Close

May 1, 2014

Glenn Helder en de schijnbeweging van Coen Moulijn

moulijnhelder

“Een schijnbeweging die hij vaak hanteert brengt hem met grote regelmaat langs zijn tegenstander. De beweging doet hij ter plekke na en die doet denken aan de legendarische actie van Coen Moulijn. ‘Dat was dan ook een van mijn voorbeelden. Waar het om gaat is dat de verdediger mag weten waar ik hem wil passeren, als hij maar altijd te laat is. Het is iets wat in je kop zit en je lichaam neemt dat over. Een verdediger neemt alle opties [in zich] op als ik voor hem kom: hij kan daar, daar en daar erlangs. Als ik plotseling mijn hand naar jouw ogen uitsteek, dan knipper je met je ogen. Ook als ik het weer doe en jij weet dat, dan toch ga je met je ogen knipperen. Dat is net als bij die schijnbeweging. Als ik mijn bovenlichaam naar links beweeg, dan beweegt de verdediger automatisch mee. Dat is de kern van de schijnbeweging: ik bepaal wat de tegenstander gaat denken. Net als met het knipperen van je ogen dus. Ik weet dus dat zijn hersens mijn beweging registreren.’

‘Een slechte tegenstander reageert pas als je al langs hem bent, de goede reageert zodanig dat hij het nog kan herstellen en de heel goede verdediger beweegt mee en staat gelijk klaar.* Ik ga ervan uit dat ik altijd tegen heel goede verdedigers speel, dus moet die beweging perfect zijn. Als ik de beweging naar rechts maak, zit mijn linkervoet al onder de bal om die in dezelfde beweging langs de verdediger te tikken. Dat moet zo snel gebeuren dat hij altijd te laat is. Als ik de beweging al heb ingezet en dan pas mijn voet onder de bal ga zetten, kan een goede verdediger de bal [af]pakken. Een perfecte uitvoering heeft met talent te maken en mijn lichaam neemt dat over.’

Die schijnbeweging gebruikt hij anno 2014, inmiddels 45 jaar oud, nog altijd. ‘In wedstrijdjes, zoals tegen jonge gasten, lukt dat nog steeds. Dan sprnt ik ze er meestal gewoon nog naar de klote.”’

* N.B. De goede verdediger reageert altijd op (waar) de bal (heengaat), niet op de lichaamsbeweging van de aanvaller. Dat is immers een SCHIJNbeweging! Waar de bal is, dreigt immers het directe gevaar van gepasseerd te worden, niet zozeer waar de tegenstander is of wat die doet.(RS)

(Bert Nederlof, Helder – van Arsenal naar de bajes, Voetbal International, Gouda 2014, blz 45-46)