Close

May 9, 2014

De scheidsrechtersbal wordt toegepast als voordeelregel

droppedball

De scheidsrechter onderbreekt, staakt (tijdelijk of definitief) de wedstrijd vanwege enige vorm van beïnvloeding van buitenaf. Dat is een van de bevoegdheden van de scheidsrechter volgens spelregel 5 (“De scheidsrechter”).

Wat betekent nu enige vorm van beïnvloeding van buitenaf?

1) UIt de bij spelregel 5 behorende officiële Interpretatie blijkt dat wanneer een voorwerp dat is geworpen door een toeschouwer, de scheidsrechter, één van de assistent-scheidsrechters of een speler of teamofficial raakt, de scheidsrechter de wedstrijd door mag laten gaan of de wedstrijd tijdelijk of definitief mag staken, al naar gelang de ernst van het incident.

2) Uit de Interpretatie blijkt vervolgens dat, wanneer een toeschouwer op een fluitje blaast en de scheidsrechter vindt dat het fluitsignaal ingreep in het spel (bv. een speler pakt de bal op met zijn handen in de veronderstelling dat het spel is onderbroken), de scheidsrechter de wedstrijd moet onderbreken en het spel hervatten met een scheidsrechtersbal.

3) Uit de Interpretatie blijkt in dit verband dat, wanneer een extra bal, een ander voorwerp of dier op het speelveld komt tijdens het spel, de scheidsrechter het spel alleen moet onderbreken als het de loop van het spel beinvloedt. Het spel moet worden hervat met een scheidsrechtersbal.

Wanneer een extra bal, een ander voorwerp of dier op het speelveld komt tijdens het spel zonder dat het de loop van het spel beïnvloedt, moet de scheidsrechter het zo snel mogelijk laten verwijderen.

4) Als, nadat de strafschop is genomen: de bal terug in het speelveld springt van de doelverdediger, de doellat of een doelpaal, en dan wordt geraakt door een handeling van buitenaf, onderbreekt de scheidsrechter het spel en wordt het spel hervat met een scheidsrechtersbal (spelregel 14, “De strafschop”).
[De strafschop wordt overgenomen, als de bal wordt geraakt door een handeling van buitenaf, terwijl de bal zich in voorwaartse richting beweegt.]

Min of meer expliciet in de regels als zodanig aangeduide vormen van beïnvloeding van buitenaf zijn dus: een door een toeschouwer geworpen voorwerp dat de scheidsrechter, een speler of een teamofficial raakt; een in het spel ingrijpend fluitsignaal van een toeschouwer; een de loop van het spel beïnvloedende extra bal, ander voorwerp of dier; en: de van de doelverdediger of het “houtwerk” (doellat plus -palen) terugspringende bal wordt geraakt door een handeling van buitenaf.

Andere, impliciete vormen van beïnvloeding van buitenaf die in de spelregels kunnen worden aangetroffen zijn:

5) Spelregel 5 bepaalt ook dat de scheidsrechter erop toeziet dat er geen onbevoegde personen op het speelveld komen. Gebeurt dat desondanks op een de wedstrijd beïnvloedende, in het spelverloop ingrijpende wijze, dan kan de scheidsrechter het spel dus onderbreken.

6) Uit de Toelichting bij spelregel 12 (“Overtredingen en onbehoorlijk gedrag”) blijkt dat een speler schuldig is aan een gewelddadige handeling als hij buitensporige inzet of geweld gebruikt ten opzichte van een toeschouwer. Een gewelddadige handeling kan plaatsvinden op het speelveld terwijl de bal in het spel is. De scheidsrechter kan de wedstrijd dan dus onderbreken wegens beïnvloeding van buitenaf.

Het op het speelveld komen door onbevoegde personen zoals toeschouwers is een vorm van beïnvloeding van buitenaf.

Uit het voorgaande blijkt dat het spel – na een beïnvloeding van buitenaf waardoor de scheidsrechter besloot de wedstrijd te onderbreken – wordt hervat met een scheidsrechtersbal.

Scheidsrechtersbal

In spelregel 8 (“Het begin en de hervatting van het spel”) staat de definitie van de scheidsrechtersbal: “Een scheidsrechtersbal is een manier om het spel te hervatten wanneer, als de bal in het spel is, de scheidsrechter het noodzakelijk acht om het spel tijdelijk te onderbreken voor een reden die niet elders in de Spelregels wordt genoemd.”

