Close

June 12, 2013

Varianten van “gevaarlijk spel” en hun bestraffing

dezeeuw

“[…] All that is required is for the referee to decide whether or not an unintentional act of physical contact, or attempted contact, could be considered as dangerous to the opponent. The classic example is an attacker attempting to kick the ball while it is held by the goalkeeper.There should be no doubt about the danger here and action must be taken by the official in charge. At the same time it must be made clear that all unintentional physical contact is not to be considered dangerous [bedoeld is kennelijk “not all”; RS]. For example fair charging when the ball is within playing distance is a legitimate action intended to catch the opponent off balance and gain possession of the ball. No player has the right to uncontested possession. [NB: De fair charge (correcte schouderduw) is opzettelijk, maar geoorloofd als de bal binnen speelbereik is. Hij is niet gevaarlijk. De fair charge heeft niets met gevaarlijk spel te maken!; RS]

Where the referee draws the line is entirely a matter of his personal opinion at the instant of observing the action. He can never be wrong in the context of the law because it is his opinion which constitutes the judgment of dangerous play. However, what is important is that the individual official should become aware of what is and what is not generally acceptable in physical play. It is pertinent at this point to refer to Decision 8 relevant to Law 5, viz., ‘constant whistling for trifling and doubtful breaches produces bad feeling and loss of temper on the part of players and spoils the pleasure of spectators’.”

(Stanley Lover, Association Football Match Control, London, pp. 44-45)

“[…] dangerous play covers any action which the referee considers dangerous to an opponent beyond the reasonable norm of danger to be expected in a physical contact sport. Examples include kicking at the ball, or using an overhead or ‘bicycle’ kicking action when the ball is close to the head or body of an opponent.”

(Stanley Lover, Soccer Rules Explained, Guilford (Connecticut) 2005, p. 127)

Huidige “hoofdregel” (Law 12):
“An indirect free kick is […] awarded to the opposing team if, in the opinion of the referee, a player […] plays in a dangerous manner”.

Interpretation bij Law 12:
“Playing in a dangerous manner
Playing in a dangerous manner is defined as any action that, while trying to play the ball, threatens injury to someone (including the player himself). It is committed with an opponent nearby and prevents the opponent from playing the ball for fear of injury.

A scissors or bicycle kick is permissible provided that, in the opinion of the referee, it is not dangerous to an opponent.

Playing in a dangerous manner involves no physical contact between the players. If there is physical contact, the action becomes an offence punishable with a direct free kick or penalty kick. In the case of physical contact, the referee should carefully consider the high probability that misconduct has also been committed.

Disciplinary sanctions
– If a player plays in a dangerous manner in a ‘normal’ challenge, the referee should not take any disciplinary action. If the action is made with obvious risk of injury, the referee should caution the player
– If a player denies an obvious goalscoring opportunity by playing in a dangerous manner, the referee should send off the player”

“Offences committed against goalkeepers
[…]
A player must be penalised for playing in a dangerous manner if he kicks or attempts to kick the ball when the goalkeeper is in the process of releasing it […]” (ook elders, en eerder, in de Interpretation bij Law 12)

[NB: Dit hoort als zodanig eigenlijk systematisch bij “gevaarlijk spel” – zie boven – thuis als specifiek geval van gevaarlijk spel, vg;. scissors/bicycle kick; RS]

Commentaar

Het gaat dus om het oordeel van de scheidsrechter (!). Ook wanneer een speler gevaarlijk voor zichzelf speelt (bijv. te laag koppen) kan hij worden bestraft. Het gaat om de veiligheid van de spelers (eigen en andermans) in de strijd om de bal. De ene speler kan zich inhouden (vgl. threatening injury/fear of injury), omdat een ander te gevaarlijk speelt. terwijl hij normaliter de bal had willen, kunnen en mogen spelen. Vaak gaat het overigens om een duel om een vrije, “losse” bal waar twee spelers om strijden. In het algemeen gesproken, dient de strafbaarstelling van “gevaarlijk spel” kennelijk een preventief doel: het voorkomen van blessures. Omdat de actie op de bal en niet de man is gericht, wordt gevaarlijk spel slechts met een indirecte vrije schop bestraft. De overtreding van een tegenstander pogen te trappen, doen struikelen of slaan hetgeen strafbaar is met een vrije trap tegen kan hier feitelijk heel dicht tegenaan zitten of zelfs mee overlappen. In een concrete spelsituatie kan in gevaarlijk spel door de scheidsrechter een poging worden gezien om te pogen de tegenstander te trappen of doen struikelen en zelfs slaan.

