Close

May 13, 2014

Bijnamen in de sport: “Magic”, E.J., E of “Buck”

magic

“Na de wedstrijd meldde zich een wat wereldvreemde, nerveuze man bij de door fans omringde Johnson. Hij stelde zich voor: Fred Stabley, journalist voor de Lansing State Journal. Of hij even wat vragen mocht stellen. ‘Sure’, antwoordde Johnson en ging apart staan met de journalist, die hem vertelde dat hij nogal onder de indruk was van het spel van de jongeling. En of Johnson bezwaar had tegen een bijnaam. Johnson lachte, welke zou dat moeten zijn? Stabley vertelde over Julius Erving die Dr. J was geworden en Elvin Hayes die in Houston tot Big E was omgedoopt en wat vond Johnson van de bijnaam ‘Magic’?

De jonge Johnson proefde de naam eens voor in de mond: Magic,,, Magic, en lachte weer. Was het niet een te arrogante bijnaam? dacht hij. Was het niet wat overdreven voor een zestienjarige? Maar ten slotte knikte hij goedkeurend en schudde de journalist de hand.

De volgende dag stond in de krant een stuk waarin sprake was van het betoverende spel van ene Earvin ‘Magic’ Johnson. De bijnaam was gevestigd en zou nooit meer uit de basketballsport weg te denken zijn.

Binnen de kortste keren namen alle journalisten uit de buurt de term ‘Magic’ over en klasgenoten en teamgenoten volgden hun voorbeeld nu ook maar, want het lag lekker in de mond en het klonk stoer en dat paste wel bij de jongen.

Met die bijnaam gebeurde er in de verdere loopbaan van Johnson iets vreemds. Spelers die met hem in een ploeg uitkwamen noemden hem veelal E.J. en zelden of nooit werd de term ‘Magic’ gebruikt. De coach van de Los Angeles Lakers, daar waar Johnson als prof naar toe zou gaan, Pat Riley, noemde hem nooit ‘Magic’, maar altijd ‘Buck’, een andere bijnaam, of gewoon Earvin. Voor medespelers werd het vaak ‘E’, niets meer, niets minder. ook in het Dream Team spraken zijn ploeggenoten naar buiten toe over Magic, maar in het onderlinge contact was het altijd E.J. of E, net alsof voor de binnenste cirkel rondom Johnson de bijnaam Magic niet bestond.”

(Mart Smeets, Het Dream Team, Uitgeverij L.J. Veen, Amsterdam / Antwerpen 1992, blz 187-188)

Commentaar

Twee kanttekeningen: Smeets heeft het tot tweemaal toe over de “term” Magic. Lees echter: bijnaam ipv term. Een bijnaam is geen term, een bijnaam is een bijnaam en een term is een term. Van Dale, Groot Woordenboek der Nederlandse Taal: “woord, uitdrukking, met name dat, die in een bepaald vak, op een bepaald gebied van kunst, techniek, sport enz. wordt gebruikt en daar een eigen, scherpomlijnde betekenis heeft”. Er is echter maar een enkele ‘Magic’ Johnson. Het is niet zo dat iedereen die magisch, als een tovenaar basketball speelt of aldus aan een (team)sport op het hoogste niveau doet, Magic wordt genoemd.

De tweede kanttekening heeft betrekking op Smeets’ constatering dat er met die bijnaam naderhand iets vreemds gebeurde, terwijl hij ook opmerkt dat zijn ploeggenoten naar buiten toe over “Magic” spraken, maar niet in het onderlinge contact met hem. Dat is ook volkomen begrijpelijk. In zijn omgeving zal Mohammed Ali niet “The Greatest” zijn genoemd en Jose Mourinho wordt door intimi niet met “The Special One” aangesproken – bijnamen die ze zich ook nog eens een keer zelf hadden/hebben opgespeld.Jekunt je ook moeilijk voorstellen dat”Willem van Hanegem met “de Kromme” werd/wordt aangesproken en Johan Cruijff als “Verlosser”,
enz.enz.