Close

December 27, 2013

Andy van der Meijde gescout

“De interesse van de profclubs ontstond zo’n beetje tegen het eind van het seizoen 1992/93. Je kon duidelijk merken dat ze bezig waren nieuwe spelers te testen voor het volgende seizoen. Ik vond het geweldig dat al die clubs die ik van televisie kende mij als talent beschouwden. Ik ging er alleen maar beter door spelen. Aan het eind van het seizoen namen we met de Arnhemse selectie deel aan het toernooi om de Arnhem Cup. Dat vond plaats op de velden van Arnhemse Boys. Ik heb alle details onthouden, omdat daarna iets gebeurde wat bepalend is geweest voor de rest van mijn leven.

Na de laatste wedstrijd van het toernooi ging ik met de trolleybus naar huis. Terwijl ik op het perron stond te wachten, werd ik aangesproken door een man die John van Bokhoven heette. Hij zei scout te zijn van Ajax. Ik keek hem eens goed aan en schoot een beetje in de lach. Ik had weleens gehoord dat scouts altijd oudere, serieuze mannen waren.

Johnny was een jonge, vlotte kerel die helemaal niet voldeed aan het beeld dat ik had van een scout. Ik kon me totaal niet voorstellen dat hij iets te vertellen had over welke spelers er naar mijn favoriete club Ajax zouden mogen. Hij negeerde mijn gelach en vroeg of hij mijn adres mocht noteren. Ik gaf het hem en ben weggelopen. Ik geloof dat ik het nog wel tegen mijn vader heb gezegd, maar een dag later was ik het alweer vergeten.

Een paar weken later kwam ik van school thuis en vertelde mijn vader dat hij een verrassing had. In zijn hand had hij een envelop en daarop stond het logo van Ajax. Meteen besefte ik waar het om ging en dat die Johnny van Bokhoven de waarheid had gesproken. Ik was door het dolle heen natuurlijk. Ajax was mijn club. Marc Overmars en Dennis Bergkamp waren mijn favoriete spelers. Het was voor mij een droom die uitkwam.

In die brief van Ajax stond dat ik een testwedstrijd in Amsterdam mocht komen spelen. Ik ben er met mijn vader heen gegaan en weet nog dat ik baalde dat we geen shirtje kregen. Je moest voetballen in de kleding die je zelf had meegenomen. Michael Lamey, de verdediger die later onder andere bij PSV en RKC Waalwijk prof was, werd in dezelfde wedstrijd getest. In de eerste wedstrijd scoorde ik vier keer. Ik had totaal geen last van zenuwen.

Co Adriaanse was hoofd opleidingen en hij stond langs de kant te kijken. Een week of twee na die testmiddag kreeg ik een brief waarin stond dat ik was aangenomen. Dat deden ze bij hoge uitzondering, want eigenlijk woonde ik veel te ver weg. De regel was dat jeugdspelers niet verder dan vijftig kilometer van Amsterdam mochten wonen. Maar ze wilden me zo graag hebben dat in mijn geval niet moeilijk werd gedaan over het feit dat de afstand tussen Arnhem en het jeugdcomplex van Ajax bijna honderd kilometer was.”

(Thijs Slegers, Andy van der Meijde – Geen genade, Voetbal International/de Buitenspelers, Gouda 2012, blz 43-45)