Close

December 4, 2013

Het “respect”-armbandje van arbiter Gözübüyük

Scheidsrechter Serdar Gözübüyük floot in het weekeinde van 21/22/23 december 2012 geen eredivisieduel in het betaald voetbal. De 27-jarige scheidsrechter was niet ingedeeld, zo bleek uit het overzicht van aangestelde arbiters, Gözübüyük werd door de KNVB schijnbaar uit de wind gehouden na zijn veelbesproken incident met Robert Maaskant, trainer van FC Groningen, in het weekend daarvoor tijdens de thuiswedstrijd van diens club tegen VVV Venlo. De arbiter toonde de trainer een armbandje met daarop het woord ‘respect’, nadat Maaskant volgens hem te fel had geprotesteerd.

Maaskant uitte later zijn onvrede over het voorval en kreeg bijval van de meeste collega-trainers uit de eredivisie. Directeur betaald voetbal Bert van Oostveen en coordinator scheidsrechterszaken Dick van Egmond noemden de actie van Gözübüyük onnodig. De  vooropgezette actie was kennelijk ingegeven na een recent plaatsgevonden hebbend dodelijk incident met een grensrechter in het Nederlandse amateurvoetbal. Die werd bij een wedstrijd van de jeugd in elkaar geschopt en overleed aan zijn verwondingen.

Commentaar

De rechtsvraag is hier of het een scheidsrechter geoorloofd is dit te doen. Het wordt hem nergens in de spelregels uitdrukkelijk toegestaan, maar het woord hem ook nergens expliciet verboden. Is alles wat niet is verboden toegestaan, of is alles wat niet is toegestaan verboden?

Merkwaardig genoeg reppen de voetbalspelregels zelf nergens als zodanig over the referee’s equipment zoals ze dat wel doen over de uitrusting van de spelers (regel 4).

In de Interpretation bij de Laws of the Game worden wel de referee signals waaronder gele en rode kaarten afgebeeld en benoemd en in regel 12 over overtredingen en wangedrag wordt hun betekenis behandeld. Ook is er in de Interpretation een aparte paragraaf  over “Use of whistle” en ook “Body language” komt daarin afzonderlijk ter sprake. In regel 5 (The Referee) staat dat de scheidsrechter als timekeeper opereert en dat betekent impliciet dat hij over een horloge moet beschikken.

NB: In Nederland is in de Aanvullende instructies werkgroep spelregels veldvoetbal van de KNVB bepaald dat de scheidsrechter te allen tijde een tenue dient te dragen dat een afwijkende kleur heeft van de tenues van de beide teams.

A contrario (redenering: er zijn verwante zaken voorgeschreven en dat sluit nieuwigheden uit) zou je uit het voorgaande kunnen afleiden dat een RESPECT-armbandje niet tot de arbitrale uitrusting behoort en het gebruik daarvan eigenlijk niet is toegestaan. Met andere woorden: het blijft bij de bijzondere bepalingen over fluit, kaarten e.d. en daar kan een scheidsrechtert dan zelf niets aan toevoegen, ook als hij zelf denkt dat nodig te hebben voor het uitoefenen van zijn functie.  Anderzijds zou je naar analogie kunnrn redeneren: vergelijkbare zaken die al zijn voorgeschreven/toegestaan kunnen worden toegevoegd gezien hun verwantschap met bestaande zaken (fluit, kaarten).

In wetsartikelen komen soms limitatieve opsommingen voor in tegenstelling tot zogeheten enuntiatieve, d.w.z. de genoemde zaken zijn uitputtend en niet bij wijze van voorbeeld bedoeld. Een voorbeeld van zo’n enuntiatieve opsomming in de spelregels is te vinden in de bepaling over onsportief gedrag zoals het voorwenden van blessures (Interpretation bij spelregel 12). Daar komt ook het voorbeeld van onsportief gedrag voor dat bestaat uit het tonen van een gesprek aan respect voor het spel door een speler. Wat daarmee precies wordt bedoeld wordt overigens niet nader uitgelegd in de spelregels. In de praktijk is het moeilijk voorstelbaar dat scheidsrechter “eigen” voorbeelden toevoegen aan de opsomming van voorbeelden van onsportief gedrag, howel dat in beginbsel wel zou kunnen Evenmin zullen ze snel geneigd zijn om gebrek aan respect voor het spel zelfstandig vorm te geven.

Laten we nu eens kijken naar de bevoegdheden van de scheidsrechter in spelregel 5. Daartoe behoort dat hij “takes action against team officials who fail to conduct themselves in a responsible manner”. Hij mag trainers in het uiterste geval zelfs van de dugout naar de tribune sturen. In het licht van deze bevoegdheid is het bepaald niet onverdedigbaar dat arbiter Gozübüyük het RESPECT-bandje aan Maaskant toonde (of hij dat nu terecht deed of niet, of het gedrag van de trainer dat nu rechtvaardigde of niet). Hij oefende zijn bevoegdheid creatief uit, op innovatieve wijze. Hij gebruikte een nieuw middel om zijn reactie te visualiseren. Natuurlijk had hij er verstandig aan gedaan dat na te laten. Deze eenmansactie wekte als individualistisch statement immers onnodige verwarring en irritatie op. Scheidsrechters dienen toch zoveel mogelijk eenduidig te handelen, al kunnen ze binnen de contouren van de spelregels denkelijk wel een bepaalde eigen stijl ontwikkelen.

Het verdient in ieder geval aanbeveling in de spelregels naast de players’ equipment-bepaling ook een uitdrukkelijke paragraaf over de referee’s equipment op te nemen zodat onomstreden is wat wel en niet kan.