Close

May 13, 2013

De transparantie van het voetbalspel

“Het is alsof de volwassen, verstandige persoon die wij meestal zijn even alle discipline en verantwoordelijkheid laat varen. Hij laat daarmee de gruwelijke machteloosheid tegenover het ‘echte’ leven achter zich, of dat nu gaat over orkanen in Azië of over de zinloze plicht de beste zorgverzekering of energieleverancier te kiezen. We weten niet tegen wie we eigenlijk vechten, we voelen dat we belazerd worden, maar kunnen de inzet van de strijd niet achterhalen. We hebben geen reden om onze politieke leiders en voormannen te vertrouwen en er is helemaal niemand die in de gaten houdt of er, in welk gevecht ook, recht wordt gedaan. Machteloos zakken we achterover op de bank. Bier. De televisie gaat aan en er ontvouwt zich een overzichtelijke wereld, volstrekt tegengesteld aan de ordeloze narigheid waarmee we elke dag te maken hebben.

In het gevecht dat zich op het scherm gaat afspelen is er een doel. Het is zichtbaar tussen twee palen aan de rand van het veld. Er zijn grenzen, witte krijtlijnen die het slagveld markeren en een grote klok die de strijd afbakent in de tijd. De strijders lopen door de spelerstunnel naar buiten, met ernstige gezichten. De tegenstanders zijn, zo anders dan in het gewone leven, herkenbaar aan hun afwijkende uniformen. Onze eigen ploeg draagt feloranje. Daar kan geen andere kleur tegenop. De jongens staan er niet alleen voor, ze worden omringd door vriendelijke mannen met waterflessen en noodverbanden. De trainer is een meelevende en steunende vader die weet heeft van de betekenis van dit gevecht. Iemand die helpt. Hij blijft naast het veld staan, vlak bij zijn jongens. De wedstrijd speelt zich niet af in rechteloosheid, er zijn regels en die worden gehandhaafd. Dat doet de scheidsrechter. Als hij op zijn fluit blaast valt het bittere handgemeen stil.”

(Anna Enquist, Kool! Alles over voetbal, Uitgeverij De Arbeiderspers, Utrecht/Amsterdam/Antwerpen 2012, blz 59-60)