. De winnaar van een grand slam is in een klap miljonair.”

“Op de site van de ATP wordt van alle spelers de ranking-historie bijgehouden. Rond maart 2006 heeft Verkerk nog slechts een streepje achter zijn naam staan. Op 3 april 2006, na het toernooi in Napels, wordt hij genoteerd als nummer 1940.

Toch maakt hij zich over die ranking niet al te druk.Als een speler voor langere tijd geblesseerd is geraakt, kan hij een beroep doen op de zogenaamde protected ranking. Die houdt in dat Verkerk binnen acht maanden acht toernooien mag spelen met in zijn geval een beschermde ranking van 37 van de wereld. Toen hij in juli 2004 geblesseerd raakte, was dat zijn positie. Verkerk kan door die regel toch de grote toernooien spelen, zonder afhankelijk te zijn van wildcards of kwalificatie. Zaak is wel om binnen die acht maanden zo veel mogelijk punten te verdienen zodat hij zichzelf weer nadrukkelijk op de kaart zet. Anders wacht opnieuw de jungle, de kelder van het tennis [satellites en futures] en het is maar de vraag of Verkerk dat nog wel kan opbrengen. Door te spelen in Napels gaat de periode van acht maanden in. Hij moet dus flink aan de bak.”

(Martin Vriesema, Extreem – Het ware tennisleven van Martin Verkerk, Nieuw Amsterdam Uitgevers, 2014, blz 45-46, 169-170)