Close

March 15, 2014

Sven Kramer over Dr Bibber-regel en allrounden

drbibber

“Wel heeft hij alle tijd zich te storten [op] allerhande bijzaken wat betreft het schaatsen. Zo heeft de ISU bedacht dat een schaatser op het rechte stuk niet meer over de middenlijn mag komen – de vermaledijde dr. Bibber-regel. ‘Dit gaat dwars tegen het schaatsen in’, aldus Sven.*

[…]

Ook de discussie over een vernieuwde opzet van het allrounden gaat hem aan het hart. De ISU twijfelt al tijden over de meerdaagse vierkamp en wil zelfs afstanden gaan schrappen of inkorten. Het schaatsen moet worden gemoderniseerd. Aantrekkelijker gemaakt. Want iedere keer dezelfde gezichten zien winnen is niet goed voor de sport. Sven houdt een gepassioneerd pleidooi tegen de nieuwe opzet voor het allrounden, zijn specialisme: ‘In het wielrennen heeft Lance Armstrong zeven keer de Tour de France gewonnen. Dan hoor je toch ook niemand zeggen dat de Tour moet gaan veranderen?’ Het is achteraf misschien niet de meest gelukkige vergelijking gezien de onthullingen die later over Armstrong volgden. Maar waar Armstrong een grootverbruiker van bloeddoping en epo bleek te zijn, is Sven nooit in verband gebracht met doping. Zijn astma-inhaler, keurig op medisch attest, is het enige ‘stimulerende middel’ waar hij ooit mee in verband is gebracht.

Maar wat Sven betreft wint in het allrounden de meest complete sporter. Je moet behoorlijk kunnen sprinten, de middenafstanden beheersen en ook nog op de tien kilometer uit de voeten kunnen. Een grotere uitdaging bestaat er voor een sporter niet. Aantrekkelijker maken doe je maar met andere middelen: ‘De communicatie en marketing van schaatsevenementen [kunnen] zoveel beter, daar is nu nauwelijks aandacht voor. De ISU moet daar eens geld in gaan investeren.”

* Bedoelt de Dr. Bibber-regel voordeel uit te sluiten? Heeft de schaatser er voordeel van wanneer hij naar links over de lijn uitzwaait terwijl hij met de rechter helft van zijn lichaam binnen de lijn blijft? Gaat het niet puur om een technische ‘vormfout” (vgl. bijvoorbeeld het overtreden van de zes secondregel door de voetbaldoelman bij het uittrappen of -gooien? Dat is toch geen “tijdrekken” als het zeven, acht, negen of tien seconden duurt? En om dat tegen te gaan werd de regel toch opgesteld?) Moet je daar dan wel – voor zo’n detail, zo iers kleins – voor kunnen worden gediskwalificeerd?

Zie in dit verband ook de zogeheten “kickfinish” die niet is toegestaan door de ISU: een schaatser moet de finish passeren met beide schaatsen op het ijs en hij mag die finish niet passeren met een trapbeweging in de lucht. Ook hier is de vraag wat er tegen is. Sprinters op de 100 meter van de atletiek gooien zich toch ook over de finish om een fractie eerder te zijn? Dit is toch een puur natuurlijke beweging die past bij top- en prestatiesport? (RS)

(Johan Boef, Sven, Uitgeverij Thomas Rap, Amsterdam 2014, blz 172-173)