Close

November 10, 2013

Scoren na een scheidsrechtersbal: het overtreden van een ongeschreven regel

luizadriano

Feiten

Het  controversiële doelpunt van Luiz Adriano in de Champions Leaguewedstrijd van 20 november 2012 tegen FC Nordsjaelland, bleef niet zonder gevolgen. De Braziliaan werd door de UEFA aangeklaagd voor onsportief gedrag. Adriano zorgde voor veel ophef door na een scheidsrechtersbal niet de ongeschreven code (de “mores” van het spel) in acht te nemen. In plaats van de bal terug te geven aan Nordsjaelland maakte de spits misbruik van de situatie door tot ieders verbazing de beduusde Deense doelman te passeren en 1-1 te maken.

De Franse arbiter Gautier had bij het “nemen” van de scheidsrechtersbal – na een onderbreking die het gevolg was van een blessure bij een Deense speler – naar de spelers van Shakhtar gebaard dat Nordsjaelland recht had op de bal, dus of ze hem maar even in de juiste richting wilden trappen. Shakhtar gehoorzaamde, maar voordat de bal de Deense keeper Jesper Hansen bereikte, werd hij opgepikt door Adriano. Hij omspeelde de verbouwereerde doelman en scoorde. Zijn team had de rel daarna simpelweg kunnen smoren door de Denen direct de gelegenheid voor een tegendoelpunt te bieden. Dat verzuimen ze. Adriano scoort nog twee keer en Shakhtar wint de wedstrijd tegen Nordsjaelland uiteindelijk met 5-2.

De Brazilaan zei geen spijt van zijn actie te hebben. De spelers van Nordsjaelland verklaarden na afloop dat ze hem een “doodschop” hadden moeten geven voor zijn gedrag. Adriano werd voor één duel geschorst vanwege het minachten van de fatsoensnormen. Hij moest ook een dag “vrijwilligerswerk” (community football service) verrichten. Adriano bood tenslotte zijn excuses aan, evenals zijn trainer, de Roemeen Mircea Lucescu en de eigenaar van Shakhtar.

Commentaar

Uit de Interpretatie bij spelregel 5 (onder de tussenkop “Geblesseerde spelers”) blijkt dat, wanneer het spel niet anderszins is onderbroken of wanneer de blessure van een speler geen gevolg is van een overtreding van de spelregels, de scheidsrechter het spel moet hervatten met een scheidsrechtersbal.

In het verleden werd de scheidsrechtersbal altijd uitgevoerd als “opgooibal” tussen twee spelers van beide partijen in. De scheidsrechtersbal wordt tegenwoordig in de praktijk zo uitgevoerd dat het voordeel (balbezit) wordt hersteld zoals dat bestond op het moment dat de wedstrijd van buitenaf of anderszins – dan als het ware “van binnenuit” – (bijv. als gevolg van een blessurebehandeling) werd beïnvloed en het spel daarom werd onderbroken (zie in het bijzonder ook het item “De scheidsrechtersbal wordt toegepast als voordeelregel” op siekmann.nl).

Je kunt je afvragen of de scheidsrechter wel rechtmatig handelt door aan te geven waar de bal heen moet. Een dergelijke bevoegdheid zou toch uitdrukkelijk in de spelregels moeten staan! Er is echter een praktijk gegroeid die door spelers ook normaliter wordt gevolgd.

Die praktijk gaat gepaard met een zekere rechtsovertuiging dat er aldus gehandeld behoort te worden, Gewoonterecht is constante praktijk plus opinio juris. Daaruit zou resulteren de plicht om de bal terug te geven aan de tegenpartij; m.a.w. de partij die de bal bezat voor de spelonderbreking wegens een blessurebehandeling heeft er als het ware recht op om hem terug te krijgen.

De moderne aanpak zou uitdrukkelijk in de spelregels moeten staan, omdat hij aanzienlijk afwijkt van de traditionele uitvoering van de scheidsrechtersbal. De Interropretation bij spelregel 8 stelt zelfs dat “Any player may challenge for the ball (including the goalkeeper). […] The referee cannot decide who may or may not contest a dropped ball.” Wat de schedsrechters nu doen is zelfs in strijd met “de letter van de wet”. Die kennelijk door gewoonterecht “overruled” is! Aan de nieuwe aanpak zit een procedureel aspect naast het tuchtrechtelijke.

