Close

December 9, 2013

Voetbaltaal: “Kuipvrees” is niet de angst om in bad te gaan…

“Gebouwd tussen1935 en 1937 en nog altijd het mooiste voetbalstadion van Nederland, de Rotterdamse Kuip. Officieel: Stadion Feijenoord. Er konden vroeger 65 duizend mensen in, maar na enkele verbouwingen zijn dat er tegenwoordig ongeveer vijftigduizend.

Elke voetballer wil dolgraag in De Kuip spelen. Vanwege de grasmat, de sfeer, de entourage, het echte voetbalgevoel.

[…]

Sommige spelers stijgen tot grote hoogte in het imposante voetbaltheater, maar er zijn er ook die op de grasmat bevangen worden door een lichte beklemming. De benen voelen als rubber, er ontstaan kleine kortsluitinkjes in de hersenen en de hhofd/voetcoordinatie zakt af  tot een bedenkelijk niveau. Kuipvrees wordt dit verschijnsel genoemd. Met enige regelmaat duikt het begrip in de media op.

[…]

Ook scheidsrechters kunnen last hebben van Kuipvrees, is de veronderstelling.

[…]

Deze vorm van Kuipvrees – bezoekers bij wie het dun door de broek loopt – is een vaststaand feit, opgenomen in het voetbalmedisch handboek. Lang niet iedereen heeft er last van, maar er zijn tegenstanders, en soms zelfs hele teams, die zich laten imponeren door De Kuip en daardoor ver onder hun normale niveau presteren. Dat is niet zo heel vreemd, want elk omvangrijk stadion met een roemruchte geschiedenis en een grote reputatie roept soortgelijke verschijnselen op.

[…]

Mysterieuzer is een andere vorm van Kuipvrees. Dat is de variant waarbij spelers van Feyenoord zelf doodsbenauwd over het veld lopen. Er zijn Feyenoorders die er in de loop van het seizoen steeds meer last van krijgen. Ze worden ‘s nachts badend in het angstzweet wakker, gillend om hun moeder. Bevend als een rietje staan ze op om met knikkende knieen naar De Kuip te gaan. Met zulke spelers

loopt het vaak slecht af. Ze maken de verwachtingen niet waar en verdwijnen met hangende schouders door de zijdeur. Velen zijn voor de rest van hun leven getekend en moeten aan de antidepressiva. Een enkeling lukt het om met bovenmenselijke kracht in een eenvoudiger stadionnetje alsnog op te bloeien.”

(Guido Derkse, Voetbalmysteries opgelost, Voetbal International, Gouda 2013, blz 37, 38, 39, 40, 57)