Dit is een opmerkelijke bepaling, want in de Interpretatie bij spelregel 5 (de Interpretatie vormt een integraal onderdeel van de spelregels) wordt wel degelijk heel uitdrukkelijk tenminste één reden genoemd waarom het spel tijdelijk kan worden onderbroken en het spel met een scheidsrechtersbal wordt hervat vanwege het beinvloeden van de loop van het spel, te weten: het op het speelveld komen van een extra bal, een ander voorwerp of een dier. Dit dus nog afgezien van de vier andere vormen van beinvloeding van buitenaf die min of meer impliciet of expliciet in de spelregels aanwijsbaar zijn (zie hierboven). De woorden “voor een reden die niet elders in de Spelregels wordt genoemd” (cursivering; RS) behoeven dus amendering: hetzij met de bewoordingen “voor redenen die elders in de Spelregels worden genoemd of om andere zodanige redenen”, hetzij met de bewoordingen “ook voor redenen die niet elders in de Spelregels worden genoemd”!

Defecte doellat, defecte bal

Zie in dit verband ook andere uitdrukkelijke gevallen van redenen om het spel tijdelijk te onderbreken en met een scheidsrechtersbal te hervatten – zonder dat echter van beïnvloeding van buitenaf sprake is:

– Indien de doellat uit zijn positie is geraakt of breekt, moet het spel worden onderbroken totdat de doellat is hersteld of in zijn oorspronkelijke positie is teruggebracht. Indien herstel niet mogelijk is, moet de wedstrijd worden beëindigd. Indien de doellat kan worden hersteld, wordt het spel hervat met een scheidsrechtersbal (Interpretatie bij spelregel 1,“Het speelveld”).

– Indien de bal barst of onbruikbaar wordt tijdens de wedstrijd, wordt de wedstrijd onderbroken en hervat met het laten vallen van de reservebal (spelregel 2, “De bal”).

Bedoeld is hier dat de wedstrijd wordt hervat met een scheidsrechtersbal (zie hieronder: Procedure), die dus in feite een scheidsrechtersreservebal is, hetgeen kennelijk verklaart waarom hier qua formulering sprake is van “laten vallen” in plaats van “scheidsrechtersbal”. Dit spoort in het Engelstalige origineel van de spelregels overigens veel beter: “dropping the replacement ball” en “dropped ball” (scheidsrechtersbal).

– Uit de Interpretatie bij spelregel 5 (onder de tussenkop “Geblesseerde spelers”) blijkt verder dat, wanneer het spel niet anderszins is onderbroken of wanneer de blessure van een speler geen gevolg is van een overtreding van de spelregels, de scheidsrechter het spel moet hervatten met een scheidsrechtersbal.

– Uit de Interpretatie bij spelregel 5 (onder de tussenkop “Geblesseerde spelers”) blijkt verder dat, wanneer het spel niet anderszins is onderbroken of wanneer de blessure van een speler geen gevolg is van een overtreding van de spelregels, de scheidsrechter het spel moet hervatten met een scheidsrechtersbal.

– Wanneer de scheidsrechter aangeeft dat er gescoord is, voordat de bal geheel en al over de doellijn is gegaan en onmiddellijk zijn fout inziet, dan zal het spel worden hervat met een scheidsrechtersbal (Interpretatie bij spelregel 10, “Hoe er wordt gescoord”). Dit is dus een geval van zelfcorrectie door de scheidsrechter middels een scheidsrechtersbal, en wel in verband met het scoren van een doelpunt, immers de essentie van het voetbalspel: “De partij die het meest heeft gescoord, heeft gewonnen.” (spelregel 10) (vgl. in dit verband de handeling van buitenaf na een strafschop, immers de objectief grootste kans om een doelpunt te scoren).

In de spelregels zijn dus in totaal tien redenen te vinden om het spel tijdelijk te onderbreken en te hervatten met een scheidsrechtersbal.