Normal challenge: non-cautionable offence / obvious risk of injury: cautionable offence / denial of obvious goalscoring opportunity: sending off offence,

[NB: Dit onderdeel is geregeld onder de kop “Disciplinary sanctions” maar had niet apart geregeld behoeven/behoren te worden. Het is immers een nadere uitwerking van het voorgaande gedeelte over non-physical/physical contact; of, omgekeerd, het voorgaande had geïntegreerd kunnen worden onder “Disciplinary sanctions”. Dit is dus eens te meer een voorbeeld van in wetstechnisch opzicht “rommelige” regelgeving. Het is niet zuiver om een delictsomschrijving nader te bepalen/uit te leggen in een sectie over aard van de straffen. Mijn pleidooi is om ook hier basisregel en Interpretation voor de duidelijkheid helemaal te integreren.]

Lover (1978) zegt dat bij gevaarlijk spel er geen opzet van lichamelijk contact of poging daartoe is, maar er kon – anders dan tegenwoordig – toen dus wél lichamelijk contact zijn. Vroeger was er het opzet-vereiste voor fouls, nu is dat vervangen door carelessness, recklessness, using excessive force. Het opzet-vereiste is bij “gevaarlijk spel” nu ook verdwenen. Gevaarlijk spel (d.w.z. zonder fysiek contact!) met “obvious risk of injury”, betekent nu een waarschuwing (gele kaart), Dat lijkt vergelijkenderwijs op de roekeloosheid van de nieuwe bijkomende criteria voor fouls (met gevaarzetting voor de tegenstander) en zulke roekeloosheid moet met een gele kaart worden bestraft. Bij de fouls wordt buitensporige inzet (met blessuregevaar voor de tegenstander) echter zelfs met een rode kaart bestraft. Gevaarlijk spel en de fouls zouden beter op elkaar afgestemd moeten worden (ook wat de eenduidigheid van de gebruikte terminologie betreft: threat/fear of injury, obvious risk of injury, danger, danger of injury).

Wordt door gevaarlijk spel aan de tegenstander een doelkans ontnomen, dan is de straf zelfs een rode kaart. Dat is ook zo in geval van (opzettelijk) hands of een foul tegen een doorgebroken speler.

Opmerkelijk is dat deze beide gevallen van gele en rode kaart gepaard gaan met een INDIRECTE vrije trap. Indien en doelkans wordt ontnomen binnen het strafschopgebied kan er derhalve geen strafschop worden verordonneerd.

Dit past niet in de systematiek van Law 12 waarbij in het algemeen gesproken directe vije schop/strafschop gekoppeld zijn aan gele/rode kaart, maar indirecte vrije schop niet!

Tenslotte: gevaarlijk spel dat fysiek contact oplevert, is dus geen gevaarlijk spel meer, maar wordt een met directe vrije schop/strafschop te bestraffen overtreding. Gaat het daarbij om “misconduct”, dan komen we kennelijk in de sfeer van het uitdelen van gele of zelfs rode kaarten, hoewel daarover expliciet in de spelregel niets wordt gezegd. Wat betekent “misconduct” in de spelregels?

Law 12 gaat over Fouls and Misconduct. Vervolgens wordt gewerkt met de term offences”; dat zijn kennelijk de fouls (kicking t/m hands; opzettelijk hands is een in het VOETbalspel een doodzonde!). Zijn de overtredingen die met een indirecte vrije schop worden bestraft (zoals gevaarlijk spel en obstructie of de keepersovertredingen in verband met tijdrekken), ook ”fouls”, of niet omdat ze slechts met een indirecte vrije schop worden bestraft en nimmer met een strafschop kunnen worden bestraft? Zijn dit zuiver technische overtredingen? Maar öpzet” kan feitelijk daarbij een rol spelen!) Misconduct is kennelijk hetgeen disciplinair gestraft moet worden, dus met gele en rode kaarten: de cautionable en sending-off offences. Een roekeloze bicycle/scissors kick met fysiek contact (zoals/vgl. kicking: is het vorm van kicking of een andere foul, dan wel een zelfstandige overtreding?!) dient bijv. met geel te worden bestraft. Indien een dergelijke omhaal als serious foul play kan worden bestempeld (buitensporige inzet tijdens duel om de bal/gevaar voor veiligheid van tegenstander), volgt een rode kaart. Zonder fysiek contact levert duidelijk blessure-gevaarlijk spel slechts een gele kaart op: er is geen sprake van buitensporige inzet in de strijd om de bal.

Of er wél of geen fysiek contact is, maakt dus in bepaalde gevallen geen verschil voor de strafmaat. In het ene geval gaat het bijv. om een omhaal met gevaarzetting, in het andere om een omhaal met blessuregevaar: dus vergelijkbare overtredingen.

