Close

June 10, 2013

Ruud Geels: “Het mooiste kopdoelpunt aller tijden”

 

“Zijn beste wedstrijd speelt hij op 1 november 1975. In het Olympisch stadion is Feyenoord de tegenstander [van Ajax]. Hij scoort vijf keer tegen zijn oude club en is in topvorm. […] In de tiende minuut scoort hij een onwaarschijnlijk doelpunt. Een goal die moeiteloos de geschiedenis in kan gaan als mooiste kopdoelpunt aller tijden. Vanaf links zet Gerrie Mühren de bal hoog voor het doel. Bij de tweede paal staat Geels gedekt door Willem van Hanegem. ‘De Kromme’, ook een erkend kopspecialist, staat aan de grond genageld. Overtuigd als hij is dat de hoge bal over iedereen heen zal zeilen. Juist op dat moment zet Geels aan voor zijn sprong. Het lijkt alsof hij uit stand gelanceerd wordt en op grote hoogte zet hij zijn voorhoofd tegen de bal, die in de verste hoek van het doel belandt […].”

(Harrie Timmermans, De topscorer, De Nationale Voetbalbibliotheek 01, Uitgeverij De Boekenmakers, Eindhoven 2008 blz 40)

“Pure verbijstering. Het gezicht van Willem van Hanegem spreekt boekdelen. Om hem heen ontploft het stadion, maar Willem staat er als bevroren bij. Secondenlang staart hij zo voor zich uit, de handen in de zij. Dit kan toch helemaal niet! Wat hij zojuist van nabij heeft gezien, grenst aan het onwerkelijke. Voor hem in het gras ligt de maker van één van de mooiste kopdoelpunten ooit. Hij draagt een rood-wit shirt. Willem kent hem wel en toch klopt er iets niet. Het is een speler van Ajax.

Ruud Geels lacht breeduit als zijn fenomenale kopbal van 1 november 1975 ter sprake komt. Sommige doelpunten blijven speciaal, zelfs voor iemand die in zijn carrière ruim vierhonderd treffers op het hoogste niveau liet noteren. Deze was heel speciaal. Alles klopte die avond. Een volgepakt Olympisch Stadion voor de Klassieker, op een moment dat Feyenoord en Ajax gezamenlijk aan kop stonden in de competitie. Ruud Geels in topvorm tegen zijn oude werkgever. Als er ooit een moment was dat Geels het ongelijk van Feyenoord zou bewijzen, was het deze eerste november. Vijf keer vond hij het net, een doelpunt voor elk jaar dat was verstreken sinds zijn weinig glorieuze aftocht uit De Kuip. Ajax vernederde Feyenoord met 6-0. Voor de Rotterdammers was het dubbel pijnlijk: met grote cijfers verliezen van de eeuwige rivaal én de spits die men zelf had laten gaan, vijf keer zien scoren. Dat viel niet mee. ‘De mensen hebben het nog steeds over die wedstrijd. Of ze vonden het prachtig of het was de rotste avond van hun leven’, zegt Geels.

De kopstoot waarmee Geels in de negenenzestigste minuut 3-0 liet aantekenen, was van een verbijsterende schoonheid. Gerrie Mühren, de man van de assist, zei later dat hij in een flits iemand uit een lichtmast had zien vallen. Een andere verklaring voor het feit dat zijn te hoge voorzet tot een doelpunt had geleid, kon hij niet bedenken. Die verklaring was er natuurlijk wel, dat was de ongekende sprongkracht van zijn teamgenoot. Ruud Geels sprong niet gewoon, hij zweefde, net zolang tot zijn voorhoofd op exact de juiste hoogte tegen de bal kletste. Die avond zweefde de blonde aanvaller langer en verder dan ooit. Hij sprong over Willem van Hanegem heen alsof die er niet stond. ‘Ik hing al in de lucht toen Willem me nog een doodschop wilde geven, maar hij kon er niet bij’, weet Geels nog. De beelden ondersteunen zijn verhaal. Vertwijfeld stak Van Hanegem zijn linkerbeen omhoog in een poging de spits te hinderen. Het was zinloos. Geels zweefde in het luchtledige. Zijn kiezelharde kopstoot knalde boven doelman Eddy Treijtel tegen de touwen. ‘Zo’n goal maak je één keer in je leven. Als je de bal vol raakt met het hoofd, kan-ie heel hard gaan. Treijtel heeft deze denk ik nooit gezien.’”

(Constantijn Hoffscholte, Van Kindvall tot Kuijt – De spitsen van Feyenoord, Tirion Sport, Utrecht 2012, blz 23-24)

Literatuur

Theo Vaessen, Ruud Geels altijd raak! – De biografie van een “vergeten” topscorer, Uitgeverij House of Knowledge, Schelluinen