Close

December 11, 2013

De aangifte tegen Fernando Ricksen door supporters van Celtic wegens een “elleboog”

“Met dergelijke acties had ik nooit problemen. Nooit gehad, hoe onbezonnen ze soms ook waren. Derek Riordan kan er alles over vertellen. Of beter: ik hoop dat de aanvaller van Hibernian het nog kan navertellen. Op donderdag 5 februari 2004, in de halve finale om de Scottish League Cup op Hampden Park, gaf ik hem zo’n

harde elleboogstoot dat hij blij mag zijn dat alles nog werkt. Ik raakte hem vol in zijn gezicht, ik hoorde zijn neus bijna breken. Het zag er vreselijk uit. Riordan zat onder het bloed, zijn hele gezicht was kapot. Volgens mij had hij echt alles gebroken. Niet alleen zijn neus, maar ook zijn kaak- en jukbeenderen.

Ik wil het niet goed praten. Beslist niet, maar Riordan vroeg er wel om. Ik was hem allang voorbij, maar hij bleef me maar vasthouden. Tja, toen zat er niks anders op dan me losrukken. En toevallig, nou ja, toevallig, raakte ik hem vol met mijn elleboog in zijn gezicht. Omdat scheidsrechter Kenny Clark gewoon door liet spelen en mij terecht niet eens een gele kaart gaf, kapten we de aanval niet af.

Dat was maar goed ook. Toen Riordan ergens rond de middencirkel kermend van de pijn op de grond lag, opende Michael Mols vlak voor rust op een grandioze manier de score na een splijtende pass van Shota Arveladze. Het was alleen klote dat we de finale niet haalden. Helaas verloren we na het nemen van strafschoppen met 3-4. Frank de Boer miste de beslissende penalty jammerlijk.

Tijd om af te koelen had ik nauwelijks. Dat zit zo, In Schotland kunnen getuigen anoniem aangifte doen als ze een geweldsdelict zien gebeuren. Dat deden ze die avond massaal, waardoor ik even later op het politiebureau zat. Scheidsrechter Clark had weliswaar niets gezien, maar dat gold niet voor de mensen thuis. Doordat de wedstrijd rechtstreeks op televisie werd uitgezonden, waren miljoenen mensen getuige van mijn elleboogstoot. Om mij erbij te naaien besloten veel Celtic-supporters mij aan te geven. Het moet een heerlijke avond voor hen zijn geweest. Niet alleen zagen ze hun eeuwige rivaal op wonderlijke wijze verliezen, ook konden ze hun grootste vijand vrij gemakkelijk een schop na geven. Die mogelijkheid lieten ze niet onbenut. Gelukkig kreeg ik van de politie slechts een waarschuwing.

Het kreeg nog wel een staartje. Omdat de Scottish Football Association (SFA) de tv-beelden nog een keer uitgebreid had bekeken en van mening was dat ik wel expres met mijn elleboog had lopen zwaaien, kreeg ik een dikke maand later naast een boete van tienduizend pond ineens een schorsing van vier wedstrijden. Belachelijk veel natuurlijk, zeker voor een overtreding waarvoor de scheidsrechter niet eens had gefloten. Later werd me duidelijk waarom de bond me zo zwaar strafte. Het had puur te maken met mijn verleden. ik had de pech dat ik nog een voorwaardelijke schorsing had staan. Eentje uit november 2000, toen ik na een overtreding op Darren Young van Aberdeen de eerste speler in Schotland werd die ze op basis van tv-beelden schorsten. Ik kreeg vijf duels aan de broek,”

(Guido Derksen, Vechtlust – Het bizarre leven van international Fernando Ricksen, Voetbal International, Gouda 2013, blz 130-132)