Per 1 juni 2012 is in de voetbalspelregels een toevoeging doorgevoerd bij “dropped ball” (regel 8: The Ball In and Out of Play) onder Infringements and Sanctions”, als volgt:

“If a dropped ball is kicked directly into the opponent’s goal, a goal kick is awarded. If a dropped ball is kicked directly into the team’s own goal, a corner kick is awarded to the opposing team.”

De doellijn naast het doel heeft twee functies: in verband met doeltrap en hoekschop (resp. een speler van de aanvallende of verdedigende partij heeft de bal het laatst aangeraakt). Alleen tussen de doelpalen kan een doelpunt worden gescoord wanneer de bal de doellijn daar is gepasseerd. Is er uit een indirecte vrije schop gescoord in eigen of andermans doel dan volgt een hoekschop resp. doelschop voor de tegenpartij (spelregel 13).

De scheidsrechtersbal heeft door de nieuwe regel het karakter dat vergelijkbaar is met een indirecte vrije trap gekregen. Er kan niet rechtsgeldig uit een scheidsrechtersbal worden gescoord nadat de scheidsrechter de bal heeft laten vallen en de bal de grond heeft geraakt. Volgens de nieuwe regel maakt het geen verschil of de bal al dan niet opzettelijk in eigen of andermans doel wordt geschoten. Het is altijd een ongeldige goal.

Adriano maakte door te scoren geen overtreding die expliciet in de spelregels is verboden. Echter, zijn handeling kan wel als onsportief worden gekwalificeerd en dan in het bijzonder als een daad waaruit het tonen van een gebrek aan respect voor het spel zou blijken (spelregel 12 en Interpretation). De scheidsrechter bestrafte hem daar evenwel niet voor. Hij kende de optie dus niet om de “ongeschreven regel” (gewoonterecht?) onder onsportief gedrag en gebrek aan respect voor het spel te brengen. Dat is zeer opmerkelijk, maar wel begrijpelijk, als we bedenken dat het dus een ongeschreven regel is die als zodanig niet in spelregel 12 als één der voorbeelden van onsportief gedrag uitdrukkelijk is opgenomen. Geen scheidsrechter zal snel geneigd zijn om ter plekke stante pede aan innovatieve rechtsvinding “in de geest van het spel” te doen!  Dat zou alleen maar voor verwarring kunnen zorgen (vgl. in dit verband het item “De teruggooi-inworp en het gewoonterecht” in siekmann.nl).

NB: De scheidsrechter kon geen doeltrap laten nemen na de door Adriano gescoorde goal, omdat een medespeler de bal al gespeeld had vanuit de scheidsrechtersbal. Hij kon het doelpunt dus niet annuleren op basis van de nieuwe regel. Dat had wel gekund als hij had afgefloten voor onsportief gedrag van Adriano.Dan had hij hem ook een gele kaart behoren te geven (cautionable offence).

De tuchtcommissie van de UEFA heeft de scheidsrechter in feite achteraf gecorrigeerd door Adriano alsnog te straffen wegens onsportief gedrag vanwege “het minachten van de fatsoensnormen”. Onsportief gedrag veronderstelt overigens de aanwezigheid van opzet.

Stanley Lover (“Soccer Rules Explained” (2005), blz. 130) zegt het volgende:

“An offence, which is not mentioned in the laws but which is important in relation to the desired code of conduct, is that of ‘bringing the game into disrepute’. It covers any action which degrades the honour and good reputation of soccer. Such acts are serious breaches of sporting etiquette.” Lover blijkt dan bij wijze van voorbeeld te denken aan zeer ernstige vormen van (zelfs crimineel) wangedrag zoals match-fixing. Het in diskrediet brengen van de goede naam van de voetbalsport is dus een rechtsgrond achteraf alsnog in te grijpen in de resultaten van het wedstrijdgebeuren. Zo ook in het geval-Adriano, maar dan low profile op grond van onbehoorlijk en dus onsportief gedrag. Artikel 5 van het UEFA-tuchtreglement biedt de mogelijkheid een speler te straffen als hij op onsportieve wijze ergens voordeel uit heeft geput of het voetbal in diskrediet heeft gebracht.

Conclusie

Deze aanpak is onbevredigend. Beter ware het in spelregel 12 onder onsportief gedrag zulk optreden als van Adriano expliciet op te nemen, zodat scheidsrechters direct op basis daarvan zullen gaan handelen (hetzelfde geldt overigens voor mogelijk opzettelijk wangedrag na de teruggooi-inworp). Ook behoort in regel 8 de uitvoering van de scheidsrechtersbal in overeenstemming met de huidige praktijk te worden gebracht.