Close

March 15, 2014

De “eenmansholding” Franz Beckenbauer

“Beckenbauer verpersoonlijkte in de jaren zeventig de villa-voetballer, de sportman met de koopmansgeest. Hij rekende af met het in zijn ogen vermolmde, wereldvreemde heldendom van fair play, kameraadschap en eerzucht van de vorige generaties. Hij lokte de high society, de arrogantie en het snobisme naar het stadion. En gedroeg er zich op zijn beurt naar.

[…] Het hoge kameleongehalte van Beckenbauer […]:
Der Werbe Franz, der Politik Franz, der Medien Franz, der FIFA Franz. Franz Beckenbauer heeft inderdaad op zijn minst vier gezichten. Hij is een wandelende reclamezuil. Hij heeft een uitgesproken politieke mening. Hij is het best verkoopbare mediaproduct van Duitsland. Hij is kind aan huis bij de wereldvoetbalbond.

Hij is Franz Beckenbauer van beroep, conformist uit principe. Aaibaar en onaantastbaar tegelijk. […] hij [is] de enige constante factor in het klavertjevier van de Duitse maatschappelijke macht. Bondskanselier en Beierse minister-presidenten zijn onderling inwisselbaar, want afhankelijk van de kiezersgunst. Mediamagnaten kunnen door de concurrentie worden weggeblazen. Franz Beckenbauer torent boven het gewoel uit. Als heilige van de amusementsindustrie bezit hij – stralende glimlach, in de spotlights glinsterende bril, gestileerd kapsel – geen natuurlijke vijand. Van hem wordt getolereerd dat hij reclame heeft gemaakt voor maar liefst vijf verschillende automerken. Hij staat of stond tegelijk op de loonlijst van de drie grote mediaburchten: Kirch, Springer en Bertelsmann. Hij ondertekende reclamecontracten met de Postbank, Mobieltelefonie 02, energiebedrijf Yellow en bierfabrikant Erdinger. […] geen enkele Duitse ondernemer, kerkleider of politicus kan rekenen op een dergelijke in het eigen voordeel doorslaande balans. De Duitse mediamarkt is immers scherp conflictueus behalve als het ‘der Franz’ betreft.

Beckenbauer adoreert het verbindend[e] principe. Hij verbindt de hoogste beleidscirkels van de voetbalsport, het bedrijfsleven, de commerciële media en de politiek. Franz Beckenbauer trekt aan de touwtjes, zij het vooral ten voordele van zichzelf. Voor hem kende de absolute top geen geheimen: als speler niet, als trainer niet, als bestuurder niet. Hij troefde de boersheid van de bonzen af met vanzelfsprekend charisma. Beckenbauer beheerst de kunst van de verleiding. Achter zijn charme houdt zich een meedogenloze en manische succesman schuil, voor wie de tweede plaats geen enkele betekenis heeft. Iedereen verkeek zich in zijn glorietijd (1966-1976) al op zijn elegante zwier bij het uitverdedigen en vergat dat het door der Kaiser gedicteerde reaslistische voetbal steunde op het vuile werk van de beul Schwarzenbeck en de genadeloze trefkracht van bombardier Müller.

Sinds de internationale opkomst van de FC Bayern in de jaren zestig van de vorige eeuw behoren minister-presidenten van de christen-democratische CSU – van de overleden Franz-Josef Strauss over Edmund Stoiber in het begin van de eenentwintigste eeuw tot Horst Seehofer vandaag – tot de onafscheidelijke entourage van de club. De CSU beschouwt het voetbalbolwerk als een ‘Staatsverein’, als product én uithangbord van haar beleid. Franz Beckenbauer werd een man voor deze partij zonder een partijman te zijn. Hij beroemt zich op zijn sympathie voor Franz-Josef Strauss – van 1961 tot aan zijn dood in 1988 de Beierse staatsman nummer één – die hij zijn politieke vader noemt. Strauss zat verkleefd aan conservatieve denkbeelden en droeg zowel de Chileense Pinochetdictatuur als de Zuid-Afrikaanse apartheidswaan een warm hart toe. Op het hoogtepunt van zijn spelersroem, als aanvoerder van de Duitse wereldkampioen in 1974, spijkerde Beckenbauer de toenmalige SPD-bondskanselier Willy Brandt, Strauss’ rivaal op leven en dood, aan de schandpaal als ‘nationaal ongeluk’.

En ten tijde van de grote successen in de Champions League sloeg Edmund Stoiber zich graag op de borst over zijn voortdurend[e] overleg met voorzitter Beckenbauer over de toestand van FC Bayern. Voor de libertijnse levenswandel van zijn vriend kneep de partijleider een oogje dicht. Zijn alle vrouwen dan niet Franz’ fans? Zijn status grensde immers aan de onfeilbaarheid. Op verzoek van de Duitse Voetbalbond (DFB) wierp Beckenbauer al zijn connecties in de strijd om het wereldkampioenschap van 2006 binnen te halen. Het werd een geslaagde missie. Zijn netwerk is bijzonder efficiënt en strekt zich uit tot Aziatische autoconstructeurs. Daarnaast bewoog hij zich subtiel in het onduidelijke grensgebied tussen commerciële mediabedrijven, financiële concerns en ‘het product voetbal’. Het leek er voor veel waarnemers opdat hij zich in het eigen München tot voorzitter van de FIFA zou laten kronen bij aanvang van het WK 2006. Voetbalvorst worden van de wereld,bij de gratie van koningmakers uit de vitaalste delen van de economische mondialisering.

Het pakte anders uit. Als president van het WK-comité vloog hij duizenden kilometers per helikopter boven Duitsland Zij land lag letterlijk aan zijn voeten. Dat volstond voor hem, de man van wie werd gezegd dat hij op basis van zijn naam in zijn eentje de verkiezingen zou kunnen winnen: bondskanselier Beckenbauer. […] de vijf redenen voor zijn succes: […] Hij stilt de Duitse honger naar werelderkenning. Hij staat voor succes. Hij is het gezicht van de sport. Hij is menselijk gebleven met kleine kantjes en domheden. Hij is zowel lokaal, nationaal aks globaal: er ist aller Welt Freund. […]”

(Raf Willems, “Das Mannschaftswunder – Waarom de Duitsers de besten zijn”, Uitgeverij De Arbeiderspers, Utrecht/Amsterdam/Antwerpen 2012, blz 164-166)