Close

May 4, 2014

Leidt arbitraal gedoogbeleid tot nieuwe spelregel?

emancipator

In zijn boek “Association Foorball Match Control” (1978) noemt Stanley Lover vele voorbeelden van gamesmanship bij spelhervattingen (aftrap, doeltrap, hoekschop, strafschop, inworp en vrije schop). Het volgende geval wordt door hem echter niet vermeld. Was die praktijk destijds nog niet gangbaar?

“De andere spelers voldeden aan het gebruikelijke beeld. Ferry de Haan rende hard het strafschopgebied door en creëerde ruimte. Bosvelt werd keurig geblokkeerd door zijn tegenstander, zoals alle Freiburg-spelers binnen de regels bleven door overtredingen te maken waar buiten het strafschopgebied voor werd gefloten. (cursief RS) De standaardscrimmage voor een spelhervatting in de buurt van het doel.” (uit: Gerrit-Jan van Heemst, “De dag van Pim en Pierre”, Uitgeverij Amstel Sport, Amsterdam/Antwerpen 2009,p. 57)

Het ging hier om de situatie voorafgaand aan een directe vrije schop die van buiten het strafschopgebied werd genomen en wel de beroemde vrije trap van Pierre van Hooijdonk in de UEFA Cupuitwedstrijd tegen de Duitse club SC Freiburg in december 2001.

Dit blokkeren of “(uit)blokken” zie je tegenwoordig ook vaak bij hoekschoppen. De spelregels verbieden het niet met zoveel woorden, maar het is wel een vorm van obstructie. Het is de overtreding van “een speler in diens loop belemmeren” (spelregel 12), te bestraffen met een indirecte vrije schop.

De officiële Interpretatie bij deze spelregel luidt o.a.: “Er is sprake van belemmering, wanneer een speler zich in de loop van een tegenstander plaatst en hem hierdoor tegen zich aan laat lopen of af te remmen of hem dwingt van richting te veranderen terwijl de bal niet binnen speelbereik is van de betrokken spelers.”[NB: de vertaling is niet al te best! Het Engelse origineel: “Impeding the progress of an opponent means moving into the path of the opponent to obstruct, block, slow down or force a change of direction by an opponent when the ball is not within playing distance of either player.”]

De Interpretatie gaat dan verder met de volgende interessante toelichting:

“Alle spelers hebben recht op hun eigen positie op het speelveld; een tegenstander in de weg staan is niet hetzelfde als een tegenstander in de weg gaan staan,”

Het Engelse origineel spreekt van “All players have a right to their position on the field of play” enz. (cursief RS)

Dit klinkt wat juridischer dan in de Nederlandse vertaling. We komen als het ware terecht in de sfeer van “rechten en plichten” van spelers op het veld! Dit positionele recht van spelers, een recht tot bewegingsvrijheid kan echter tot lastige situaties leiden als twee tegenstanders van elkaar tegelijkertijd op dezelfde plaats willen gaan staan, zoals vooral bij hoekschoppen gebeurt. Ze gaan elkaar dan beiden in de weg staan. Ze begaan dus beiden een overtreding. Wat zeggen de regels dan? Is er een “meerdaadse samenloop”-bepaling in het voetbalstrafrecht te velde?

Over “Meer dan één overtreding die gelijktijdig plaatsvindt” en wel “Overtredingen begaan door spelers van verschillende teams” schrijft regel 12 een scheidsrechtersbal voor, maar als de bal nog niet in het spel is bij vrije trap of hoekschop is dat niet mogelijk.

Het “(uit)blokken” wordt meestal gedoogd door scheidsrechters. Het lijkt een ongeschreven regel dat het mag (een soort gewoonterecht?). Het is arbitraal gedoogbeleid. Bij hoekschoppen zie je dat als een verdediger een aanvaller bij voorbaat vasthoudt, de scheidsrechter wel vaak ingrijpt als een soort boksarbiter die “break!” roept. Hij kan dan waarschuwen “geel” te trekken als hij ermee doorgaat bij de daaropvolgende corner. De bal is dan dus nog niet in het spel. Hij kan dus geen strafschop geven voor vasthouden of duwen, of een indirecte vrije schop voor obstructie.

Uit het citaat hierboven wordt duidelijk dat als je zaken gaat gedogen, men – net als in de gewone maatschappij – gaat denken dat het mag volgens de spelregels, Er is echter geen regel die zegt dat wat buiten het strafschofgebied niet mag, juist daarbinnen wel zou zijn toegestaan! Dat is een misvatting.

Gamesmanship

“There is no clear dividing line between ‘gamesmanship’ and ‘cheating’. The common link is the intention to gain an unfair advantage. Endeavouring to gain an unfair advantage is clearly contrary to the spirit of the game.
[…]
Gamesmanship is not a new phenomenon in football. It can be said to have started in the 1890s when the players’ right to appeal for decisions was abolished. The referee was charged with the whole discipline and control of the game, with power to punish what he considered to be intentional fouls and to dismiss players.

By this time profesional football was established and growing in popularity. Paid players, whose livelihood depended on results, began to demonstrate skill not only with the ball but also in preventing opponents from scoring by committing deliberate fouls or by stopping the ball with the hands. The latter was directly responsible for the introduction of the penalty kick. These and similar acts became known as ‘professional fouls’. Relationships between players and referee became cooler. The referee, an amateur, became the man to outwit. Because he represented authority, an undetected foul or an action which gained an unfair advantage was considered as a victory against authority and ‘fair game’. The same attitude applies today and is called ‘gamesmanship’. The only difference today is that the acts of gamesmanship are more numerous and sophisticated in character.
[…]
Gamesmanship, then, started when football became competitive. […]”

(Stanley Lover, “Association Football Match Control”, Pelham Books, London 1978, pp. 151-152)