Ratio: het waarom

Bij een scheidsrechtersbal wordt het spel onderbroken vanwege een handeling of oorzaak van buitenaf dan wel een plotseling defect van doellat of bal (het zou trouwens ook om een doelpaal kunnen gaan) of vanwege een arbitrale vergissing bij een doelpunt. Geen der partijen treft enig verwijt hiervoor. Daarom kan het spel niet met een vrije schop tegen een der partijen worden hervat. Vandaar de scheidsrechtersbal als spelhervatting door de
neutrale, onpartijdige leidsman van de wedstrijd.

Procedure

De scheidsrechter laat de bal vallen op de plaats waar deze was toen het spel werd onderbroken. De bal is in het spel zodra deze de grond raakt. Elke speler mag deelnemen aan de strijd om de bal (ook de doelverdediger). Er is geen minimum of maximum aantal spelers vereist om een scheidsrechtersbal uit te voeren. De scheidsrechter kan niet beslissen wie er wel en niet bij de scheidsrechtersbal aanwezig mogen zijn (spelregel 8 en Interpretatie). Vroeger nodigde de scheidsrechter van elk der partijen een speler uit om de scheidsrechtersbal te betwisten.

Praktijk: “voordeelregel”

In de praktijk komt het voor dat de scheidsrechter de bal laat aan een der partijen, hetgeen wordt gedoogd door de andere partij. Het betreft situaties waarin die partij door een neutraal uitgevoerde scheidsrechtersbal zou worden benadeeld omdat zij op het moment van de externe beïnvloeding van het spel in balbezit was. Die partij krijgt de bal dus weer terug. Dat schrijven de spelregels niet voor, maar ze verbieden zulk arbitraal handelen evenmin.

En de tegenpartij mag het gedogen (vgl. hierboven: Procedure). Of daarbij nog wel sprake is van het “neutraal” laten vallen van de bal zoals de regels procedureel voorschrijven, is maar de vraag. In de praktijk lijkt de scheidsrechtersbal te zijn verwaterd; van de klassieke scheidsrechtersbal is zo niet veel meer over! De betrokkenen hebben er kennelijk vrede mee, want de aanpak is wel de meest praktische. Vormfouten zijn hier niet doorslaggevend. Het strak vasthouden aan vormvereisten dient in casu geen redelijk doel meer.

Dit alles is te beschouwen als een manifestatie van zo men wil scheidsrechterlijk handelen in de geest van het spel, hoewel het niet tegen de letter van de wet is indien de tegenpartij zich wel zou melden voor het betwisten van de scheidsrechtersbal.

In deze gevallen past de scheidsrechter als het ware een soort “voordeelregel” toe. Wanneer een partij de bal buiten het speelveld trapt vanwege een blessure van een speler van de tegenpartij en deze laatste de bal weer terug inwerpt naar de partij die de bal uittrapte, dan wordt
er ook als het ware “voordeel” (lees: balbezit) teruggegeven aan de rechtmatige eigenaar.

De officiële voordeelregel berust op dezelfde gedachte: neem niet af (balbezit) waardoor je een nadeel (balverlies) zou creëren. “De scheidsrechter laat het spel doorgaan wanneer de partij waartegen een overtreding werd begaan hieruit voordeel kan trekken en bestraft de oorspronkelijke overtreding indien het verwachte voordeel op dat moment achterwege blijft.”(spelregel 5). Een van de omstandigheden die de scheidsrechter in ogenschouw moet nemen wanneer hij besluit om de voordeelregel toe te passen of het spel te onderbreken, is: de mogelijkheid tot een onmiddellijke, kansrijke aanval op het doel van de tegenpartij.

In de spelregels is overigens ook sprake van onrechtmatig voordeel. Een feitelijke buitenspelpositie is o.a. strafbaar indien een speler actief bij het spel is betrokken door voordeel uit zijn positie te trekken (regel 11).

Voetbaltaal

De scheidsrechtersbal kent een heel eigen historie die in zijn synoniemen is weerspiegeld. Van 1884 tot 1908 gold de regel dat de bal door de scheidsrechter moest worden
omhoog geworpen (“hoogtebal”, “opgooibal”). Van 1908 tot 1922 was echter juist weer het omgekeerde nodig: hij moest de bal naar beneden werpen (“stuitbal”). Nu is het dus een kwestie van laten vallen van de bal, op borsthoogte en loodrecht.

(Rob Siekmann, “Voetbalwoordenboek” (1978), p. 93)