Close

March 14, 2014

De anatomie van de sprint van Usain Bolt

boltanatomie

“Dit is de anatomie van mijn race op de 100 meter. Pang! Vanaf de start kom ik in mijn versnellingsfase, de eerste dertig meter van een race waarin ik uit de startblokken kom en mezelf de baan op schiet – ik houd mijn lichaam naar voren, mijn hoofd naar beneden en ik geef alles. Zelfs als mijn eerste passen na het startschot zwak zijn, kan ik in die fase nog terug in de race komen. Daarna richt ik me op. Mijn hoofd komt omhoog, mijn knieen komen omhoog en mijn schouders gaan omlaag terwijl ik sprint. Dan bereik ik mijn topsnelheid. Na vijftig meter kijk ik snel naar links en rechts om te zien op welke positie ik loop. Daarna word ik een monster. Ik domineer de wedstrijd. Wie je ook bent of hoe goed je ook loopt, de laatste veertig meter is het sterkste deel van mijn race en als ik dan op je voorlig, is het voorbij. Dan kom je niet meer bij me. Met nog tien meter te gaan kijk ik nog een keer naar links en naar rechts.

Ik stel een vraag: kan ik uitbollen? In die fase weet ik of ik een race heb gewonnen of niet, want op dat moment heb ik nog maar drieeneenhalve pas nodig om die laatste tien meter te overbruggen. Als er niemand voor me loopt, ben ik klaar.”

(Usain Bolt, Sneller dan het licht: – Mijn autobiografie, in samenwerking met Matt Allen, Uitgeverij Thomas Rap, Amsterdam 2013, blz 158*)