Close

June 24, 2013

“Een betaald voetbalclub is geen normaal bedrijf”

mommers

“Al vele jaren verschijnen met de regelmaat van de klok berichten in de pers over profclubs die in grote financiële nood verkeren en kopje onder dreigen te gaan. Keer op keer worden zulke bvo’s op de valreep gered. door overheden, door investeerders, door een rigide saneringsplan, door rigoureuze ingrepen in de organisatie of door een combinatie van dit alles. Alleen de eerstedivisieclubs Haarlem en RBC zijn het afgelopen decennium van het toneel verdwenen, maar andere noodlijdende clubs trekken zichzelf, ogenschijnlijk, steeds weer als een Baron von Münchhausen aan de eigen haren uit het moeras omhoog. Fortuna Sittard, Vitesse en NAC, de drie clubs waar Theo Mommers als directeur werkte, zijn er een goed voorbeeld van. Maar waarom is een normale bedrijfsvoering voor veel bvo’s toch zo lastig? Het antwoord op deze vraag moet volgens Mommers gezocht worden in het feit dat een bvo volstrekt geen normaal bedrijf is. Wat zijn nu verschillen?

Bij een gewoon bedrijf kun je veel sneller ingrijpen op het moment dat er sprake is van tegenvallers. Elk jaar stel je een begroting op. Daarin geef je de best mogelijke inschatting van de omzet en de kosten van het komende boekjaar. Natuurlijk is de jaaromzet gebaseerd op vaste inkomsten, maar ook op basis van aannames op het gebied van de totale sponsorinkomsten, inkomsten uit televisiegelden, inkomsten uit wedstrijdrecettes, inkomsten uit ‘variabele’ competities zoals de KNVB-bekercompetitie en eventueel het spelen van Europees voetbal en tot slot inkomsten uit merchandising en horeca. De inkomstenstroom kan in tegenstelling tot de kostenstructuur wél fluctueren in een seizoen. Een grote sponsor kan bijvoorbeeld failliet gaan, de recettes kunnen dalen door tegenvallende bezoekersaantallen of de inkomsten uity tv-gelden kunnen teruglopen doordat Eredivisie Live minder abonnementen verkoopt.

De kostenstructuur staat volgens het grootste deel vast, onder andere doordat trainers en spelers een arbeidscontract voor een bepaalde tijd hebben dat je niet tussentijds kostenloos kunt ontbinden. De spelersselectie is daarbij met 80 tot 85 procent van alle salariskosten de grootste kostenpost van een voetbalclub.

Als het fout gaat, kun je pas het seizoen erop echte oplossingen proberen te vinden. Je loopt dus altijd achter de feiten aan en je bent veel minder flexibel dan een gewoon bedrijf. Mochten er tegenvallers zijn, dan kun je maar één ding doen en dat is in de laatste maanden van het boekjaar (in april, mei of juni) spelers verkopen.

In de praktijk schuif je de problemen echter door naar het volgende seizoen. En dat bekent bezuinigen. En bezuinigen betekent minder uitgaven voor de technische staf en de spelersgroep. De overige kostensoorten zijn minder te beïnvloeden en als ze te beïnvloeden zijn, dan heeft dat niet zo veel effect. Simpel gezegd komt het erop neer dat je minder te besteden hebt voor de spelersselectie. Dat betekent in het moderne voetbal dat de kwaliteit van de spelersgroep achteruitboert. Met alle gevolgen vandien.

Nog zoiets waar je bij een normaal bedrijf niet mee te maken hebt: spelersmakelaars. Theo Mommers heeft er veel mee van doen gehad. Zijn ervaring is dat sommige makelaars vooral het eigen belang goed in de gaten houden. […]
Er zijn echter ook heel fatsoenlijke en betrouwbare makelaars, voegt Mommers hieraan toe. […]

Een andere factor die de bedrijfstak anders maakt dan het reguliere bedrijfsleven, zijn de ingewikkelde juridische verschijningsvormen in de voetbalwereld. Mommers: ‘Dat komt voor een deel doordat de voetballerij is gegroeid van een sector met verenigingsmodellen naar bv’s en beursgenoteerde fondsen (Ajax). Termen als bestuur en voorzitter, die in een verenigingsmodel duidelijk zijn, worden nog steeds gebruikt, maar ze zijn bij een bv eigenlijk niet meer van toepassing. Ze hebben in ieder geval een heel andere inhoud gekregen. Directieleden worden bestuurders genoemd en omgekeerd en voor de buitenwacht heeft de voorzitter alles voor het zeggen, terwijl dat in werkelijkheid niet het geval is. Hij houdt toezicht en kan de directeur aanstellen of ontslaan, maar een voorzitter heeft lang niet altijd inhoudelijke bemoeienis met de operationele gang van zaken. Hij wordt er echter wel vaak op aangesproken door de pers. In de beeldvorming bestaan hierdoor allerlei onduidelijkheden en misverstanden. Een bestuur houdt zich bezig met controle en advies, maar bestuursleden zijn over het algemeen niet tekenbevoegd. […]”

In de ondoorzichtige kluwen van belangen rond een bvo laat ook de pers zich niet onbetuigd. Je kunt er maar beter rekening mee houden, aldus Mommers, want hun macht is groot. […]

En dan zijn er nog de supporters. De gemiddelde fan wil zijn club gewoon zien winnen en attractief zien voetballen, maar er zijn ook supportersgroepen die bij tijd en wijle een negatieve invloed op hun club uitoefenen. […]”

(Theo Mommers, Randje buitenspel – Over machtsstrijd, geld, crisis en puinruimen in het betaald voetbal, Opgetekend door Guido Derksen, Tirion Uitgevers, Utrecht 2010, blz 119-120, 122, 124, 128, 130)