Close

April 28, 2014

De oorsprong van “third party ownership of players” in Brazilie

“Het was een lang en ingewikkeld contract dat de vijftienjarige Ronaldo en zijn gescheiden ouders voorgelegd kregen.

Ronaldo speelde sinds zijn dertiende voor Sao Cristovao, een kleine club uit Rio de Janeiro. Een club waarvan er begin jaren negentig vele waren in Brazilie. Slecht bestuurd, een clubcomplex waar al decennia niks aan gebeurd was, her hoofdveld waar slechts een vervallen betonnen statribune naast stond.

Sao Cristovao kampte met een schuld van 7500 dollar – opgebouwd door de spelers van de eerste selectie een miniem maandsalaris te betalen – en zocht naar een oplossing. Die oplossing diende zich aan met Reinaldo Pitta en Alexandre Martins, zakenmannen die goed hadden verdiend in de valutahandel en de club al jaren ondersteunden. Het tweetal wilde de schuldenlast van Sao Cristovao overnemen. In ruil daarvoor zouden ze eigenaar worden van een speler naar keuze.

De deal werd gesloten, waarna Pitta en Martins zich door verschillende kenners lieten informweren. De speler die ze wilden hebben had twee jaar achter elkaar zijn jeugdelftal kampioen gemaakt. Een jongen opgegroeid in de arme wijk Bento Ribeiro met een kenmerkend spleetje tussen zijn voortanden: Ronaldo. Het enige wat ontbrak was een handtekening van de speler zelf. Of beter gezegd, van een van zijn ouders.Ronaldo was met zijn vijftien jaar nog niet tekengerechtigd.

De contractduur die Pitta en Martins voorstelden was tien jaar, zo lazen Ronaldo en zijn ouders. Daar werd het een en ander aan toegevoegd: Ronaldo moest bij verbreking van het contract een flinke boete betalen.Bij elk clubcontract dat Ronaldo in de toekomst tekende, ging tien procent van het tekengeld naar Pitta en Martins, ook als beide heren niet betrokken werden bij de onderhandelingen. Het werd Ronaldo contractueel verboden om bij een club te tekenen zonder eerst met de investeerders te overleggen. Als Ronaldo en zijn ouders akkoord gingen met het voorstel, dan kwamen de imagorechten van de spits in het bezit van Pitta en Martins.

Vader Nelio en moeder Sonia twijfelden. Hun handtekening leverde in eerste instantie alleen Sao Cristovao geld op. Beiden hadden slechts een paar jaar op school gezeten en begrepen lang niet alle voorwaarden in het contract, maar zagen wel in dat hun zoon een deel van zijn vrijheid zou inleveren. Toch gingen de ouders van Ronaldo akkoord. Ze hadden meer vertrouwen in Pitta en Martins dan in Sao Cristovao. Ze schatten in dat deze heren de loopbaan van Ronaldo in goede banen konden leiden. Op 7 juni 1992 zette Nelio zijn handtekening. Zijn zoon kwam daarmee in het bezit van twee zakenmensen.

[…..]

De tweede voetballer waar Pitta en Martins eigenaar van werden was Ronaldo. Ze lieten de spits nog een jaar bij Sao Cristovao spelen, waarna ze hem voor een klein bedrag aan Cruzeiro verhandelden. De club uit Belo Horizonte kocht vijfenveertig procent van Ronaldo’s economische rechten. Leo Rabelo, de makelaar die namens Cruzeiro de onderhandelingen had gevoerd, kreeg tien procent. De overige vijfenveertig procent bleef in het bezit van Pitta en Martins.”

(Daan Dekker, De Brazilianen – Het verhaal van onze Braziliaanse voetballers, Uitgeverij Thomas Rap, Amsterdam 2014, blz 35-36, 40-41)