Close

April 25, 2013

Cruijff en Happel: verschillende voetbalstijlen

“DE MOS: ‘Die evolutie in Nederland is er volgens mij gekomen door twee grote persoonlijkheden, bij twee verschillende clubs. Die ene was Ernst Happel die bij Feyenoord terechtkwam en daar een enorm spelerspotentieel vond, daar was Jan Boskamp als jonge gast ook bij. En bij Ajax had je niet zozeer Rinus Michels, aan wie vaak alle verhalen gekoppeld worden, maar wel het fenomeen zelf. Johan Cruijff, die de uitvinder was van dat nieuwe voetbal. Ik ben nog trainer van Johan geweest, hoewel, hoe gek dat ook klinkt, we precies even oud zijn. En ik heb in die hoedanigheid uren, dagen en nachten met Johan gepraat over voetbal, en over hoe hij de trendsetter is geweest van het Ajax-voetbal en van het totaalvoetbal bij Oranje. Natuurlijk was er ook Michels met zijn dominante persoonlijkheid. Maar uiteindelijk ben je toch afhankelijk van je spelers. Ik dacht vroeger ook dat
wij trainers bepalen hoe er gespeeld wordt. Maar als je ouder wordt, leer je dat het de spelers zijn, of toch bepaalde spelers, die bepalen wat er in een wedstrijd gebeurt. Spelers bepalen zelfs je carrière als trainer.

Cruijff heeft als speler zijn stempel gedrukt op het Nederlandse voetbal, samen met Happel. Zij hebben de voorwaarden uitgetekend die nodig waren om een heel ander soort voetbal te gaan spelen.’

[…]

BOSKAMP: ‘Aad spreekt over Happel en Cruijff, maar Feyenoord en Ajax speelden in die tijd niet hetzelfde voetbal. In Rotterdam had je die balcirculatie, tik-tik, eerder traag, maar in Amsterdam moesten ze zo snel mogelijk naar die goal, in hoog tempo. In de nationale ploeg moesten die twee stijlen dan verenigd worden, soms ging het bij Oranje veel te snel voor De Kromme.’

DE MOS: ‘Cruijff vertelde mij het verhaal over hoe het systeem van de buitenspelval ingevoerd is geraakt.’

BOSKAMP: ‘Let op: we spreken hier over de buitenspelval in het Nederlandse voetbal, dat is de aanvallende variant, waarbij je hoog speelt en veel ruimte laat achter de verdediging. De Belgen gebruikten de buitenspelval als defensieve tactiek, omdat ze mar één ding wilden: geen goal binnenkrijgen. Dat is heel iets anders.’

DE MOS: ‘Nou, Cruijff zei dat die buitenspelval bij Nederland was ingevoerd, omdat hij zo lui was. Hij had geen zin om elke keer die tachtig meter te lopen, en hij vond dat zijn ploegmaats dat ook niet altijd weer moesten doen. Cruijff vindt dat je fit moet zijn om in die zestienmeter te komen. Dat zie je nog altijd bij Barcelona. Dat kan alleen als je niet telkens op en neer moet. Je blijft dus als ploeg hoog staan, ook bij balverlies. En counters vang je dan op met die buitenspelval en met een keeper die eigenlijk als libero fungeert, die kan meevoetballen. Ze hebben toen lang geoefend tot dat systeem er helemaal in zat.’

HOUWAART: ‘We verloren de finale in 1974 tegen West-Duitsland, met die goal van die kleine, Gerd Müller. Zonde, want wij waren beter. Ik denk nog altijd: als we toen een goede keeper hadden gehad, dan hadden we gewonnen. Maar die Jongbloed, ja, dat was geen klasse.’

BOSKAMP: ‘Waarom stond Jongbloed in de goal? Omdat ze iemand nodig hadden die kon meevoetballen. Dat sluit helemaal aan bij die tactiek van hoog voetballen en rekenen op de buitenspelval. Dan had je een keeper nodig die eigenlijk als libero kon spelen en die diepe ballen met de voet kon opvangen en daarna een goede
pass kon geven. Daar was Jongbloed geschikt voor, maar puur als doelman was het minder.’

DE MOS: ‘Het was precies die 0-0 tegen België, met die afgekeurde goal van Jan Verheyen, die Cruijff overtuigde om het heft in handen te nemen en met andere mensen naar het WK te gaan. Enkele spelers zijn toen geslachtofferd, omdat zij niet pasten in die nieuwe manier van voetballen die Cruijff wilde: Mansveld, maar vooral ook Van Beveren en Van der Kuijlen, niet toevallig twee PSV-ers die het Ajax-voetbal niet aanvoelden en die in conflict lagen met Cruijff over de manier van spelen, en ook wel over financiële zaken.

Johan heeft de bondscoach gezegd dat Jongbloed moest spelen in de plaats van Van Beveren, die wél een fantastische keeper was, maar niet echt kon meevoetballen. En Cruijff wilde in het centrum van de verdediging iemand die een man kon uitschakelen en een actie kon opzetten, zodat je tot een man-meersituatie op het middenveld kon komen, waardoor Cruijff vrijgespeeld kon worden. En dus wilde Cruijff dat Haan naast Rijsbergen in het centrum van de verdediging ging spelen, in de plaats van Hulshoff of Mansveld of Israël.”

(Rob Siekmann en Frans Duivis, Voetbal!, Uitgeverij Het Spectrum, Utrecht 2000, blz 157-158, 161-163)

N.B. Zie ook in siekmann.nl: “Voetbaltactiek en voetbaltaal: de buitenspelval”.