NB: Over unsporting behaviour (gele kaart) geeft de Interpretation als eerste mogelijke voorbeeld dat het is “committing in a reckless manner one of the seven offences that incur a direct free kick”, d.w.z. van kicking tot en met tackling (niet inbegrepen holding, spitting en handling!).
Als unsporting behaviour misconduct is dan is het een etiket voor de “tweede trap” van bepaalde fouls (caution; de derde is sending off en de eerste alleen directe vrije schop/strafschop) en zijn diefouls aldus mee inbegrepen in unsporting behaviour.
Er is ook nog violent conduct in Law 12 (using excessive force or brutality against an opponent when not challenging for the ball, of: against others than an opponent). Violent conduct is ook een (ernstige) vorm van misconduct.

NB: In geval van fysiek contact de scheidsrechter “should carefully consider the high probability that misconduct has been committed”. Hoe doet hij dat als hij in een split second moet beslissen? De scheidsrechter is geen zittende magistratuur, geen gewone rechter!

De algehele conclusie kan niet anders zijn dan dat gevaarlijk spel in al zijn feitelijke verschijningsvormen (met wél of geen fysiek contact) in zijn geheel bij”fouls” moet worden ondergebracht/versmolten/op elkaar afgestemd.

Samenvatting

1.a. gevaarlijk spel: geen fysiek contact (trying to play the ball, opponent nearby, normal challenge), maar: threatening injury/fear of injury = indirecte vrije trap

1.b. gevaarlijk spel: obvious risk of injury = indirecte vrije trap + gele kaart (caution) (!)

1.c. gevaarlijk spel: duidelijke doelkans verhinderd: indirecte vrije schop + rode kaart (sending off)

NB: indirecte vrije schop kan dus met gele/rode kaart gepaard gaan in specifieke gevallen (!)

gevaarlijk spel mét fysiek contact is geen gevaarlijk spel in
regel/wetstechnische zin: directe vrije schop/strafschop + eventueel misconduct + (impliciet) gele/rode kaart (hierbij kan het qua indeling gaan om bestaande overtredingen (vgl. fouls/onsportief gedrag) of zelfstandige
overtredingen)

Regel 12 moet opnieuw geredigeerd/geherformuleerd worden wat gevaarlijk spel betreft:
gevaarlijk spel met fysiek contact hoort thuis bij fouls
(directe vrije schop/strafschop) en eventueel cautionable/sending off offences), of ook het betreft zelfstandige overtredingen;
gevaarlijk spel zonder fysiek contact staat nu op de goede plaats (alleen indirecte vrije schop);
gevaarlijk spel zonder fysiek contact, maar met ernstig blessurerisico/duidelijke doelkans hoort thuis bij cautionable/sending off offences
– althans wanneer de huidige hoofdindeling wordt gevolgd:
1) directe vrije schop/strafschop; 2) indirecte vrije schop;
3) cautionable offences; 4) sending off offences);
overtredingen worden nu gerangschikt aan de hand van de spelstraffen (vrije schoppen, strafschop, indirecte vrije schop) en/of persoonsgebonden straffen (gele, rode kaart)

logischer is overigens de indeling (van licht naar zwaar): 1) indirecte vrije schop; 2) directe vrije schop/strafschop, 3) caution, en 4) sending off.

De Interpretation ware helemaal te integreren in Laws zelf (hoofdtekst)

gevaarlijk spel, obstructie behoren geplaats te worden eerder dan de keepersovertredingen, want: het algemene gaat voor net bijzondere.

Voetbaltaal

De termen scissors kick en bicycle kick (Duits; Fallrückzieher) zijn aldus vereeuwigd in de voetbalspelregels, hebben nu officiële status gekregen.
Het gaat daarbij niet om elke “omhaal” (E. overhead volley), maar om wat je een “vliegende” omhaal zou kunnen noemen: zich rugwaarts in de lucht bevindend, de bal achterover trappen; de benen plegen bij die actie een schaarachtige beweging te maken (scissors = schaar).

De uitvinder van deze speciale omhaal was Umberto Caligaris die in de periode 1922-1934 in het Italiaanse elftal 50 caps op zijn naam wist bij te schrijven, hoewel ook Silvio Piola als zodanig wordt genoemd (34 interlands, 30 goals, 1935-1948), evenals de Braziliaan Leonidas en de Italiaanse voetballer Carlo Parola (1921-2000).

