Close

March 13, 2014

Atletiek: de valse start in heden en verleden

“In die tijd waren de regels voor lopers en valse starts vrij duidelijk. Een atleet die binnen 0,10 seconde na het startschot in beweging kwam, had een valse start gemaakt, zo luidde het oordeel. Die tijd was gebaseerd op het feit dat wetenschappers hadden vastgesteld dat het menselijk brein onmogelijk dermate snel kan reageren op een geluid, en dat een reactie binnen die tijd dus giswerk was. Na de eerste valse start kregen de atleten een waarschuwing. Als iemand daarna bij het volgende startschot vals startte, werd hij onmiddellijk gediskwalificeerd.

Maar met die regel kon flink worden geknoeid. Er werd vermoed dat sommige Amerikaanse atleten doelbewust vals startten om de andere lopers uit hun concentratie te halen. Het was een truc die werd gebruikt door geroutineerde profs, met name de trage starters onder hen.

Laat me dat uitleggen. Als een van de 100 metersprinters in een race wist dat hij vals ging starten, dan had hij daardoor psychologisch gezien de sterkste positie. De valse start kwam voor hem niet als een schok; die was gepland. De andere lopers daarentegen maakten zich plotseling zorgen bij de herstart, omdat ze onmiddellijk gediskwalificeerd werden als ze te snel weg waren. Een wedstrijdfunctionaris liep dan naar hun baan en liet een rode kaart zien. De snellere starters moesten dus oppassen. Ze moesten voor de zekerheid net iets later vertrekken. Zo zorgden de tragere startwers voor een gelijker speelveld.

[…]

“Toch was er wel wat extra druk, omdat de regels voor de start waren veranderd. In 2010 hadden ze aangekondigd dat er een zerotolerancebeleid zou worden ingevoerd voor iedereen die te vroeg vertrok. Die kreeg geen tweede kans en zou meteen gediskwalificeerd worden. De spanning in de [start]blokken was daardoor iets opgevoerd {…].”

(Usain Bolt, Sneller dan het licht – mijn autobiografie, in samenwerking met Matt Allen, UitgeverijThomas Rap, Amsterdam 2013, blz 248-249, 268)

Commentaar

Taal

“Valse start” is een duidelijk voorbeeld van een sportterm die uitgetreden is uit de atletiek – en sportwereld naar de buitenwereld van de “society at large”, m.a.w. de gewone, reguliere burgermaatschappij en samenleving. Men mag overigens veronderstellen dat de equivalenten van “valse start” in andere, zogeheten vreemde talen hetzelfde is overkomen.

Recht

Binnen welke tijd kan een voetbalgrensrechter reageren op de feitelijke buitenspelpositie van een speler? Is dat ook niet binnen eentiende van een seconde? Genoeg om een aanvaller buitenspel te vlaggen, terwijl hij dat niet was. Het “vertekenende” menselijk oog is geen televisiecamera die synchroon registreert. Het wordt assistentscheidsrechters echter wel verweten dat ze het niet goed hebben gezien!

Een tweede observatie: merkwaardig aan de “oude” regel is dat de eerste “valse start” slechts met een waarschuwing wordt bestraft en dan nog wel een waarschuwing aan ALLE lopers, inclusief de valse starter. Een algemene, kennelijk preventief bedoelde vermaning. Dat is duidelijk in strijd met het algemene beginsel van rechtsgelijkheid.

Zou dit nu een spelregel zijn die bij een openbare rechtbank aangevochten had kunnen worden? Lex ludica, het spelregelrecht, is normaliter immers niet voor publiekrechterlijke toetsing vatbaar. Je kunt dan tegenwerpen dat deze regel voor alle deelnemers gelijkelijk geldt. Echter: bewust misbruik maken van de regel leidt niet tot ongelijke konsekwenties, maar tot een collectieve waarschuwing aan de hele groep van lopers! Het is dan ook terecht dat de regel in 2010 is gewijzigd en “eerste” valse starters geen herkansing meer wordt gegeven.

“Rode kaart”: ook hier “is gelijk aan” uitsluiting van verdere deelname aan de wedstrijd, vergelijk de voetbalsport. Dit nu weer is een voorbeeld van vergelijkend sportrecht, een onderdeel van de wetenschappelijke bestudering van het sportrecht. De onderlinge vergelijking van de spelregels van diverse sporten leidt per definitie tot het constateren van overeenkomsten en verschillen daartussen. Kan de ene sport van de andere leren en wat? Kunnen de spelregels van de ene sport verbeterd worden door iets over te nemen (mutatis mutandis) van een of meer andere sporten? Kan in het bijzonder de ene individuele of teansport van de andere leren, bijvoorbeeld schermen van judo, en voetbal van ijshockey? De studie van het vergelijkend spelregelrecht stast nationaal en internationaal nog in de kinderschoenen. Niet alleen de spelregels dienen te worden vergeleken, maar daarbij moet ook hun toepassingspraktijk worden betrokken. Daar is de “oude” valse start-regel trluwens een goed voorbeeld van: die regel werkte in de praktijk tussen de lopers van een race oneerlijk uit en werd dus gewijzigd.