Close

August 28, 2013

Verkoop van het eigen stadion aan de gemeente

rbc

“[…] Als de nood echt aan de man komt, kan zo’n stadion verkocht worden aan de gemeente of aan andere gegadigden of als onderpand dienen bij fianciele hulpoperaties. ‘Bij verkoop kom je wel terecht in de wereld van het vastgoed, van bouwondernemers en projectontwikkelaars die dan een heel plan maken rondom zo’n stadion, met gronden eromheen, met kantoren, retail, noem maar op.’, aldus Mommers. ‘Dat kan heel veel geld opleveren. Als club kun je je stadion meestal voor een mooi bedrag verkopen, of je kunt op een andere manier de rechten die je hebt te gelde maken. […]

Als club zelf het stadion in ontwikkeling nemen kan ook een optie zijn, maar doorgaans heeft een [betaald] voetbalorganisatie daar de expertise niet voor. En dus wenden bvo’s zich in zo’n geval tot privé investeerders, die vaak al als sponsor aan de club verbonden zijn. ‘Andere opties zijn er niet.’, verduidelijkt Mommers. ‘Helaas wordt je vervolgens wel meegezogen met de belangen van bepaalde sponsors uit de vastgoedwereld. Of laat ik zeggen: zogenaamde sponsors. Ze hebben niet alleen het belang van de club voor ogen maar ook, of vooral, het eigenbelang. Je komt er helaas altijd pas achteraf achter dat ze andere belangen hebben. Sterker nog, je kunt zelfs de situatie krijgen dat zo’n sponsor er belang bij heeft dat de financiele problemen bij een club groter worden in plaats van kleiner. Grootste les die ik geleerd heb, is dat zodra je in de problemen zit, of dat nu komt door pech of door mismanagement, er vrijwel niemand meer is die je belangeloos helpt. […]”

“Zo werkt het spel dus dat op de achtergrond gespeeld wordt. Investeerders lenen geld, worden nog eens gevraagd te investeren, komen weer over de brug enzovoort. In ruil voor de hulp willen sommigen volgens Mommers steeds meer invloed hebben, de goeden niet te na gesproken. Soms hebben ze er zelfs belang bij als het slecht gaat met de club, want dan kunnen ze bijvoorbeeld met hun financiele steun een goede positie verwerven als het stadion of gronden rond het stadion verkocht moeten worden. Hierdoor is er sprake van allerlei dubbele agenda’s en onzichtbare en niet zelden tegengestelde belangen. Er ontstaat dan al snel een slangenkuil, waarin men elkaar in de staart probeert te bijten. Dat zou je moeten voorkomen als je een goed en transparant beleid wilt voeren als bvo.”

“Mommers wijst erop dat in de pers vaak de indruk wordt gewekt dat de gemeente bij de koop van een stadion de voetbalclub als een soort barmhartige Samaritaan redt met belastinggeld, een daad van altruïsme dus, van en voor de gemeenschap. Hij vindt dit een verkeerd beeld, want de koop van zo’n stadion is volgens hem voornamelijk een puur zakelijke transactie. Mommers: ‘Het is een investering die veel geld voor de gemeente kan opleveren. De gemeente kan het aankoopbedrag tegen gunstige voorwaarden lenen bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG), bijvoorbeeld tegen een rentepercentage van 2,5 procent, maar ontvangr aan de andere kant een rendement van bijvoorbeeld 8 procent via de huurpenningen die voor het stadion binnenkomen. Daarnaast heb je de waardestijging van het onroerend goed en de herontwikkelingsmogelijkheden van het terrein als het stadion ooit platgegooid moet worden; als gemeente heb je dan een prachtige grondpositie. Als je het als gemeente goed doet, is de koop van een stadion een uiterst interessante investering. Dat lees je nooit in de krant. Waarom niet? Omdat de verantwoordelijke wethouder graag politiek wil scoren met het redden van een club. Dat levert bij de volgende gemeenteraadsverkiezingen stemmen op, denkt men.’”

(Theo Mommers, Randje buitenspel – Over machtsstrijd, geld, crisis en puinruimen in het betaald voetbal, Opgetekend door Guido Derksen, Tirion Uitgevers, Utrecht 2010, blz 21-22, 127-128, 41-42)