Uitvindingen worden vaak min of meer tegelijk op meerdere plaatsen ter wereld gedaan, zo ook in de voetbalsport. Volgens de beroemde Zuid-Amerikaanse schrijver Eduardo Galeano (Glorie en tragiek van het voetbal, 1996) heeft Ramon Unzaga de “vliegende omhaal” uitgevonden op het voetbalveld van de Chileense havenstad Talcahuano. Pas een paar jaar later, toen de club Colo-Colo door Europa reisde en de voorhoedespeler David Arellano dit schot in de Spaanse stadions liet zien, werd deze acrobatische toer de “Chileense omhaal” genoemd. De Spaanse journalisten roemden de pracht van deze onbekende capriool en gaven hem deze naam, omdat hij uit Chili afkomstig was.

(zie i.h.b. Robert Siekmann en Frans Duivis, Voetbal!, Uitgeverij Het Spectrum, Utrecht 2000, blz 126).

Van Persie en “gevaarlijk spel”

“Was op het trainingsveld niet alles naar wens gegaan, ook op Highbury liep het niet volgens plan. Arsenal glipte pas in de eindfase met 2-1 nipt langs zijn Zwitserse tegenstander. Op slag van rust maakte Van Persie jacht op een slordige steekpass en probeerde de bal met een te hoog opgeheven rechtervoet onder controle te krijgen, waarbij hij zijn noppen in het gezicht van Alen Orman plantte. Het was een volslagen onopzettelijke overtreding, want van Persie had zijn ogen voortdurend op de aankomende bal gericht en verontschuldigde zich al op het moment dat de twee spelers naar de grond gingen. De Poolse arbiter Gregorz Gilewski was er niet van onder de indruk en een drom Zwitserse spelers liep meteen te hoop, waardoor het voorval veel erger leek dan het in werkelijkheid was.

Gilewski leek haast te ontploffen en gebaarde de clubarts van Thun het veld op te komen. Met hoog opgetrokken wenkbrauwen en van woede uitpuilende ogen blies hij met al zijn kracht op zijn fluitje en zwaaide met de rode kaart, begeleid door de kreten van ongeloof van de toeschouwers op Highbury. Om hem nog verder te vernederen duwde de Pool Van Persie richting spelerstunnel, alsof hij die niet zelf zou weten te vinden. In zijn jongere jaren zou Van Persie boos hebben gereageerd op dit onnodige misbaar van de man in het zwart, maar nu sjokte de tweeëntwintigjarige eenvoudigweg van het veld zonder nog meer last te veroorzaken.

De rode kaart kwam heel slecht uit, maar hoorde bij het soort pech dat Van Persie de afgelopen jaren regelmatig achtervolgde. Er was geen kwade opzet in het spel, maar de beslissing van de scheidsrechter was juist, want zijn schoen raakte Orman ontzettend hard. Als het andersom was geweest, had dat een enorme opschudding op de Noord-Londense tribunes veroorzaakt. Het was vooral zo jammer omdat hij goed was begonnen en de keeper met een paar behoorlijke schoten al aardig op de proef had gesteld. Het was zonder meer een ongelukkig voorval, maar Van Persie was de afgelopen jaren uit dieper dalen opgeklauterd.
[…]
Arsène Wenger had een reputatie hoog te houden en zoals te doen gebruikelijk hekelde hij tijdens de persconferentie na de wedstrijd de scheidsrechter met de woorden dat Van Persie tot gevaarlijk spel in staat was, maar niet tot bewust geweld. Woedend beweerde hij dat de rode kaart als een volslagen verrassing kwam en een volkomen foute beslissing was: ‘Het was geen overtreding van Robin. Het was een ongelukje. Zat Robin te hoog? Nee […].’

Wenger verdedigde in de regel zijn spelers tot het bittere einde, maar in dit geval ad hij simpelweg ongelijk, want die [rechter]schoen zat heus gevaarlijk hoog toen hij tegen de verdediger knalde. Van Persie zal het niet met opzet hebben gedaan, maar het was wel zijn voet die de schade aanrichtte en Orman hield aan de botsing zes hechtingen en een enorm blauw oog over. […]”

(Andy Lloyd-Williams, Robin van Persie – De biografie, Uitgeverij Thomas Rap, Amsterdam 2012, blz 94-96)

Opmerking

Bij gevaarlijk spel gaat het tegenwoordig niet (meer) om opzet of niet. In geval van fysiek contact zoals hier door Van Persie moet de scheidsrechter volgens de spelregels bedacht zijn op “misconduct”, d.w.z. roekeloos gedrag of zelfs buitensporige inzet. Hij heeft kennelijk het gedrag van Van Persie als het laatste opgevat en daarom “rood” getrokken. Hij heeft geoordeeld dat Van Persie het gevaar had gelopen om zijn tegenstander te blesseren.