Close

March 17, 2014

Wielrennen en “match-fixing”: criteriums en koersen (ver)kopen

tendam

“Bij criteriums is het over het algemeen zo dat de organisator betaalt en bepaalt. Hij legt een grote som neer voor een renner en die wil hij dan ook voorin zien. Dat kan ver gaan. Sommige organisatoren bepalen zelfs wie er in de ontsnappingen moeten zitten. Of stellen de top-10 samen. Meestal wordt alleen de top-3 vastgesteld. Mensen die hier schande van spreken (zijn die er echt?) moeten bedenken dat criteriums geen UCI-koersen zijn. Er zijn dus geen UCI-punten te verdienen. Het is puur vermaak. Dubieuzer wat dat betreft zijn topmarathons en atletiekevenementen waar de favorieten startgeld krijgen. Want ook daar wil de organisatie graag zien dat zijn investeringen zich uitbetalen.

[…]

In wereldkampioenschappen zit altijd een verhaal in het verhaal. Het is bij uitstek de koers om geheime combines te sluiten, om onverwachte dwarsverbanden te maken. De grootste oorzaak hiervan is dat het de enige koers in het jaar is waar renners in landenteams rijden en niet voor hun eigen ploeg. In het hoofd draagt een WK-renner altijd twee shirts: dat van zijn land en dat van zijn ploeg en daardoor kun je eindeloos redeneren waarom een renner iets wel of niet doet.

Jan Raas zei ooit tegen journalist Bert Wagendorp dat alle WK’s zijn verkocht. Ik wil van Laurens [ten Dam] weten wat daarvan waar is. ‘Wat Raas zegt, kun je op verschillende manieren opvatten. Is elk WK letterlijk verkocht, of bedoelt hij dat de buit netjes verdeeld wordt? Want dat is normaal in heel veel koersen: als je in de kopgroep zit die om de winst gaat sprinten, moet er vertrouwen worden opgebouwd. Als ik de langzamere sprinter ben in een kopgroep van twee, heb ik er weinig belang bij om mee op kop te gaan rijden. Dan wordt ik toch geklopt. Om die impasse te doorbreken, kun je even kort overleggen: ‘We delen de winst?’ ‘Oke, we delen de winst.’ Dan weet je in elk geval dat je aan het eind van de koers evenveel prijzengeld opstrijkt als de tegenstander. Vanaf dat moment is er consensus en kun je gaan samenwerken. Neem de Ronde van Vlaanderen 2012: Filippo Pozzato, Tom Boonen en Alessandro Ballan zijn weg. Iedereen weet dat Boonen in principe de sterkste is. Ik ben er natuurlijk niet bij geweest, maar het is volstrekt logisch dat Boonen dan aanbiedt om de pot te verdelen, omdat die twee Italianen wel twee keer nadenken voor ze op kop gaan rijden. Ballan neemt die aanbieding graag aan: de kans dat hij derde wordt en dus veel minder geld verdient, is groter dan dat hij wint. Dit is geen omkopen, maar het is nou eenmaal nodig om tot een goede verstandhouding in de kopgroep te komen.’

[…]

Koersen echt kopen gebeurt nauwelijks, volgens Ten Dam. ‘Als ik de Amstel [Goldrace] win, krijg ik 16.000 euro prijzengeld van de organisatie en 50.000 euro van de sponsor. De ploeg zelf krijgt ook nog eens 50.000 euro premie van de sponsor en dat geld wordt verdeeld onder de renners. Samen is dat 116.000 euro. Een tweede plek levert niks op van de sponsor en het prijzengeld is nog maar 8000 euro. Als ik de overwinning zou verkopen, en dus tweede word, moet de winnaar een enorm bedrag neerleggen. Ik zou dan minstens 50.000 euro moeten krijgen om alleen al mijn ploegmaats tevreden te stellen, omdat ik ze eigenlijk een overwinningspremie van de sponsor door de neus boor. Dan nog 58.000 euro voor mijzelf als compensatie. Dan heb ik het nog niets eens over de eer, de roem en een contract voor volgend jaar, die ik daarmee op het spel zou zetten. Al met al loopt het zo in de tonnen. Ik denk gewoon echt dat het niet vaak voorkomt, ook omdat de punten in de WorldTour zo belangrijk zijn. Bovendien kun je het niet maken tegenover de sponsor, die miljoenen in de ploeg steekt, om de koers te verkopen.”

(Robin van der Kloor, Laurens ten Dam, Nieuw Amsterdam Uitgevers, Amsterdam 2013, blz 152, 190-

Commentaar

In het eerste voorbeeld (Boonen c.s.) wordt de koers verkocht. De zwakkere renner laat zich omkopen, omdat hij normaliter de eindsprint in de koers toch gaat verliezen. Hij deelt dus graag mee in de winst en de sterkere renner heeft bij zo’n deal baat omdat hij zeker is van de overwinning. Het gaat dus wel om omkoping anders dan Ten Dam meent, want het is niet alleen omkoping in die gevallen dat de sterkere renner zich laat omkopen door de zwakkere. Het voorbeeld-Boonen c.s. is minder afkeurenswaardig, omdat het de potentiele krachtsverhoudingen weerspiegelt. Echter, sport en ook profsport moet het hebben van het voor eigen kansen gaan om voor een verrassing te zorgen op het momernt supreme; de werkelijke krachtsverhoudingen kunnen anders liggen door de vorm van de dag en andere factoren. Die verrassingsoptie wordt zo uitgesloten. De wedstrijduitslag wordt voorspelbaar, de geloofwaardigheid van de sport wordt aangetast door wat in feite match-fixing is. Wedstrijdsport moet het hebben van onvoorspelbaarheid van de uitslag. We zien hier dus dat koersen wel worden gekocht (en verkocht) anders dan Ten Dam beweert. Het tweede deel van zijn betoog doet dan ook niet af aan het eerste deel, over het geval-Boonen. Als Ten Dam favoriet is voor de zege in de Amstel Goldrace, dan gaat hij die niet verkopen, maar juist zeker stellen door de concurrent met de helft van het prijzengeld om te kopen. Die concurrent krijgt dan 8000 euro en komt met de 8000 euro voor de tweede plaats daarbij opgeteld, aan een bedrag dat gelijk is aan de winstpremie van 16.000 euro. (RS)